Josué 6

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 (Jericho nu sloot de poorten toe, en was gesloten, voor het aangezicht van de kinderen Israels; er ging niemand uit, en er ging niemand in.)
1 Os portões da cidade de Jericó estavam muito bem-fechados, para não deixar que os israelitas entrassem. Ninguém podia entrar, nem sair da cidade.
2 Toen zeide de HEERE tot Jozua: Zie, Ik heb Jericho met haar koning en strijdbare helden in uw hand gegeven.
2 O Senhor Deus disse a Josué: — Olhe! Eu estou entregando a você a cidade de Jericó, o seu rei e os seus corajosos soldados.
3 Gij dan allen, die krijgslieden zijt, zult rondom de stad gaan, de stad omringende eenmaal; alzo zult gij doen zes dagen lang.
3 Agora você e os soldados israelitas marcharão em volta da cidade uma vez por dia, durante seis dias.
4 En zeven priesters zullen zeven ramsbazuinen dragen, voor de ark; en gijlieden zult op den zevenden dag de stad zevenmaal omgaan; en de priesters zullen met de bazuinen blazen.
4 Na frente da arca da aliança , irão sete sacerdotes, cada um levando uma corneta de chifre de carneiro. No sétimo dia você e os seus soldados marcharão sete vezes em volta da cidade, e os sacerdotes tocarão as cornetas.
5 En het zal geschieden, als men langzaam met den ramshoorn blaast, als gijlieden het geluid der bazuin hoort, zo zal al het volk juichen met een groot gejuich; dan zal de stadsmuur onder zich vallen, en het volk zal daarin klimmen, een iegelijk tegenover zich.
5 Quando eles derem um toque longo, todo o povo gritará bem alto, e então a muralha da cidade cairá. Aí cada um avançará diretamente para a cidade.
6 Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters, en zeide tot hen: Draagt de ark des verbonds, en dat zeven priesters zeven ramsbazuinen dragen, voor de ark des HEEREN.
6 Josué chamou os sacerdotes e disse: — Carreguem a arca da aliança, e na frente fiquem sete sacerdotes levando cornetas.
7 En tot het volk zeide hij: Trekt door en gaat rondom deze stad; en wie toegerust is, die ga door voor de ark des HEEREN.
7 E disse ao povo: — Comecem a marchar em volta da cidade! E que os soldados marchem na frente da arca da aliança de Deus, o
8 En het geschiedde, gelijk Jozua tot het volk gesproken had, zo gingen de zeven priesters, dragende zeven ramsbazuinen, voor het aangezicht des HEEREN; zij trokken door en bliezen met de bazuinen; en de ark des verbonds des HEEREN volgde hen na;
8 Então, seguindo as ordens de Josué, os sete sacerdotes ficaram na frente da arca e começaram a tocar as cornetas.
9 En wie toegerust was, ging voor het aangezicht der priesteren, die de bazuinen bliezen; en de achtertocht volgde de ark na, terwijl men ging en blies met de bazuinen.
9 Os soldados iam na frente dos sacerdotes que tocavam cornetas, e um grupo de guardas seguia a arca. Durante esse tempo as cornetas tocavam.
10 Jozua nu had het volk geboden, zeggende: Gij zult niet juichen, ja, gij zult uw stem niet laten horen, en geen woord zal er uit uw mond uitgaan, tot op den dag, wanneer ik tot ulieden zeggen zal: Juicht! dan zult gij juichen.
10 Mas Josué tinha dado ordem ao povo para não gritar, nem fazer barulho até que ele mandasse.
11 En hij deed de ark des HEEREN rondom de stad gaan, omringende dezelve eenmaal; toen kwamen zij weder in het leger, en vernachtten in het leger.
11 Aí Josué ordenou que os sacerdotes dessem uma volta ao redor da cidade, carregando a arca da aliança. Depois voltaram ao acampamento e passaram a noite lá.
12 Daarna stond Jozua des morgens vroeg op, en de priesters droegen de ark des HEEREN.
12 No dia seguinte Josué se levantou de madrugada, e os sacerdotes carregaram a arca.
13 En de zeven priesters, dragende de zeven ramsbazuinen voor de ark des HEEREN, gingen voort, en bliezen met de bazuinen; en de toegerusten gingen voor hun aangezichten, en de achtertocht volgde de ark des HEEREN na, terwijl men ging en blies met de bazuinen.
13 Os sete sacerdotes que levavam as sete cornetas iam na frente, tocando sem parar. Os soldados iam na frente deles, e um grupo de guardas seguia a arca. As cornetas não paravam de tocar.
14 Alzo gingen zij eenmaal rondom de stad op den tweeden dag; en zij keerden weder in het leger. Alzo deden zij zes dagen lang.
14 No segundo dia marcharam de novo uma vez em volta da cidade e voltaram ao acampamento. E fizeram isso durante seis dias.
15 En het geschiedde op den zevenden dag, dat zij zich vroeg opmaakten, met het opgaan des dageraads, en zij gingen rondom de stad, naar dezelve wijze, zevenmaal; alleenlijk op dien dag gingen zij zevenmaal rondom de stad.
15 No sétimo dia levantaram-se de madrugada e marcharam em volta da cidade sete vezes no mesmo dia. Foi só nesse dia que deram sete voltas em redor da cidade.
16 En het geschiedde ten zevenden male, als de priesters met de bazuinen bliezen, dat Jozua tot het volk sprak: Juicht, want de HEERE heeft ulieden de stad gegeven!
16 Na sétima volta, quando os sacerdotes acabaram de tocar as cornetas, Josué disse ao povo: — Gritem agora! O
17 Doch deze stad zal den HEERE verbannen zijn, zij en al wat daarin is; alleenlijk zal de hoer Rachab levend blijven, zij en allen, die met haar in het huis zijn, omdat zij de boden, die wij uitgezonden hadden, verborgen heeft.
17 A cidade deve ser destruída, junto com tudo o que há nela, como oferta para Deus. Somente ficará viva a prostituta Raabe e a sua família porque ela escondeu os nossos espiões.
18 Alleenlijk dat gijlieden u wacht van het verbannene, opdat gij u misschien niet verbant, mits nemende van het verbannene, en het leger van Israel niet stelt tot een ban, noch datzelve beroert.
18 Mas não peguem em nada daquilo que vai ser destruído. Se ficarem com qualquer coisa que eu mandei destruir, vocês vão trazer desgraça e destruição ao acampamento israelita.
19 Maar al het zilver en goud, en de koperen en ijzeren vaten, zullen den HEERE heilig zijn; tot den schat des HEEREN zullen zij komen.
19 Mas os objetos de prata, ouro, bronze e ferro serão separados para o Senhor e colocados no seu tesouro.
20 Het volk dan juichte, als zij met de bazuinen bliezen; en het geschiedde, als het volk het geluid der bazuin hoorde, zo juichte het volk met een groot gejuich; en de muur viel onder zich, en het volk klom in de stad, een ieder tegenover zich, en zij namen de stad in.
20 Então os sacerdotes tocaram as cornetas. Logo que o povo ouviu este som, gritou com toda a força, e a muralha caiu. Aí todos subiram, entraram na cidade e a tomaram.
21 En zij verbanden alles, wat in de stad was, van den man tot de vrouw toe, van het kind tot den oude, en tot den os, en het klein vee, en den ezel, door de scherpte des zwaards.
21 E mataram, com as suas espadas, todos os que estavam na cidade: homens e mulheres, crianças e velhos. Também mataram os bois, as ovelhas e os jumentos.
22 Jozua nu zeide tot de twee mannen, de verspieders des lands: Gaat in het huis der vrouw, der hoer, en brengt die vrouw van daar uit, met al wat zij heeft, gelijk als gij haar gezworen hebt.
22 Depois Josué disse aos dois homens que haviam servido como espiões: — Entrem na casa de Raabe, a prostituta, e tragam a família dela para fora, conforme vocês prometeram.
23 Toen gingen de jongelingen, de verspieders, daarin en brachten er Rachab uit, en haar vader, en haar moeder, en haar broeders, en al wat zij had; ook brachten zij uit al haar huisgezinnen, en zij stelden hen buiten het leger van Israel.
23 Eles foram e fizeram sair Raabe, o seu pai, a sua mãe, os seus irmãos e o resto da família. Tiraram todas as pessoas da casa e as puseram do lado de fora do acampamento israelita.
24 De stad nu verbrandden zij met vuur, en al wat daarin was; alleenlijk het zilver en goud, mitsgaders de koperen en ijzeren vaten, gaven zij tot den schat van het huis des HEEREN.
24 Então incendiaram a cidade e queimaram tudo o que havia nela, menos os objetos de ouro, prata, bronze e ferro. Essas coisas foram colocadas no tesouro da casa de Deus, o Senhor .
25 Dus liet Jozua de hoer Rachab leven, en het huisgezin haars vaders, en al wat zij had; en zij heeft gewoond in het midden van Israel tot op dezen dag, omdat zij de boden verborgen had, die Jozua gezonden had, om Jericho te verspieden.
25 Josué deixou que Raabe, a prostituta, e todos os seus parentes ficassem vivos porque ela havia escondido os espiões que ele havia mandado a Jericó. E os descendentes dela vivem no meio do povo de Israel até hoje .
26 En ter zelver tijd bezwoer hen Jozua, zeggende: Vervloekt zij die man voor het aangezicht des HEEREN, die zich opmaken en deze stad Jericho bouwen zal; dat hij ze grondveste op zijn eerstgeborenen zoon, en haar poorten stelle op zijn jongsten zoon!
26 Nessa ocasião Josué amaldiçoou a cidade em nome de Deus, dizendo: — Quem tentar construir de novo esta cidade de Jericó será amaldiçoado pelo Quem puser os alicerces perderá o filho mais velho! Quem colocar os portões perderá o filho mais moço!
27 Alzo was de HEERE met Jozua; en zijn gerucht liep door het ganse land.
27 Assim o Senhor Deus esteve com Josué, e a fama de Josué se espalhou por todo o país.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Josué 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.