Isaías 19

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 De last van Egypte. Ziet, de HEERE rijdt op een snelle wolk, en Hij zal in Egypte komen; en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, en het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen.
1 Esta é a mensagem contra o Egito: O vai indo depressa para o Egito. Os ídolos daquele país tremerão diante dele, e todos os egípcios ficarão com medo.
2 Want Ik zal de Egyptenaren tegen de Egyptenaren verwarren, dat zij zullen strijden een iegelijk tegen zijn broeder, en een iegelijk tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk.
2 O Senhor Deus diz: “Vou atiçar os egípcios uns contra os outros; irmão lutará contra irmão, vizinho contra vizinho, cidade contra cidade,
3 En de geest der Egyptenaren zal uitgeledigd worden in het binnenste van hen, en hun raad zal Ik verslinden; dan zullen zij hun afgoden vragen, en den bezweerders, en den waarzeggers, en den duivelskunstenaars.
3 Os egípcios perderão a coragem, e eu farei com que os seus planos fracassem. Então eles consultarão os ídolos e os adivinhos, os médiuns e os feiticeiros.
4 En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere HEERE der heirscharen.
4 Mas eu entregarei os egípcios nas mãos de um rei mau, e ele os governará com crueldade. Eu, o
5 En zij zullen de wateren uit de zee doen vergaan, en de rivier zal verzijpen en verdrogen.
5 As águas do Nilo vão baixar; o rio vai ficar completamente seco.
6 Zij zullen ook de rivieren verre terugdrijven, zij zullen ze uithozen, en de gedamde stromen opdrogen; het riet en het schilf zullen verwelken.
6 As águas irão baixando; os canais do rio ficarão todos secos e vão cheirar mal. Nas margens, as taboas e os
7 Het papiergewas bij de stromen, aan de oevers der stromen, en al het gezaaide aan de stromen, zal verdrogen; het zal weggestoten worden, en niet meer zijn.
7 todas as outras plantas também morrerão, e as plantações das beiras do rio secarão. Tudo o que foi plantado será levado pelo vento e desaparecerá.
8 En de vissers zullen treuren, en allen, die den angel in de stromen werpen, zullen rouw maken; en die het werpnet uitbreiden op de wateren, zullen kwijnen.
8 Os pescadores ficarão desanimados e chorarão; os seus anzóis e as suas redes não prestarão para nada.
9 En de werkers in het fijne vlas zullen beschaamd worden, ook de wevers van de witte stof.
9 Os que fazem tecidos de linho ficarão aflitos;
10 En zij zullen met hun fondamenten verbrijzeld worden, allen, die voor loon lustige staande wateren maken.
10 os tecelões e os artesãos cairão no desespero.
11 Gewisselijk, de vorsten van Zoan zijn dwazen, de raad der wijzen, der raadgevers van Farao, is onvernuftig geworden; hoe kunt gijlieden dan zeggen tot Farao; Ik ben een zoon der wijzen, een zoon der oude koningen?
11 As autoridades da cidade de Zoã não têm juízo; os sábios conselheiros do rei lhe dão conselhos tolos. Como é que vocês se atrevem a dizer ao rei: “Somos descendentes dos antigos sábios; os nossos antepassados eram reis”?
12 Waar zijn nu uw wijzen? Dat zij u nu te kennen geven of vernemen, wat de HEERE der heirscharen beraadslaagd heeft tegen Egypte.
12 Rei do Egito, onde estão agora os seus sábios? Que eles lhe digam o que é que o está planejando fazer contra o Egito!
13 De vorsten van Zoan zijn zot geworden, de vorsten van Nof zijn bedrogen; zij zullen ook Egypte doen dwalen, tot den uitersten hoek zijner stammen.
13 As autoridades de Zoã perderam o juízo, e as da cidade de Mênfis estão enganadas. Os governadores das províncias estão fazendo o povo do Egito errar o caminho.
14 De HEERE heeft een zeer verkeerden geest ingeschonken in het midden van hen, en zij hebben Egypte doen dwalen in al zijn doen, gelijk een dronkaard zich om en om wentelt in zijn uitspuwsel.
14 O Senhor pôs neles um espírito de confusão; os conselhos que eles dão só confundem ainda mais os egípcios, e estes parecem bêbados escorregando no seu próprio vômito.
15 En er zal geen werk wezen voor de Egyptenaren, hetwelk het hoofd of de staart, de tak of de bieze doen mag.
15 Ninguém, seja rico ou pobre, importante ou humilde, pode fazer nada para ajudar o Egito.
16 Te dien dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal.
16 Naquele dia, os egípcios parecerão mulheres: ficarão todos tremendo de medo quando o Senhor Todo-Poderoso levantar a mão para castigá-los.
17 En het land van Juda zal den Egyptenaren tot een schrik zijn; zo wie het vermelden zal, die zal in zichzelven bevreesd wezen vanwege den raad des HEEREN der heirscharen, dien Hij tegen hen beraadslaagd heeft.
17 Eles terão medo da terra de Judá; e, todas as vezes que ouvirem falar dessa terra, eles ficarão apavorados pensando naquilo que o Senhor Todo-Poderoso já planejou fazer contra eles.
18 Te dien dage zullen er vijf steden in Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaan, en zwerende den HEERE der heirscharen; een zal genoemd zijn een stad der verstoring.
18 Naquele dia, haverá no Egito cinco cidades em que os moradores falarão hebraico e jurarão obedecer ao Senhor Todo-Poderoso; uma dessas cidades será chamada de “Cidade do Sol”.
19 Te dien dage zal de HEERE een altaar hebben in het midden van Egypteland, en een opgericht teken aan haar landpalen voor den HEERE.
19 Naquele dia, haverá no Egito um altar dedicado a Deus, o Senhor , e na fronteira do país será levantada uma coluna em honra do Senhor .
20 En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot den HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen.
20 Eles serão construídos para serem sinais e testemunhas da presença do Senhor Todo-Poderoso na terra do Egito. E, quando os egípcios forem perseguidos e clamarem ao Senhor pedindo ajuda, ele lhes enviará um salvador e defensor que os livrará dos seus inimigos.
21 En de HEERE zal den Egyptenaren bekend worden, en de Egyptenaars zullen den HEERE kennen te dien dage; en zij zullen Hem dienen met slachtoffer, en spijsoffer, en zij zullen den HEERE een gelofte beloven en betalen.
21 E o Senhor mostrará aos egípcios quem ele é, e eles o conhecerão. Eles adorarão o Senhor e lhe apresentarão sacrifícios e ofertas de cereais. Farão promessas ao Senhor e as cumprirão.
22 En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot den HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen.
22 E o Senhor ferirá os egípcios, mas depois os curará. Eles se arrependerão e voltarão para o Senhor , e ele atenderá os seus pedidos e os curará.
23 Te dien dage zal er een gebaande weg wezen van Egypte in Assyrie, dat de Assyriers in Egypte, en de Egyptenaars in Assyrie komen zullen; en de Egyptenaars zullen met de Assyriers den Heere dienen.
23 Naquele dia, haverá uma estrada ligando o Egito com a Assíria: os egípcios irão até a Assíria, e os assírios irão até o Egito, e juntos os dois povos adorarão o Senhor .
24 Te dien dage zal Israel de derde wezen met de Egyptenaren en met de Assyriers, een zegen in het midden van het land.
24 Naquele dia, estas três nações — Israel, Egito e Assíria — serão uma bênção para o mundo inteiro.
25 Want de HEERE der heirscharen zal hen zegenen, zeggende: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, en de Assyriers, het werk Mijner handen, en Israel, Mijn erfdeel!
25 O Senhor Todo-Poderoso as abençoará, dizendo: “Eu abençoo o Egito, o meu povo; a Assíria, que eu criei; e Israel, o meu povo escolhido.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Isaías 19, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.