Jó 10

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Mijn ziel is verdrietig over mijn leven; ik zal mijn klacht op mij laten; ik zal spreken in bitterheid mijner ziel.
1 “Estou cansado de viver. Vou me desabafar e falar da amargura que tenho no coração.
2 Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.
2 Ó Deus, não me condenes! Dize-me de que me acusas!
3 Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?
3 Tu mesmo me criaste. Como, então, podes ter prazer em me maltratar e desprezar e em aprovar os planos dos maus?
4 Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?
4 Por acaso, tens olhos, como nós? Será que vês as coisas como nós vemos?
5 Zijn Uw dagen als de dagen van een mens? Zijn Uw jaren als de dagen eens mans?
5 Por acaso, a tua vida é tão curta como a nossa? Será que vives tão pouco quanto os seres humanos?
6 Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?
6 Então por que procuras saber de todos os meus pecados? Por que te informas das maldades que cometi?
7 Het is Uw wetenschap, dat ik niet goddeloos ben; nochtans is er niemand, die uit Uw hand verlosse.
7 Pois sabes que não sou culpado e que ninguém pode me salvar das tuas mãos.
8 Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij.
8 “As tuas mãos me fizeram, me deram forma e agora essas mesmas mãos me destroem.
9 Gedenk toch, dat Gij mij als leem bereid hebt, en mij tot stof zult doen wederkeren.
9 Lembra que me fizeste de barro; vais me fazer virar pó outra vez?
10 Hebt Gij mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen?
10 Tu fizeste com que o meu pai e a minha mãe me gerassem, que me dessem a vida.
11 Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten;
11 Formaste o meu corpo de ossos e nervos e os cobriste com carne e pele.
12 Benevens het leven hebt Gij weldadigheid aan mij gedaan, en Uw opzicht heeft mijn geest bewaard.
12 Tu me deste vida e me deste amor, e os teus cuidados me conservam vivo.
13 Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.
13 Mas agora sei que no teu coração tinhas este plano secreto:
14 Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.
14 tu querias ver se eu ia pecar para depois me negares o teu perdão.
15 Zo ik goddeloos ben, wee mij! En ben ik rechtvaardig, ik zal mijn hoofd niet opheffen; ik ben zat van schande, maar aanzie mijn ellende.
15 Se sou culpado, estou perdido; se sou inocente, não tenho coragem para levantar a cabeça, pois fico envergonhado quando olho para a minha desgraça.
16 Want zij verheft zich; gelijk een felle leeuw jaagt Gij mij; Gij keert weder en stelt U wonderlijk tegen mij.
16 Se levanto a cabeça, orgulhoso da minha inocência, tu, como um leão, me persegues; e até fazes milagres para me destruir.
17 Gij vernieuwt Uw getuigen tegenover mij, en vermenigvuldigt Uw toorn tegen mij; verwisselingen, ja, een heirleger, zijn tegen mij.
17 Tu sempre tens testemunhas que me acusam; a tua e tu me atacas sem parar, como se fosses um exército.
18 En waarom hebt Gij mij uit de baarmoeder voortgebracht? Och, dat ik den geest gegeven had, en geen oog mij gezien had!
18 “Ó Deus, por que me deixaste nascer? Eu deveria ter morrido antes mesmo que alguém me visse.
19 Ik zou zijn, alsof ik niet geweest ware; van moeders buik zou ik tot het graf gebracht zijn geweest.
19 Eu teria ido do ventre da minha mãe para a sepultura, teria sido como se nunca tivesse existido.
20 Zijn mijn dagen niet weinig? Houd op, zet van mij af, dat ik mij een weinig verkwikke;
20 A minha vida está chegando ao fim. Então me deixa em paz! Deixa que eu tenha um pouco de alegria
21 Eer ik henenga (en niet wederkom) in een land der duisternis en der schaduwe des doods;
21 antes que me vá na viagem que não tem volta, antes que vá para o país da escuridão e das trevas,
22 Een stikdonker land, als de duisternis zelve, de schaduwe des doods, en zonder ordeningen, en het geeft schijnsel als de duisternis.
22 para o país das sombras e da desordem, onde a própria luz é como a escuridão.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.