Jeremias 18

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:
1 O Senhor Deus me disse:
2 Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.
2 — Desça até a casa onde fazem potes de barro, e lá eu lhe darei a minha mensagem.
3 Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.
3 Então eu fui e encontrei o oleiro trabalhando com o barro sobre a roda de madeira.
4 En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.
4 Quando o pote que o oleiro estava fazendo não ficava bom, ele pegava o barro e fazia outro, conforme queria.
5 Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
5 Aí o Senhor me disse:
6 Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!
6 — Será que eu não posso fazer com o povo de Israel o mesmo que o oleiro faz com o barro? Vocês estão nas minhas mãos assim como o barro está nas mãos do oleiro. Sou eu, o Senhor , quem está falando.
7 In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;
7 Em qualquer momento, posso dizer que vou arrancar, derrubar ou destruir qualquer nação ou reino.
8 Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.
8 Mas, se essa nação ou esse reino abandonar a sua maldade, então eu mudarei de ideia a respeito daquilo que tinha prometido fazer.
9 Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten;
9 Mas eu também posso dizer que vou fundar ou construir qualquer nação ou reino.
10 Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.
10 Mas, se essa nação fizer o que é mau e não me obedecer, então eu mudarei de ideia a respeito daquilo que tinha prometido fazer.
11 Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.
11 Portanto, Jeremias, diga ao povo de Judá e aos moradores de Jerusalém que estou fazendo planos contra eles e me preparando para castigá-los. Diga que deixem de fazer o que é mau e que melhorem a sua maneira de viver e de agir.
12 Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.
12 Eles vão responder: “Não adianta; nós vamos seguir os nossos planos. Todos nós vamos agir de acordo com a teimosia e a maldade do nosso coração.”
13 Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israels doet een zeer afschuwelijke zaak.
13 “Portanto, eu, o Senhor , digo: Perguntem a todas as nações se, por acaso, já houve alguma coisa igual. O povo de Israel fez uma coisa horrível!
14 Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?
14 Será que alguma vez deixou de haver neve nas altas rochas dos montes Líbanos? Por acaso, secam as suas águas frias que correm montanha abaixo?
15 Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;
15 Mas o meu povo tem esquecido de mim e queima incenso aos ídolos. No caminho em que deviam andar, eles tropeçam. Não seguem os caminhos antigos, mas vão por atalhos que não estão marcados.
16 Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.
16 Eles fizeram desta terra uma coisa horrorosa, que será desprezada para sempre. Todos os que passarem ficarão espantados e balançarão a cabeça.
17 Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.
17 Eu espalharei o meu povo diante dos inimigos, como o pó que é soprado pelo vento leste. Virarei as costas para eles e não os ajudarei quando a desgraça chegar.”
18 Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!
18 Aí o povo disse: — Vamos dar um jeito de nos livrarmos de Jeremias! Pois sempre haverá sacerdotes para nos ensinar, sábios para nos dar conselhos e
19 HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.
19 Então eu orei assim: — Ó
20 Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.
20 Por acaso, é com o mal que se paga o bem? No entanto, eles cavaram um buraco para que eu caia nele. Lembra que fui falar contigo em favor deles, pedindo que não fizesses nada contra eles enquanto estavas irado .
21 Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
21 Mas, agora, ó Deus, deixa que os filhos deles morram de fome ou que sejam mortos na guerra. Que as mulheres percam os seus maridos e filhos, que os homens morram de doenças, e que os moços sejam mortos na guerra!
22 Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.
22 Manda que uma quadrilha ataque de surpresa as suas casas e que eles gritem de medo. Pois cavaram um buraco para eu cair nele e armaram armadilhas para me pegar.
23 Doch Gij, HEERE! weet al hun raad tegen mij ten dode; maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns.
23 Mas tu, ó Senhor , conheces todos os planos que eles fizeram para me matar. Não perdoes a maldade deles; não apagues o seu pecado. Joga-os no chão, derrotados. Trata-os assim enquanto estás irado.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jeremias 18, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.