Levítico 15

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1 O Senhor disse a Moisés e a Arão:
2 Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.
2 — Falem aos filhos de Israel e digam-lhes: Qualquer homem que tiver fluxo seminal do seu corpo ficará impuro por causa do fluxo.
3 Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn vlees zijn vloed uitzevert, of zijn vlees van zijn vloed zich verstopt, dat is zijn onreinigheid.
3 Esta, pois, será a sua impureza por causa do seu fluxo: se o seu corpo vaza o fluxo ou se o seu corpo o estanca, esta é a sua impureza.
4 Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn.
4 Toda cama em que se deitar o que tiver fluxo ficará impura; e tudo sobre que ele se assentar ficará impuro.
5 Een ieder ook, die zijn leger zal aanroeren, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
5 Quem tocar na cama dele terá de lavar as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
6 En die op dat tuig zit, waarop hij, die den vloed heeft, gezeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en zal onrein zijn tot aan den avond.
6 Quem se assentar sobre aquilo em que se havia assentado o homem que tem o fluxo lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
7 En die het vlees desgenen, die den vloed heeft, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
7 Quem tocar o corpo do que tem o fluxo lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
8 Als ook hij, die den vloed heeft, op een reine zal gespogen hebben, dan zal hij zijn klederen wassen, en zal zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
8 Se o homem que tem o fluxo cuspir sobre uma pessoa pura, essa pessoa lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impura até a tarde.
9 Insgelijks alle zadel, waarop hij, die den vloed heeft, zal gereden hebben, zal onrein zijn.
9 Também toda sela em que cavalgar o que tem o fluxo ficará impura.
10 En al wie iets aanroert, dat onder hem zal geweest zijn, zal onrein zijn tot aan den avond; en die hetzelve draagt, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
10 Quem tocar alguma coisa que esteve debaixo dele ficará impuro até a tarde; e aquele que levar alguma dessas coisas lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
11 Daartoe een ieder, wien hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zonder zijn handen met water gespoeld te hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
11 Também todo aquele em quem tocar o que tiver o fluxo, sem haver lavado as suas mãos com água, lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
12 Ook het aarden vat, hetwelk hij, die den vloed heeft, zal aangeroerd hebben, zal gebroken worden; maar alle houten vat zal met water gespoeld worden.
12 O vaso de barro em que tocar o que tem o fluxo será quebrado; porém todo vaso de madeira será lavado com água.
13 Als hij nu, die den vloed heeft, van zijn vloed gereinigd zal zijn, zo zal hij tot zijn reiniging zeven dagen voor zich tellen, en zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees met levend water baden, zo zal hij rein zijn.
13 — Quando, pois, o que tem o fluxo estiver puro dele, serão contados sete dias para a sua purificação; lavará as suas roupas, banhará o corpo em águas correntes e ficará puro.
14 En op den achtsten dag zal hij voor zich twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen; en zal voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst komen, en zal ze den priester geven.
14 No oitavo dia, pegará duas rolinhas ou dois pombinhos, e virá diante do Senhor , à porta da tenda do encontro, e os dará ao sacerdote.
15 En de priester zal die bereiden, een ten zondoffer, en een ten brandoffer; zo zal de priester over hem voor het aangezicht des HEEREN, vanwege zijn vloed, verzoening doen.
15 Este os oferecerá, um para oferta pelo pecado, e o outro, para holocausto; e, assim, o sacerdote fará, por ele, expiação do seu fluxo diante do Senhor .
16 Verder een man, als van hem het zaad des bijliggens zal uitgegaan zijn, die zal zijn ganse vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
16 — Quando um homem tiver emissão de sêmen, banhará todo o seu corpo em água e ficará impuro até a tarde.
17 Ook alle kleed, en alle vel, aan hetwelk het zaad des bijliggens wezen zal, dat zal met water gewassen worden, en onrein zijn tot aan den avond.
17 Toda roupa e toda peça de couro em que houver sêmen têm de ser lavadas em água e ficarão impuras até a tarde.
18 Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij haar gelegen zal hebben; daarom zullen zij zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
18 Se um homem tiver relações com mulher e tiver emissão do sêmen, ambos se banharão em água e ficarão impuros até a tarde.
19 Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond.
19 — A mulher, quando tiver o fluxo de sangue, se este for o fluxo habitual do corpo dela, estará sete dias na sua menstruação, e quem a tocar ficará impuro até a tarde.
20 En al hetgeen, waarop zij in haar afzondering zal gelegen hebben, zal onrein zijn; mitsgaders alles, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn.
20 Tudo sobre que ela se deitar durante a menstruação ficará impuro; e tudo sobre que se assentar ficará impuro.
21 En al wie haar leger aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
21 Quem tocar no leito dela lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
22 Ook al wie enig tuig, waarop zij gezeten zal hebben, aanroert, zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
22 Quem tocar alguma coisa sobre que ela se tiver assentado lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
23 Zelfs indien het op het leger geweest zal zijn, of op het tuig, waarop zij zat, als hij dat aanroerde, hij zal onrein zijn tot aan den avond.
23 Também quem tocar alguma coisa que estiver sobre a cama ou sobre aquilo em que ela se assentou, esse ficará impuro até a tarde.
24 Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.
24 Se um homem tiver relações com a mulher, e a menstruação dela tocar nele, ficará impuro por sete dias; e toda cama sobre que ele se deitar ficará impura.
25 Wanneer ook een vrouw, vele dagen buiten den tijd harer afzondering, van den vloed haars bloeds vloeien zal, of wanneer zij vloeien zal boven hare afzondering, zij zal al den dagen van den vloed harer onreinigheid, als in de dagen harer afzondering onrein zijn.
25 — Quando uma mulher tiver um fluxo de sangue por muitos dias fora do tempo da sua menstruação, ou quando tiver fluxo do sangue por mais tempo do que o habitual, todos os dias do fluxo ela ficará impura, como nos dias da sua menstruação.
26 Alle leger, waarop zij al de dagen haars vloeds gelegen zal hebben, zal haar zijn als het leger harer afzondering; en alle tuig, waarop zij zal gezeten hebben, zal onrein zijn, naar de onreinigheid harer afzondering.
26 Toda cama sobre que se deitar durante os dias do seu fluxo será como a cama em que ela se deita na sua menstruação; e toda coisa sobre que se assentar ficará impura, conforme a impureza da sua menstruação.
27 En zo wie die dingen aanroert, zal onrein zijn; daarom zal hij zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
27 Quem tocar estas coisas ficará impuro; portanto, lavará as suas roupas, se banhará em água e ficará impuro até a tarde.
28 Maar als zij van haar vloed rein wordt, dan zal zij voor zich zeven dagen tellen, daarna zal zij rein zijn.
28 Porém, quando lhe cessar o fluxo, então se contarão sete dias, e depois estará pura.
29 En op den achtsten dag zal zij voor zich twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, en zij zal die tot den priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst.
29 No oitavo dia, pegará duas rolinhas ou dois pombinhos e os trará ao sacerdote à porta da tenda do encontro.
30 Dan zal de priester een ten zondoffer en een ten brandoffer bereiden; en de priester zal voor haar, van den vloed harer onreinigheid, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.
30 Então o sacerdote oferecerá um para oferta pelo pecado, e o outro, para holocausto; o sacerdote fará, por ela, expiação do fluxo da sua impureza diante do Senhor .
31 Alzo zult gij de kinderen Israels afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.
31 — Assim, vocês separarão os filhos de Israel das suas impurezas, para que não morram nelas, ao contaminarem o meu tabernáculo, que está no meio deles.
32 Dit is de wet desgenen, die den vloed heeft, en van wien het zaad der bijligging uitgaat; zodat hij daardoor onrein wordt;
32 Esta é a lei a respeito daquele que tem o fluxo, daquele que tem emissão de sêmen e que, por causa dela, fica impuro,
33 Mitsgaders van een zwakke vrouw in haar afzondering, en van degene, die van zijn vloed is vloeiende, voor een man, en voor een vrouw; en voor een man, die bij een onreine zal gelegen hebben.
33 da mulher em sua menstruação, daquele que tem o fluxo, seja homem ou mulher, e do homem que se deita com mulher impura.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Levítico 15, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.