Levítico 10

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk hij hen niet geboden had.
1 Nadabe e Abiú, filhos de Arão, pegaram cada um o seu queimador de incenso, colocaram incenso dentro, puseram fogo e apresentaram a Deus, o Senhor , como oferta. Mas não fizeram isso de acordo com as leis de Deus, e por isso ele não aceitou a oferta.
2 Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN.
2 De repente, saiu fogo da presença do Senhor e os matou; e assim os dois morreram ali onde Deus estava.
3 En Mozes zeide tot Aaron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aaron zweeg stil.
3 E Moisés disse a Arão: — Foi isso o que o Mas Arão não disse nada.
4 En Mozes riep Misael en Elzafan, de zonen van Uzziel, de oom van Aaron, en zeide tot hen: Treedt toe, draagt uw broederen weg, van voor het heiligdom tot buiten het leger.
4 Então Moisés chamou Misael e Elzafã, filhos de Uziel, tio de Arão, e disse: — Tirem o corpo dos seus dois parentes da frente da
5 Toen traden zij toe, en droegen hen, in hun rokken, tot buiten het leger, gelijk als Mozes gesproken had.
5 Eles foram, pegaram os corpos pelas túnicas com que estavam vestidos e os levaram para fora do acampamento, como Moisés tinha ordenado.
6 En Mozes zeide tot Aaron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn zonen: Gij zult uw hoofden niet ontbloten, noch uw klederen verscheuren, opdat gij niet sterft, en grote toorn over de ganse vergadering kome; maar uw broederen, het ganse huis van Israel, zullen dezen brand, dien de HEERE aan gestoken heeft, bewenen.
6 Depois Moisés disse a Arão e aos seus filhos Eleazar e Itamar: — Todos os outros israelitas podem ficar de luto pelas mortes que o fogo do
7 Gij zult ook uit de deur van de tent der samenkomst niet uitgaan, opdat gij niet sterft; want de zalfolie des HEEREN is op u. En zij deden naar het woord van Mozes.
7 Não se afastem da entrada da Tenda Sagrada, para que não morram, pois vocês foram ordenados com o azeite sagrado de Deus, o Senhor . E os três fizeram o que Moisés mandou.
8 En de HEERE sprak tot Aaron, zeggende:
8 O Senhor Deus disse a Arão:
9 Wijn en sterken drank zult gij niet drinken, gij, noch uw zonen met u, als gij gaan zult in de tent der samenkomst, opdat gij niet sterft; het zij een eeuwige inzetting onder uw geslachten;
9 — Nem você nem os seus filhos podem entrar na Tenda Sagrada depois de terem bebido vinho ou cerveja; se fizerem isso, morrerão. Todos os seus descendentes também deverão obedecer a essa lei .
10 En om onderscheid te maken tussen het heilige en tussen het onheilige, en tussen het onreine en tussen het reine;
10 Vocês devem estar em condições de fazer diferença entre o que é e o que não é sagrado, e entre o que é impuro e o que é puro .
11 En om den kinderen Israels te leren al de inzettingen, die de HEERE door den dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.
11 E devem ensinar aos israelitas todas as leis que eu, o Senhor , dei a eles por meio de Moisés.
12 En Mozes sprak tot Aaron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn overgebleven zonen: Neemt het spijsoffer, dat van de vuurofferen des HEEREN overgebleven is, en eet hetzelve ongezuurd bij het altaar; want het is een heiligheid der heiligheden.
12 E Moisés disse a Arão e a Eleazar e Itamar, os dois filhos de Arão que ainda estavam vivos: — Peguem a farinha da oferta de cereais que sobrou das ofertas de alimento apresentadas a Deus, o
13 Daarom zult gij dat eten in de heilige plaats, dewijl het uw bescheiden deel en het bescheiden deel uwer zonen uit des HEEREN vuurofferen is; want alzo is mij geboden.
13 Comam os pães num lugar sagrado, pois é a parte do alimento oferecido a Deus que pertence a vocês e aos seus filhos. Foi isso o que o Senhor me ordenou.
14 Ook de beweegborst en den hefschouder zult gij in een reine plaats eten, gij, en uw zonen, en uw dochteren met u; want tot uw bescheiden deel, en uwer zonen bescheiden deel, zijn zij uit de dankofferen der kinderen Israels gegeven.
14 Vocês e as suas famílias têm o direito de comer o peito e a coxa que são apresentados ao Senhor como oferta especial. Essa parte das ofertas de paz feitas pelos israelitas pertence a vocês e aos seus filhos. Comam isso num lugar puro.
15 Den hefschouder en de beweegborst zullen zij nevens de vuurofferen des vets toebrengen, om ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN te bewegen; hetwelk, voor u en uw zonen met u, tot een eeuwige inzetting zijn zal, gelijk als de HEERE geboden heeft.
15 Os israelitas trarão para Deus como oferta especial a coxa e o peito do animal na hora em que a gordura for queimada como alimento oferecido ao Senhor . Essas partes do animal pertencem a vocês e aos seus descendentes para sempre, conforme o Senhor ordenou.
16 En Mozes zocht zeer naarstiglijk den bok des zondoffers; en ziet, hij was verbrand. Dies was hij op Eleazar en op Ithamar, de overgebleven zonen van Aaron, zeer toornig, zeggende:
16 Depois Moisés perguntou onde estava o bode que seria sacrificado como oferta para tirar pecados e ficou sabendo que já tinha sido queimado. Ele ficou muito zangado com Eleazar e Itamar e perguntou:
17 Waarom hebt gij dat zondoffer niet gegeten in de heilige plaats? Want het is een heiligheid der heiligheden, en Hij heeft u dat gegeven, opdat gij de ongerechtigheid der vergadering zoudt dragen, om over die verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN.
17 — Por que vocês não comeram num lugar sagrado a oferta feita para tirar pecados? É uma oferta muito sagrada, e o Senhor a deu a vocês a fim de que a oferecessem na presença de Deus para conseguir o perdão dos pecados do povo.
18 Ziet, deszelfs bloed is niet binnen in het heiligdom gedragen; gij moest dat ganselijk gegeten hebben in het heiligdom, gelijk als ik geboden heb.
18 Já que o sangue do animal sacrificado não foi levado para dentro da Tenda Sagrada, ali é que vocês deveriam ter comido a oferta, conforme a ordem que eu dei.
19 Toen sprak Aaron tot Mozes: Zie, heden hebben zij hun zondoffer en hun brandoffer voor het aangezicht des HEEREN geofferd, en zulke dingen zijn mij wedervaren; en had ik heden het zondoffer gegeten, zou dat goed geweest zijn in de ogen des HEEREN?
19 Arão respondeu: — O povo apresentou hoje a Deus, o
20 Als Mozes dit hoorde, zo was het goed in zijn ogen.
20 E Moisés ficou satisfeito com a resposta de Arão.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Levítico 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.