Josué 18

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 En de ganse vergadering van de kinderen Israels verzamelde zich te Silo, en zij richtten aldaar op de tent der samenkomst, nadat het land voor hen onderworpen was.
1 Reuniu-se toda a congregação dos filhos de Israel em Siló, e ali armaram a tenda da congregação; e a terra estava sujeita diante deles.
2 En er bleven over onder de kinderen Israels, aan dewelken zij hun erfdeel niet uitgedeeld hadden, zeven stammen.
2 Dentre os filhos de Israel ficaram sete tribos que ainda não tinham repartido a sua herança.
3 En Jozua zeide tot de kinderen Israels: Hoe lang houdt gij u zo slap, om voort te gaan, om het land te beerven, hetwelk de HEERE, de God uwer vaderen, u gegeven heeft?
3 Disse Josué aos filhos de Israel: Até quando sereis remissos em passardes para possuir a terra que o Senhor , Deus de vossos pais, vos deu?
4 Geeft voor ulieden drie mannen van elken stam, dat ik ze heenzende, en zij zich opmaken, en het land doorwandelen, en beschrijven hetzelve naar hun erven, en weder tot mij komen.
4 De cada tribo escolhei três homens, para que eu os envie, eles se disponham, e corram a terra, e façam dela um gráfico relativamente à herança das tribos, e se tornem a mim.
5 Zij nu zullen het delen in zeven delen; Juda zal blijven op zijn landpale van het zuiden, en het huis van Jozef zal blijven op zijn landpale van het noorden.
5 Dividirão a terra em sete partes: Judá ficará no seu território, ao sul, e a casa de José, no seu, ao norte.
6 En gijlieden zult het land beschrijven in zeven delen, en tot mij herwaarts brengen, dat ik voor ulieden het lot hier werpe voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods.
6 Em sete partes fareis o gráfico da terra e mo trareis a mim, para que eu aqui vos lance as sortes perante o Senhor , nosso Deus.
7 Want de Levieten hebben geen deel in het midden van ulieden; maar het priesterdom des HEEREN is hun erfdeel. Gad nu, en Ruben, en de halve stam van Manasse, hebben hun erfdeel genomen op gene zijde van de Jordaan, oostwaarts, hetwelk hun Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft.
7 Porquanto os levitas não têm parte entre vós, pois o sacerdócio do Senhor é a sua parte. Gade, e Rúben, e a meia tribo de Manassés já haviam recebido a sua herança dalém do Jordão, para o oriente, a qual lhes deu Moisés, servo do Senhor .
8 Toen maakten zich die mannen op, en gingen heen. En Jozua gebood hun, die heengingen om het land te beschrijven, zeggende: Gaat, en doorwandelt het land, en beschrijft het; komt dan weder tot mij, zo zal ik ulieden hier het lot werpen, voor het aangezicht des HEEREN, te Silo.
8 Dispuseram-se, pois, aqueles homens e se foram, e Josué deu ordem aos que iam levantar o gráfico da terra, dizendo: Ide, correi a terra, levantai-lhe o gráfico e tornai a mim; aqui vos lançarei as sortes perante o Senhor , em Siló.
9 De mannen dan gingen heen, en togen het land door en beschreven het, naar de steden, in zeven delen, in een boek; en kwamen weder tot Jozua in het leger te Silo.
9 Foram, pois, os homens, passaram pela terra, levantaram dela o gráfico, cidade por cidade, em sete partes, num livro, e voltaram a Josué, ao arraial em Siló.
10 Toen wierp Jozua het lot voor hen te Silo, voor het aangezicht des HEEREN. En Jozua deelde aldaar den kinderen Israels het land, naar hun afdelingen.
10 Então, Josué lhes lançou as sortes em Siló, perante o Senhor ; e ali repartiu Josué a terra, segundo as suas divisões, aos filhos de Israel.
11 En het lot van den stam der kinderen van Benjamin kwam op, naar hun huisgezinnen; en de landpale van hun lot ging uit tussen de kinderen van Juda, en tussen de kinderen van Jozef.
11 Saiu a sorte da tribo dos filhos de Benjamim, segundo as suas famílias; e o território da sua sorte caiu entre os filhos de Judá e os filhos de José.
12 En hun landpale was naar den hoek noordwaarts van de Jordaan; en deze landpale gaat opwaarts aan de zijde van Jericho van het noorden, en gaat op door het gebergte westwaarts, en haar uitgangen zijn aan de woestijn van Beth-Aven.
12 O seu limite foi para o lado norte desde o Jordão; subia ao lado de Jericó, para o norte, e subia pela montanha, para o ocidente, para terminar no deserto de Bete-Áven.
13 En van daar gaat de landpale door naar Luz, aan de zijde van Luz, welke is Beth-El, zuidwaarts; en deze landpale gaat af naar Atroth-Addar, aan den berg, die aan de zuidzijde van het benedenste Beth-Horon is.
13 E dali passava o limite a Luz, ao lado de Luz (que é Betel), para o sul; descia a Atarote-Adar, ao pé do monte que está do lado sul de Bete-Horom de baixo.
14 En die landpale strekt en keert zich om, naar den westhoek zuidwaarts van den berg, die tegenover Beth-horon zuidwaarts is, en haar uitgangen zijn aan Kirjath-Baal (welke is Kirjath-Jearim), een stad der kinderen van Juda. Dit is de hoek ten westen.
14 Seguia o limite, e tornava ao lado ocidental, para o sul do monte que está defronte de Bete-Horom, para o sul, e terminava em Quiriate-Baal (que é Quiriate-Jearim), cidade dos filhos de Judá; este era o lado ocidental.
15 De hoek nu ten zuiden is aan het uiterste van Kirjath-Jearim; en deze landpale gaat uit ten westen, en zij komt uit aan de fontein der wateren van Neftoah.
15 O lado do sul começava na extremidade oriental de Quiriate-Jearim e seguia até à fonte das águas de Neftoa;
16 En deze landpale gaat af tot aan het uiterste des bergs, die tegenover het dal van den zoon van Hinnom is, die in het dat der Refaiten is tegen het noorden; en gaat af door het dal van Hinnom, aan de zijde der Jebusieten zuidwaarts, en gaat af aan de fontein van Rogel;
16 descia o limite até à extremidade do monte que está defronte do vale do Filho de Hinom, ao norte do vale dos Refains, e descia pelo vale de Hinom do lado dos jebuseus, para o sul; e baixava a En-Rogel;
17 En strekt zich van het noorden, en gaat uit te En-semes; van daar gaat zij uit naar Geliloth, welke is tegenover den opgang naar Adummim, en zij gaat af aan den steen van Bohan, den zoon van Ruben;
17 volvia-se para o norte, chegava a En-Semes, de onde passava para Gelilote, que está defronte da subida de Adumim, e descia à pedra de Boã, filho de Rúben;
18 En gaat door ter zijde tegenover Araba naar het noorden, en gaat af te Araba.
18 passava pela vertente norte, defronte da planície, e descia à planície.
19 Verder gaat deze landpale door aan de zijde van Beth-hogla noordwaarts, en de uitgangen van deze landpale zijn aan de tong der Zoutzee noordwaarts, aan het uiterste van de Jordaan zuidwaarts. Dit is de zuiderlandpale.
19 Depois, passava o limite até ao lado de Bete-Hogla, para o norte, para terminar na baía do mar Salgado, na desembocadura do Jordão, ao sul; este era o limite do sul.
20 De Jordaan nu bepaalt haar aan den hoek naar het oosten. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, in hun landpalen rondom, naar hun huisgezinnen.
20 Do lado oriental, o Jordão era o seu limite; esta era a herança dos filhos de Benjamim nos seus limites em redor, segundo as suas famílias.
21 De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,
21 As cidades da tribo dos filhos de Benjamim, segundo as suas famílias, eram: Jericó, Bete-Hogla, Emeque-Quesis,
22 En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
22 Bete-Arabá, Zemaraim, Betel,
23 En Haavvim, en Para, en Ofra,
23 Avim, Pará, Ofra,
24 Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
24 Quefar-Amonai, Ofni e Gaba; ao todo, doze cidades com suas aldeias.
25 Gibeon, en Rama, en Beeroth,
25 Gibeão, Ramá, Beerote,
26 En Mizpa, en Chefira, en Moza,
26 Mispa, Cefira, Mosa,
27 En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,
27 Requém, Irpeel, Tarala,
28 En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.
28 Zela, Elefe, Jebus (esta é Jerusalém), Gibeá e Quiriate; ao todo, catorze cidades com suas aldeias; esta era a herança dos filhos de Benjamim, segundo as suas famílias.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Josué 18, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.