Josué 4

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:
1 Quando todo o povo de Israel acabou de atravessar o rio Jordão, o Senhor disse a Josué:
2 Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.
2 — Escolha doze homens, um de cada tribo ,
3 En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.
3 e dê esta ordem: “Peguem doze pedras do meio do rio Jordão, do lugar onde os sacerdotes ficaram parados. Levem essas pedras e coloquem onde acamparem hoje à noite.”
4 Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.
4 Então Josué chamou os doze homens que havia escolhido
5 En Jozua zeide tot hen: Gaat over voor de ark des HEEREN, uws Gods, midden in de Jordaan; en heft u een ieder een steen op zijn schouder, naar het getal der stammen van de kinderen Israels;
5 e disse: — Passem adiante da
6 Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?
6 Essas pedras ajudarão o povo a lembrar daquilo que o Senhor tem feito. No futuro, quando os seus filhos perguntarem o que essas pedras querem dizer,
7 Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.
7 vocês contarão que as águas do Jordão pararam de correr no dia em que a arca da aliança atravessou o rio. Essas pedras farão com que o povo de Israel lembre sempre desse dia.
8 De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels; en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.
8 Os homens fizeram o que Josué mandou. Como o Senhor Deus tinha dito a Josué, eles pegaram do meio do rio Jordão doze pedras, uma para cada tribo de Israel, e as levaram e colocaram no acampamento.
9 Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.
9 Josué também pôs doze pedras no meio do Jordão, no lugar onde os sacerdotes que carregavam a arca haviam parado. Essas pedras ainda estão lá.
10 De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.
10 Os sacerdotes ficaram parados no meio do Jordão até que foi feito tudo o que o Senhor , por meio de Moisés, havia mandado Josué falar ao povo. Então o povo se apressou e atravessou o rio.
11 En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.
11 Quando todos já haviam passado, a arca da aliança e os sacerdotes também passaram e ficaram na frente do povo.
12 En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.
12 Os homens das tribos de Rúben, de Gade e de Manassés do Leste atravessaram antes do resto do povo, prontos para a batalha, conforme Moisés tinha dito.
13 Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.
13 Mais ou menos quarenta mil homens preparados para guerrear marcharam diante de Deus, o Senhor , indo para o lado da planície de Jericó.
14 Te dienzelven dage maakte de HEERE Jozua groot voor de ogen van het ganse Israel; en zij vreesden hem, gelijk als zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen zijns levens.
14 Naquele dia o Senhor fez com que o povo de Israel ficasse sabendo que Josué era um grande homem. E, durante a vida de Josué, eles o respeitaram assim como haviam respeitado a Moisés.
15 De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende:
15 E o Senhor Deus disse a Josué:
16 Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.
16 — Mande sair do rio Jordão os sacerdotes que estão carregando a arca da aliança.
17 Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit de Jordaan.
17 Josué fez isso.
18 En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.
18 E, depois que os sacerdotes saíram do Jordão e pisaram a terra seca, o rio começou a correr de novo e cobriu as margens como antes.
19 Het volk nu was den tiende der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.
19 O povo atravessou o Jordão no dia dez do primeiro mês e acampou em Gilgal, a leste de Jericó.
20 En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.
20 Ali Josué fez um monumento com as doze pedras que havia tirado do Jordão.
21 En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen?
21 E disse ao povo de Israel: — Quando no futuro os filhos perguntarem aos pais o que estas pedras querem dizer,
22 Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.
22 vocês explicarão que o povo de Israel atravessou o rio Jordão em terra seca.
23 Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;
23 O Senhor , o Deus de vocês, secou o Jordão para vocês atravessarem, assim como secou o mar Vermelho para nós passarmos.
24 Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.
24 Por causa disso todos os povos da terra vão conhecer o poder do Senhor , o Deus de vocês, e vocês o respeitarão para sempre.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Josué 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.