Jeremias 48

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Tegen Moab zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, alzo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjathaim is beschaamd, zij is ingenomen; de stad des hogen vertreks is beschaamd en verschrikt.
1 A respeito de Moabe. Assim diz o Senhor dos Exércitos, o Deus de Israel: Ai de Nebo, porque foi destruída! Envergonhada está Quiriataim, já está tomada; a fortaleza está envergonhada e abatida.
2 Moabs roem van Hesbon is er niet meer; zij hebben kwaad tegen haar gedacht, zeggende: Komt, en laat ons haar uitroeien, dat zij geen volk meer zij; ook gij, o Madmen! zult nedergehouwen worden, het zwaard zal achter u heengaan.
2 A glória de Moabe já não é; em Hesbom tramaram contra ela, dizendo: Vinde, e eliminemo-la para que não seja mais povo; também tu, ó Madmém, serás reduzida a silêncio; a espada te perseguirá.
3 Er is een stem des gekrijts van Horonaim; verstoring en een grote breuk!
3 Há gritos de Horonaim: Ruína e grande destruição!
4 Moab is verbroken; haar kleine kinderen hebben een gekrijt laten horen.
4 Destruída está Moabe; seus filhinhos fizeram ouvir gritos.
5 Want in den opgang van Luhith zal geween bij geween opgaan, want in den afgang van Horonaim hebben Moabs wederpartijders een jammergeschrei gehoord.
5 Pela subida de Luíte, eles seguem com choro contínuo; na descida de Horonaim, se ouvem gritos angustiosos de ruína.
6 Vlucht, redt ulieder ziel! en wordt als de heide in de woestijn;
6 Fugi, salvai a vossa vida, ainda que venhais a ser como o arbusto solitário no deserto.
7 Want om uw vertrouwen op uw werken, en op uw schatten, zult gij ook ingenomen worden; en Kamos zal henen uitgaan in gevangenis, zijn priesteren en zijn vorsten te zamen.
7 Pois, por causa da tua confiança nas tuas obras e nos teus tesouros, também tu serás tomada; Quemos sairá para o cativeiro com os seus sacerdotes e os seus príncipes juntamente.
8 Want de verstoorder zal komen over elke stad, dat niet een stad ontkomen zal; en het dal zal verderven, en het effen veld verdelgd worden; want de HEERE heeft het gezegd.
8 Virá o destruidor sobre cada uma das cidades, e nenhuma escapará; perecerá o vale, e se destruirá a campina; porque o Senhor o disse.
9 Geeft Moab vederen, want al vliegende zal zij uitgaan; en haar steden zullen ter verwoesting worden, dat niemand in dezelve wone.
9 Dai asas a Moabe, porque, voando, sairá; as suas cidades se tornarão em ruínas, e ninguém morará nelas.
10 Vervloekt zij, die des HEEREN werk bedriegelijk doet; ja, vervloekt zij, die zijn zwaard van het bloed onthoudt!
10 Maldito aquele que fizer a obra do Senhor relaxadamente! Maldito aquele que retém a sua espada do sangue!
11 Moab is van zijn jeugd aan gerust geweest, en hij heeft op zijn heffe stil gelegen, en is van vat in vat niet geledigd, en heeft niet gewandeld in gevangenis; daarom is zijn smaak in hem gebleven, en zijn reuk niet veranderd.
11 Despreocupado esteve Moabe desde a sua mocidade e tem repousado nas fezes do seu vinho; não foi mudado de vasilha para vasilha, nem foi para o cativeiro; por isso, conservou o seu sabor, e o seu aroma não se alterou.
12 Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik hem vreemde gasten zal toeschikken, die hem in vreemde plaatsen zullen voeren, en zijn vaten ledigen, en hunlieder flessen in stukken slaan.
12 Portanto, eis que vêm dias, diz o Senhor , em que lhe enviarei trasfegadores, que o trasfegarão; despejarão as suas vasilhas e despedaçarão os seus jarros.
13 En Moab zal beschaamd worden vanwege Kamos, gelijk als het huis Israels beschaamd is geworden vanwege Beth-El, hunlieder vertrouwen.
13 Moabe terá vergonha de Quemos, como a casa de Israel se envergonhou de Betel, sua confiança.
14 Hoe zult gij zeggen: Wij zijn helden en dappere mannen ten strijde?
14 Como dizeis: Somos valentes e homens fortes para a guerra?
15 Moab is verstoord, en uit zijn steden opgegaan, en de keur zijner jongelingen is ter slachting afgegaan, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen.
15 Moabe está destruído e subiu das suas cidades, e os seus jovens escolhidos desceram à matança, diz o Rei, cujo nome é Senhor dos Exércitos.
16 Moabs verderf is nabij om te komen, en zijn kwaad haast zeer.
16 Está prestes a vir a perdição de Moabe, e muito se apressa o seu mal.
17 Beklaagt hem, gij allen, die rondom hem zijt, en allen, die zijn naam kent; zegt: Hoe is de sterke staf, de sierlijke stok verbroken?
17 Condoei-vos dele, todos os que estais ao seu redor e todos os que lhe sabeis o nome; dizei: Como se quebrou a vara forte, o cajado formoso!
18 Daal neder uit uw heerlijkheid, en woon in dorst, gij inwoneres, gij dochter van Dibon! want Moabs verstoorder is tegen u opgetogen, hij heeft uw vestingen verdorven.
18 Desce da tua glória e assenta-te em terra sedenta, ó moradora, filha de Dibom; porque o destruidor de Moabe sobe contra ti e desfaz as tuas fortalezas.
19 Sta aan den weg, en zie toe, gij inwoneres van Aroer! Vraag den vluchtenden man en de ontkomene vrouw; zeg: Wat is er geschied?
19 Põe-te no caminho e espia, ó moradora de Aroer; pergunta ao que foge e à que escapa: Que sucedeu?
20 Moab is beschaamd, want hij is verslagen; huilt en krijt! verkondigt te Arnon, dat Moab verstoord is.
20 Moabe está envergonhado, porque foi abatido; uivai e gritai; anunciai em Arnom que Moabe está destruído.
21 En het oordeel is gekomen over het vlakke land; over Holon, en over Jahza, en over Mefaath.
21 Também o julgamento veio sobre a terra da campina, sobre Holom, Jasa e Mefaate,
22 En over Dibon, en over Nebo, en over Beth-Diblathaim,
22 sobre Dibom, Nebo e Bete-Diblataim,
23 En over Kirjathaim, en over Beth-Gamul, en over Beth-Meon,
23 sobre Quiriataim, Bete-Gamul e Bete-Meom,
24 En over Kerioth, en over Bozra; ja, over alle steden van Moabs land, die verre en die nabij zijn.
24 sobre Queriote e Bozra, e até sobre todas as cidades da terra de Moabe, quer as de longe, quer as de perto.
25 Moabs hoorn is afgesneden, en zijn arm verbroken, spreekt de HEERE.
25 Está eliminado o poder de Moabe, e quebrado, o seu braço, diz o Senhor .
26 Maak hem dronken, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen den HEERE; zo zal Moab met de handen klappen in zijn uitspuwsel, en hij zelf zal ook ter belaching zijn.
26 Embriagai-o, porque contra o Senhor se engrandeceu; Moabe se revolverá no seu vômito e será ele também objeto de escárnio.
27 Want is u niet Israel ter belaching geweest? Was hij onder de dieven gevonden, dat gij u zo bewoogt, van den tijd af, dat uw woorden van hem waren?
27 Pois Israel não te foi também objeto de escárnio? Mas, acaso, foi achado entre ladrões, para que meneies a cabeça, falando dele?
28 Verlaat de steden, en woont in de steenrots, gij inwoners van Moab! en wordt gelijk een duif, die in de doorgangen van den mond eens hols nestelt.
28 Deixai as cidades e habitai no rochedo, ó moradora de Moabe; sede como as pombas que se aninham nos flancos da boca do abismo.
29 Wij hebben Moabs hovaardij gehoord (hij is zeer hovaardig), zijn trotsheid, en zijn hovaardij, en zijn hoogmoed, en zijns harten hoogmoed.
29 Ouvimos falar da soberba de Moabe, que de fato é extremamente soberba, da sua arrogância, do seu orgulho, da sua sobranceria e da altivez do seu coração.
30 Ik ken zijn verbolgenheid, spreekt de HEERE, maar niet alzo; zijn grendelen doen het zo niet.
30 Conheço, diz o Senhor , a sua insolência, mas isso nada é; as suas gabarolices nada farão.
31 Daarom zal Ik over Moab huilen, ja, om gans Moab zal Ik krijten; over de lieden van Kir-heres zal men zuchten.
31 Por isso, uivarei por Moabe, sim, gritarei por todo o Moabe; pelos homens de Quir-Heres lamentarei.
32 Boven het geween van Jaezer zal Ik u bewenen, gij wijnstok van Sibma! uw wijnranken zijn over zee gegaan, zij hebben gereikt tot aan Jaezers zee; maar de verstoorder is gevallen op uw zomervruchten en op uw wijnoogst;
32 Mais que a Jazer, te chorarei a ti, ó vide de Sibma; os teus ramos passaram o mar, chegaram até ao mar de Jazer; mas o destruidor caiu sobre os teus frutos de verão e sobre a tua vindima.
33 Zodat de blijdschap en verheuging uit het vruchtbare veld, namelijk uit Moabs land, weggenomen is; want Ik heb den wijn doen ophouden uit de kuipen; men zal geen druiven treden met vreugdegeschrei; het vreugdegeschrei zal geen vreugdegeschrei zijn.
33 Tirou-se, pois, o folguedo e a alegria do campo fértil e da terra de Moabe; pois fiz cessar nos lagares o vinho; já não pisarão uvas com júbilo; o júbilo não será júbilo.
34 Vanwege Hesbons gekrijt tot Eleale toe, tot Jahaz toe, hebben zij hun stem verheven, van Zoar tot aan Horonaim, die driejarige vaarze; want ook de wateren van Nimrim zullen tot verwoestingen worden.
34 Ouve-se o grito de Hesbom até Eleale e Jasa, e de Zoar se dão gritos até Horonaim e Eglate-Selisias; porque até as águas do Ninrim se tornaram em assolação.
35 En Ik zal in Moab doen ophouden, spreekt de HEERE, dien, die op de hoogte offert, en die zijn goden rookt.
35 Farei desaparecer de Moabe, diz o Senhor , quem sacrifique nos altos e queime incenso aos seus deuses.
36 Daarom zal Mijn hart over Moab getier maken als de fluiten; ook zal Mijn hart over de lieden van Kir-heres getier maken als de fluiten, omdat het overschot, dat hij gemaakt had, verloren is.
36 Por isso, o meu coração geme como flautas por causa de Moabe, e como flautas geme por causa dos homens de Quir-Heres; porquanto já se perdeu a abundância que ajuntou.
37 Want alle hoofden zijn kaal, en alle baarden afgekort; op alle handen zijn insnijdingen, en op de lenden is een zak.
37 Porque toda cabeça ficará calva, e toda barba, rapada; sobre todas as mãos haverá incisões, e sobre os lombos, pano de saco.
38 Op alle daken van Moab, en op al haar straten is overal misbaar; want Ik heb Moab verbroken als een vat, waar men geen lust aan heeft, spreekt de HEERE.
38 Sobre todos os eirados de Moabe e em todas as suas praças há pranto, porque fiz Moabe em pedaços, como vasilha de barro que não agrada, diz o Senhor . Como está desfalecido!
39 Hoe is hij verslagen! zij huilen; hoe heeft Moab den nek met schaamte gewend! Alzo zal Moab allen, die rondom hem zijn, tot belaching en tot een ontzetting worden.
39 Como uivam! Como, de vergonha, virou Moabe as costas! Assim, se tornou Moabe objeto de escárnio e de espanto para todos os que estão em seu redor.
40 Want zo zegt de HEERE: Ziet, hij zal snel vliegen als een arend, en hij zal zijn vleugelen over Moab uitbreiden.
40 Porque assim diz o Senhor : Eis que voará como a águia e estenderá as suas asas contra Moabe.
41 Elk een der steden is gewonnen, en elk een der vastigheden is ingenomen; en het hart van Moabs helden zal te dien dage wezen, als het hart ener vrouw, die in nood is.
41 São tomadas as cidades, e ocupadas, as fortalezas; naquele dia, o coração dos valentes de Moabe será como o coração da mulher que está em dores de parto.
42 Want Moab zal verdelgd worden, dat hij geen volk zij, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen den HEERE.
42 Moabe será destruído, para que não seja povo, porque se engrandeceu contra o Senhor .
43 De vreze, en de kuil, en de strik, over u, gij inwoner van Moab! spreekt de HEERE.
43 Terror, cova e laço vêm sobre ti, ó moradora de Moabe, diz o Senhor .
44 Die van de vreze ontvliedt, zal in den kuil vallen, en die uit den kuil opkomt, zal in den strik gevangen worden; want Ik zal over haar, over Moab, het jaar van hunlieder bezoeking brengen, spreekt de HEERE.
44 Quem fugir do terror cairá na cova, e, se sair da cova, o laço o prenderá; porque trarei sobre ele, sobre Moabe, o ano do seu castigo.
45 Die voor des vijands macht vluchtten, bleven staan in de schaduw van Hesbon; maar een vuur is uitgegaan van Hesbon, en een vlam van tussen Sihon, en heeft de hoeken van Moab en den schedel der kinderen van het gedruis verteerd.
45 Os que fogem param sem forças à sombra de Hesbom; porém sai fogo de Hesbom e labareda do meio de Seom e devora as têmporas de Moabe e o alto da cabeça dos filhos do tumulto.
46 Wee u, Moab! het volk van Kamos is verloren; want uw zonen zijn weggenomen in gevangenis; ook zijn uw dochters in gevangenis.
46 Ai de ti, Moabe! Pereceu o povo de Quemos, porque teus filhos ficaram cativos, e tuas filhas, em cativeiro.
47 Maar in het laatste der dagen, zal Ik Moabs gevangenis wenden, spreekt de HEERE. Tot hiertoe is Moabs oordeel.
47 Contudo, mudarei a sorte de Moabe, nos últimos dias, diz o Senhor . Até aqui o juízo contra Moabe.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jeremias 48, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.