Isaías 45

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden:
1 Assim diz o Senhor ao seu ungido, a Ciro, a quem tomo pela mão direita, para submeter as nações diante dele, para desarmar os reis, e para abrir diante dele os portões, que não se fecharão:
2 Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.
2 “Eu irei adiante de você, endireitarei os caminhos tortuosos, quebrarei os portões de bronze e despedaçarei as trancas de ferro.
3 En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die u bij uw naam roept, de God van Israel;
3 Darei a você os tesouros escondidos e as riquezas encobertas, para que você saiba que eu sou o o Deus de Israel, que o chama pelo seu nome.
4 Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israels, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet.
4 Por amor do meu servo Jacó e de Israel, meu escolhido, eu o chamei pelo seu nome e lhe dei um título de honra, mesmo que você não me conheça.”
5 Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent.
5 “Eu sou o Senhor , e não há outro; além de mim não há Deus; eu o cingirei, mesmo que você não me conheça.
6 Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en niemand meer.
6 Para que se saiba, desde o nascente do sol até o poente, que além de mim não há outro; eu sou o
7 Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
7 Eu formo a luz e crio as trevas; promovo a paz e crio os conflitos; eu, o faço todas estas coisas.”
8 Drupt, gij hemelen! van boven af, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid; en de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruiten; Ik, de HEERE, heb ze geschapen.
8 “Que os céus gotejem lá do alto, e as nuvens chovam justiça; que a terra se abra e produza a salvação, e juntamente com ela brote a justiça; eu, o
9 Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
9 Ai daquele que discute com o seu Criador, sendo um simples caco entre outros cacos de barro! Será que o barro pergunta ao oleiro: “O que você está fazendo?” Ou diz: “Este seu vaso não tem alça!”
10 Wee dien, die tot den vader zegt: Wat genereert gij? en tot de vrouw: Wat baart gij?
10 Ai daquele que diz ao seu pai: “Por que você gerou?” E à sua mãe: “Por que você deu à luz?”
11 Alzo zegt de HEERE, de Heilige Israels, en deszelfs Formeerder: Zij hebben Mij van toekomende dingen gevraagd; van Mijn kinderen, zoudt gij Mij van het werk Mijner handen bevel geven?
11 Assim diz o Senhor , o Santo de Israel, que formou o seu povo: “Por acaso vocês querem saber as coisas futuras? Querem dar ordens a respeito de meus filhos e a respeito das obras das minhas mãos?
12 Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven.
12 Eu fiz a terra e criei nela o ser humano; as minhas mãos estenderam os céus, e a todos os seus exércitos dei as minhas ordens.
13 Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen.
13 Eu, na minha justiça, suscitei Ciro e endireitarei todos os seus caminhos. Ele reconstruirá a minha cidade e libertará os meus exilados, não por preço nem por presentes”, diz o
14 Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeers, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.
14 Assim diz o Senhor : “A riqueza do Egito, as mercadorias da Etiópia e os sabeus, homens de grande estatura, lhe serão entregues e serão seus. Eles o seguirão, presos com correntes, se prostrarão diante de você e lhe farão as suas súplicas, dizendo: ‘Certamente Deus está com você, e não há outro que seja Deus.’”
15 Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland.
15 Verdadeiramente tu és um Deus que se esconde, ó Deus de Israel, ó Salvador.
16 Zij zullen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen; te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken.
16 Ficarão envergonhados e serão humilhados todos os que fabricam ídolos; juntos ficarão cobertos de vergonha.
17 Maar Israel wordt verlost door den HEERE, met een eeuwige verlossing; gijlieden zult niet beschaamd noch tot schande worden, tot in alle eeuwigheden.
17 Israel, porém, será salvo pelo com salvação eterna; vocês não serão envergonhados nem humilhados, por toda a eternidade.
18 Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer.
18 Porque assim diz o Senhor , que criou os céus — e ele é o único Deus; que formou a terra e a fez — ele a estabeleceu; ele não a criou para ser um caos, mas para ser habitada: “Eu sou o
19 Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij te vergeefs; Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.
19 Não falei em segredo, nem em algum lugar escuro da terra; eu não disse à descendência de Jacó: ‘Busquem-me em vão’; eu, o e proclamo o que é direito.”
20 Verzamelt u, en komt, treedt hier toe samen, gijlieden, die van de heidenen ontkomen zijt! Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden, die niet verlossen kan.
20 “Reúnam-se e venham; aproximem-se todos juntos, vocês que escaparam das nações. Não sabem nada os que carregam as suas imagens de madeira e fazem súplicas a um deus que não pode salvar.
21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.
21 Declarem e apresentem as suas razões. Que tomem conselho uns com os outros. Quem fez ouvir isto desde a antiguidade? Quem desde aquele tempo o anunciou? Será que não fui eu, o Pois não há outro Deus, além de mim, Deus justo e Salvador não há além de mim.”
22 Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.
22 “Voltem-se para mim e sejam salvos, vocês, todos os confins da terra; porque eu sou Deus, e não há outro.
23 Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.
23 Por mim mesmo tenho jurado; da minha boca saiu o que é justo, e a minha palavra não tornará atrás. Diante de mim se dobrará todo joelho, e jurará toda língua.
24 Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn.
24 De mim se dirá: ‘Tão somente no há justiça e força.’ Até ele virão e serão envergonhados todos os que se irritarem contra ele.
25 Maar in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het ganse zaad van Israel.
25 Mas no Senhor será justificada toda a descendência de Israel e nele se gloriará.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Isaías 45, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.