Jeremias 35

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:
1 Palavra que foi dita a Jeremias da parte do Senhor , nos dias de Jeoaquim, filho de Josias, rei de Judá:
2 Ga henen tot der Rechabieten huis, en spreek met hen, en breng hen in des HEEREN huis, in een der kameren, en geef hun wijn te drinken.
2 — Vá à casa dos recabitas, fale com eles, leve-os à Casa do Senhor , a uma das câmaras, e ofereça-lhes vinho para beber.
3 Toen nam ik Jaazanja, den zoon van Jeremia, den zoon van Habazzinja, mitsgaders zijn broederen, en al zijn zonen, en het ganse huis der Rechabieten;
3 Então fui falar com Jazanias, filho de Jeremias, filho de Habazinias, com os irmãos dele, com todos os filhos dele e com toda a casa dos recabitas,
4 En bracht hen in des HEEREN huis, in de kamer der zonen van Hanan, den zoon van Jigdalia, den man Gods; welke is bij de kamer der oversten, die daar is boven de kamer van Maaseja, den zoon van Sallum, den dorpelbewaarder.
4 e os levei à Casa do Senhor , à câmara dos filhos de Hanã, filho de Jigdalias, homem de Deus. Esta câmara ficava junto à câmara dos oficiais e sobre a câmara de Maaseias, filho de Salum, guarda da porta.
5 En ik zette den kinderen van het huis der Rechabieten koppen vol wijn en bekers voor; en ik zeide tot hen: Drinkt wijn.
5 Então pus jarras cheias de vinho e copos diante dos filhos da casa dos recabitas e lhes disse: — Bebam!
6 Maar zij zeiden: Wij zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden, zeggende: Gijlieden zult geen wijn drinken, gij, noch uw kinderen, tot in eeuwigheid.
6 Mas eles disseram: — Não beberemos vinho, porque Jonadabe, filho de Recabe, nosso pai, nos ordenou: “Nunca bebam vinho, nem vocês nem os seus filhos.
7 Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar gij zult in tenten wonen al uw dagen; opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.
7 Não construam casas, não façam plantações, não cultivem nem possuam vinhas. Morem a vida inteira em tendas, para que vocês vivam muitos dias sobre a terra em que são estrangeiros.”
8 Zo hebben wij der stemme van Jonadab, den zoon van Rechab, onzen vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochteren;
8 E nós temos obedecido à voz de Jonadabe, filho de Recabe, nosso pai, em tudo o que ele nos ordenou. Nunca bebemos vinho, nem nós, nem nossas mulheres, nem nossos filhos, nem nossas filhas.
9 En dat wij geen huizen bouwen tot onze woning; ook hebben wij geen wijngaard, noch veld, noch zaad;
9 Não construímos casas para morar. Não temos vinhas, nem campos, nem plantações.
10 En wij hebben in tenten gewoond; alzo hebben wij gehoord en gedaan naar alles, wat ons onze vader Jonadab geboden heeft.
10 Temos morado em tendas, e, assim, temos obedecido e feito tudo o que o nosso pai Jonadabe nos ordenou.
11 Maar het is geschied, als Nebukadrezar, de koning van Babel, naar dit land optoog, dat wij zeiden: Komt, en laat ons naar Jeruzalem trekken vanwege het heir der Chaldeen, en vanwege het heir der Syriers; alzo zijn wij te Jeruzalem gebleven.
11 Mas, quando Nabucodonosor, rei da Babilônia, começou a marchar contra esta terra, dissemos: “Venham, vamos nos refugiar em Jerusalém, por causa do exército dos caldeus e dos sírios.” E assim ficamos em Jerusalém.
12 Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
12 Então a palavra do Senhor veio a Jeremias, dizendo:
13 Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ga henen en zeg tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem: Zult gijlieden geen tucht aannemen, dat gij hoort naar Mijn woorden? spreekt de HEERE.
13 — Assim diz o Senhor dos Exércitos, o Deus de Israel: Vá e diga ao povo de Judá e aos moradores de Jerusalém: “Será que vocês nunca vão aceitar a minha advertência para obedecer às minhas palavras? — diz o Senhor .
14 De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen wijn gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.
14 As palavras de Jonadabe, filho de Recabe, que ordenou a seus filhos que não bebessem vinho, foram guardadas; eles não bebem vinho até o dia de hoje, porque obedecem às ordens de seu pai. A mim, porém, que tenho falado a vocês sempre de novo, vocês não obedecem.
15 En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.
15 Sempre de novo eu enviei todos os meus servos, os profetas, dizendo: ‘Convertam-se agora, cada um de vocês, do seu mau caminho, corrijam as suas ações, não sigam outros deuses para servi-los, e assim vocês ficarão na terra que eu dei a vocês e aos seus pais.’ Mas vocês não me deram ouvidos, nem atenderam.
16 Dewijl dan de kinderen van Jonadab, den zoon van Rechab, het gebod huns vaders, dat hij hun geboden heeft, bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort;
16 Os filhos de Jonadabe, filho de Recabe, guardaram o mandamento de seu pai, que ele lhes deu, mas este povo não me obedeceu.
17 Daarom alzo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal over Juda en over alle inwoners van Jeruzalem brengen al het kwaad, dat Ik tegen hen gesproken heb; omdat Ik tot hen gesproken heb, maar zij niet gehoord hebben, en Ik tot hen geroepen heb, maar zij niet hebben geantwoord.
17 Por isso, assim diz o Senhor , o Deus dos Exércitos, o Deus de Israel: Eis que trarei sobre Judá e sobre todos os moradores de Jerusalém todo o mal que falei contra eles. Porque lhes falei e eles não me obedeceram, chamei e eles não responderam.”
18 Tot het huis nu der Rechabieten zeide Jeremia: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Omdat gijlieden het gebod van uw vader Jonadab zijt gehoorzaam geweest, en hebt al zijn geboden bewaard, en gedaan naar alles, wat hij ulieden geboden heeft;
18 E à casa dos recabitas Jeremias disse: — Assim diz o
19 Daarom alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zal Jonadab, den zoon van Rechab, niet worden afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht sta, al de dagen.
19 Por isso, assim diz o Senhor dos Exércitos, o Deus de Israel: Nunca faltará a Jonadabe, filho de Recabe, um descendente homem para me servir.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jeremias 35, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.