Josué 3

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Jozua dan maakte zich des morgens vroeg op, en zij reisden van Sittim, en kwamen tot aan de Jordaan, hij en al de kinderen Israels; en zij vernachtten aldaar, eer zij overtrokken.
1 Josué e todo o povo de Israel se levantaram de madrugada, saíram do acampamento do vale das Acácias e foram até o rio Jordão. Antes de atravessarem o rio, eles acamparam ali.
2 En het geschiedde, dat de ambtlieden, op het einde van drie dagen, door het midden des legers gingen;
2 Três dias depois os líderes passaram pelo meio do acampamento,
3 En zij geboden het volk, zeggende: Wanneer gij de ark des verbonds des HEEREN, uws Gods, ziet, en de Levietische priesters dezelve dragende, verreist gijlieden ook van uw plaats, en volgt haar na;
3 dizendo ao povo: — Quando vocês virem os sacerdotes
4 Dat er nochtans ruimte zij tussen ulieden en tussen dezelve, bij de twee duizend ellen in de maat; en nadert tot dezelve niet; opdat gij dien weg wetet, dien gij gaan zult; want gijlieden zijt door dien weg niet gegaan gisteren en eergisteren.
4 Assim vocês ficarão sabendo para onde ir, pois nunca passaram por esse caminho. Porém não cheguem perto da arca; fiquem longe dela mais ou menos um quilômetro.
5 Jozua zeide ook tot het volk: Heiligt u! want morgen zal de HEERE wonderheden in het midden van ulieden doen.
5 Josué disse ao povo: —
6 Desgelijks sprak Jozua tot de priesters, zeggende: Neemt de ark des verbonds op, en gaat door voor het aangezicht van dit volk. Zij dan namen de ark des verbonds op, en zij gingen voor het aangezicht des volks.
6 Depois disse aos sacerdotes: — Peguem a arca da aliança e vão na frente do povo. E eles fizeram o que Josué mandou.
7 Want de HEERE had tot Jozua gezegd: Dezen dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van gans Israel, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben.
7 Aí o Senhor disse a Josué: — Por causa daquilo que vou fazer hoje, todo o povo de Israel vai saber que você é um grande homem. Eles saberão que, assim como estive com Moisés, também estarei com você.
8 Gij dan zult den priesteren, die de ark des verbonds dragen, gebieden, zeggende: Wanneer gijlieden komt tot aan het uiterste van het water van de Jordaan, staat stil in de Jordaan.
8 Dê aos sacerdotes que estão carregando a arca a seguinte ordem: “Quando chegarem ao rio, parem dentro da água, perto da margem.”
9 Toen zeide Jozua tot de kinderen Israels: Nadert herwaarts, en hoort de woorden des HEEREN, uws Gods.
9 Então Josué disse ao povo: — Venham cá e prestem atenção naquilo que o
10 Verder zeide Jozua: Hieraan zult gijlieden bekennen, dat de levende God in het midden van u is, en dat Hij ganselijk voor uw aangezicht uitdrijven zal de Kanaanieten, en de Hethieten, en de Hevieten, en de Ferezieten, en de Girgazieten, en de Amorieten en de Jebusieten.
10 Pelo que vai acontecer, vocês ficarão sabendo que o Deus vivo está entre vocês e que sem falta expulsará os cananeus, os heteus, os heveus, os perizeus, os girgaseus, os amorreus e os jebuseus.
11 Ziet, de ark des verbonds van den Heere der ganse aarde gaat door voor ulieder aangezicht in de Jordaan.
11 A arca da aliança do Senhor de toda a terra vai atravessar o rio Jordão na frente de vocês.
12 Nu dan, neemt gijlieden u twaalf mannen uit de stammen Israels, uit iederen stam een man;
12 Agora escolham doze homens, um de cada tribo de Israel.
13 Want het zal geschieden, met dat de voetzolen der priesteren, die de ark van den HEERE, den Heere der ganse aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op een hoop blijven staan.
13 Quando os sacerdotes que estão carregando a arca da aliança do Senhor Deus, o Senhor de toda a terra, puserem os pés dentro da água, o Jordão vai parar de correr, e as águas da parte de cima ficarão amontoadas num lugar.
14 En het geschiedde, toen het volk vertrok uit zijn tenten, om over de Jordaan te gaan, zo droegen de priesters de ark des verbonds voor het aangezicht des volks.
14 — ausente —
15 En als zij, die de ark droegen, tot aan de Jordaan gekomen waren, en de voeten der priesteren, dragende de ark, ingedoopt waren in het uiterste van het water (de Jordaan nu was vol al de dagen des oogstes aan al haar oevers);
15 — ausente —
16 Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.
16 ela parou de correr e ficou amontoada na parte de cima do rio até Adã, cidade que fica ao lado de Sartã. Na parte de baixo, o rio secou completamente até o mar Morto. Então o povo passou para o outro lado, perto de Jericó.
17 Maar de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, stonden steevast op het droge, in het midden van de Jordaan; en gans Israel ging over op het droge, totdat al het volk geeindigd had door de Jordaan te trekken.
17 Enquanto os israelitas atravessavam, pisando terra seca, os sacerdotes que levavam a arca ficaram parados no seco, no meio do rio Jordão. E ficaram ali até que todo o povo acabou de passar.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Josué 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.