Gênesis 7

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.
1 Depois o Senhor Deus disse a Noé: — Entre na barca, você e toda a sua família, pois eu tenho visto que você é a única pessoa que faz o que é certo.
2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.
2 Leve junto com você sete casais de cada espécie de animal puro e um casal de cada espécie de animal impuro .
3 Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.
3 Leve também sete casais de cada espécie de ave para que se conservem as espécies que existem na terra.
4 Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
4 Pois daqui a sete dias eu vou fazer chover durante quarenta dias e quarenta noites. Assim vou acabar com todos os seres vivos que criei.
5 En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had.
5 E Noé fez tudo conforme o que o Senhor Deus havia mandado.
6 Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.
6 Noé tinha seiscentos anos de idade quando as águas do dilúvio cobriram a terra.
7 Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.
7 A fim de escapar do dilúvio, ele entrou na barca junto com os seus filhos, a sua mulher e as suas noras.
8 Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt,
8 Os animais puros e os impuros, os que se arrastam pelo chão e as aves
9 Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.
9 entraram com Noé na barca de dois em dois, macho e fêmea, como Deus havia mandado.
10 En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.
10 Sete dias depois, as águas do dilúvio começaram a cobrir a terra.
11 In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.
11 Nesse tempo Noé tinha seiscentos anos. No dia dezessete do segundo mês, se arrebentaram todas as fontes do grande mar , e foram abertas as janelas do céu,
12 En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.
12 e caiu chuva sobre a terra durante quarenta dias e quarenta noites.
13 Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;
13 Nesse mesmo dia Noé e a sua mulher entraram na barca junto com os seus filhos Sem, Cam e Jafé e as suas mulheres.
14 Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
14 Com eles entraram animais de todas as espécies: os domésticos e os selvagens, os que se arrastam pelo chão e as aves.
15 En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.
15 Todos os animais entraram com Noé na barca, de dois em dois.
16 En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.
16 Entraram machos e fêmeas de cada espécie, de acordo com o que Deus havia mandado Noé fazer. Aí o Senhor fechou a porta da barca.
17 En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
17 O dilúvio durou quarenta dias. A água subiu e levantou a barca, e ela começou a boiar.
18 En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.
18 A água foi subindo, e a barca continuou a boiar.
19 En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.
19 A água subiu tanto, que cobriu todas as montanhas mais altas da terra.
20 Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.
20 E depois ainda subiu mais sete metros.
21 En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.
21 Morreram todos os seres vivos que havia na terra, isto é, as aves, os animais domésticos, os animais selvagens, os animais que se arrastam pelo chão e os seres humanos.
22 Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.
22 Morreu tudo o que havia na terra, tudo o que tinha vida e respirava.
23 Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.
23 Somente Noé e os que estavam com ele na barca ficaram vivos. O resto foi destruído, isto é, os seres humanos, os animais domésticos, os animais selvagens e os que se arrastam pelo chão e as aves.
24 En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.
24 Só cento e cinquenta dias depois é que a água começou a baixar.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gênesis 7, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.