Jó 39

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen?
1 “Você sabe o tempo em que as cabras-monteses têm os filhos ou cuidou das corças quando dão suas crias?
2 Als zij nederbukken in de holen, en in den kuil zitten, ter loering?
2 Pode contar os meses que cumprem? Ou sabe o tempo do seu parto?
3 Wie bereidt de raaf haar kost, als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen, omdat er geen eten is?
3 Elas se encurvam para terem seus filhos, e lançam de si as suas dores.
4 Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?
4 Seus filhos se tornam robustos, crescem no campo aberto, saem e nunca mais voltam para elas.
5 Zult gij de maanden tellen, die zij vervullen, en weet gij den tijd van haar baren?
5 Quem pôs em liberdade o jumento selvagem? Quem soltou as suas cordas?
6 Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?
6 Eu lhe dei o deserto por casa e a terra salgada por morada.
7 Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.
7 Ele se ri do tumulto da cidade, não ouve os gritos do guia.
8 Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?
8 Os montes são o lugar do seu pasto, e anda à procura de tudo o que está verde.
9 Dien Ik de wildernis tot zijn huis besteld heb, en het ziltige tot zijn woningen.
9 Será que o boi selvagem aceitará trabalhar para você? Será que ele passará a noite junto da sua manjedoura?
10 Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.
10 Por acaso você consegue prendê-lo ao arado com cordas? Ou irá ele atrás de você para desfazer os torrões nos campos do vale?
11 Dat hij uitspeurt op de bergen, is zijn weide; en hij zoekt allerlei groensel na.
11 Você vai confiar nele, por causa da grande força que ele tem, ou deixará o seu trabalho por conta dele?
12 Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij vernachten aan uw kribbe?
12 Você acredita que ele trará para casa o que você semeou e o recolherá na sua eira?”
13 Zult gij den eenhoorn met zijn touw aan de voren binden? Zal hij de laagten achter u eggen?
13 “A avestruz bate alegre as asas, como se tivesse asas e plumagem de cegonha.
14 Zult gij op hem vertrouwen, omdat zijn kracht groot is, en zult gij uw arbeid op hem laten?
14 Ela põe os seus ovos no chão e deixa que sejam chocados na areia,
15 Zult gij hem geloven, dat hij uw zaad zal wederbrengen, en vergaderen tot uw dorsvloer?
15 e se esquece de que algum pé os pode esmagar ou de que os animais do campo podem pisá-los.
16 Zijn an u de verheugelijke vleugelen der pauwen? Of de vederen des ooievaars, en des struisvogels?
16 Trata com dureza os seus filhos, como se não fossem seus. Embora seja em vão o seu trabalho, ela está tranquila,
17 Dat zij haar eieren in de aarde laat, en in het stof die verwarmt.
17 porque Deus lhe negou sabedoria e não lhe deu entendimento.
18 En vergeet, dat de voet die drukken kan, en de dieren des velds die vertrappen kunnen?
18 Mas, quando de um salto se levanta para correr, ri do cavalo e do cavaleiro.”
19 Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.
19 “Por acaso foi você quem deu força ao cavalo ou revestiu o seu pescoço de crinas?
20 Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.
20 É você quem o faz pular como gafanhoto? Terrível é o fogoso respirar das suas ventas.
21 Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.
21 Escarva no vale, satisfeito com a sua força, e sai ao encontro dos inimigos.
22 Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?
22 Zomba do medo e não se espanta; não recua por causa da espada.
23 Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking.
23 Sobre ele balança a aljava, cintila a lança e o dardo.
24 Het graaft in den grond, en het is vrolijk in zijn kracht; en trekt uit, den geharnaste tegemoet.
24 Com ímpeto e fúria vai engolindo as distâncias e não se contém ao som do clarim.
25 Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.
25 A cada toque do clarim ele diz: ‘Avante!’ Cheira de longe a batalha, o grito dos comandantes e o alarido de guerra.”
26 Tegen hem ratelt de pijlkoker, het vlammig ijzer des spies en der lans.
26 “Será que é pela inteligência que você tem que o falcão voa, estendendo as suas asas para o Sul?
27 Met schudding en beroering slokt het de aarde op, en gelooft niet, dat het is het geluid der bazuin.
27 Ou é por uma ordem sua que a águia sobe e faz o seu ninho lá no alto?
28 In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.
28 Ela mora no penhasco onde faz a sua morada, no alto do penhasco, em lugar seguro.
29 Vliegt de sperwer door uw verstand, en breidt hij zijn vleugelen uit naar het zuiden?
29 Dali, descobre a presa; seus olhos a avistam de longe.
30 Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]
30 Seus filhotes chupam sangue; onde há mortos, ali ela está.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 39, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.