Gênesis 49

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal.
1 Depois, Jacó chamou os seus filhos e disse: — Ajuntem-se, e eu lhes farei saber o que vai acontecer com vocês nos dias que virão:
2 Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israel, uw vader.
2 Reúnam-se e ouçam, filhos de Jacó; ouçam o que diz Israel, o pai de vocês.
3 Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte!
3 Rúben, você é o meu primogênito, minha força e as primícias do meu vigor, o mais excelente em dignidade e o mais excelente em poder.
4 Snelle afloop als der wateren, gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen; toen hebt gij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen!
4 Impetuoso como a água, você não será o mais excelente, porque subiu ao leito de seu pai e o profanou; você profanou a minha cama.
5 Simeon en Levi zijn gebroeders! hun handelingen zijn werktuigen van geweld!
5 Simeão e Levi são irmãos; as suas espadas são instrumentos de violência.
6 Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt.
6 Que a minha alma não entre no conselho deles; que a minha glória não participe do seu agrupamento; porque no seu furor mataram homens, e na sua vontade perversa mutilaram touros.
7 Vervloekt zij hun toorn, want hij is heftig; en hun verbolgenheid, want zij is hard! ik zal hen verdelen onder Jakob, en zal hen verstrooien onder Israel.
7 Maldito seja o seu furor, pois era forte; e maldita seja a sua ira, pois era intensa; eu os dividirei em Jacó e os espalharei em Israel.
8 Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen.
8 Judá, os seus irmãos o louvarão; a sua mão estará sobre o pescoço dos seus inimigos; os filhos de seu pai se inclinarão diante de você.
9 Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van de roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan?
9 Judá é um leãozinho; da presa você subiu, meu filho. Ele se agacha e se deita como leão e como leoa; quem o despertará?
10 De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.
10 O cetro não se afastará de Judá, nem o bastão sairá de entre os seus pés, até que venha Siló; e a ele obedecerão os povos.
11 Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelste wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed.
11 Ele amarrará o seu jumentinho à vide e o filho da sua jumenta, à videira mais excelente; lavará as suas roupas no vinho e a sua capa, em sangue de uvas.
12 Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk.
12 Os seus olhos serão cintilantes de vinho, e os seus dentes serão brancos de leite.
13 Zebulon zal aan de haven der zeeen wonen, en hij zal aan de haven der schepen wezen; en zijn zijde zal zijn naar Sidon.
13 Zebulom habitará na praia dos mares e servirá de porto para os navios, e a sua fronteira se estenderá até Sidom.
14 Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken.
14 Issacar é jumento de ossos fortes, deitado entre os rebanhos de ovelhas.
15 Toen hij de rust zag, dat zij goed was, en het land, dat het lustig was, zo boog hij zijn schouder om te dragen, en was dienende onder cijns.
15 Viu que o repouso era bom e que a terra era deliciosa; baixou os ombros à carga e sujeitou-se ao trabalho escravo.
16 Dan zal zijn volk richten, als een der stammen Israels.
16 Dã julgará o seu povo, como uma das tribos de Israel.
17 Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle.
17 Dã será uma serpente junto ao caminho, uma víbora junto à vereda, que morde o calcanhar do cavalo e faz o seu cavaleiro cair para trás.
18 Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!
18 A tua salvação espero, ó
19 Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.
19 Gade será atacado por guerrilheiros, mas ele lhes atacará a retaguarda.
20 Van Aser, zijn brood zal vet zijn; en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
20 Aser, o seu pão será abundante e ele produzirá delícias reais.
21 Nafthali is een losgelaten hinde; hij geeft schone woorden.
21 Naftali é uma gazela solta; ele fala palavras bonitas.
22 Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein; elk der takken loopt over den muur.
22 José é um ramo frutífero, ramo frutífero junto à fonte; seus galhos se estendem sobre o muro.
23 De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hem gehaat;
23 Os flecheiros lhe dão amargura, atiram contra ele e o hostilizam.
24 Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden, door de handen van de Machtige Jakobs; daarvan is hij een herder, een steen Israels;
24 O seu arco, porém, permanece firme, e os seus braços são feitos ativos pelas mãos do Poderoso de Jacó, sim, pelo Pastor e pela Pedra de Israel,
25 Van uws vaders God, Die u zal helpen, en van den Almachtige, Die u zal zegenen, met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen des afgronds, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder!
25 pelo Deus de seu pai, que o ajudará, e pelo Todo-Poderoso, que o abençoará com bênçãos dos altos céus, com bênçãos das profundezas, com bênçãos dos seios e do ventre.
26 De zegeningen uws vaders gaan te boven de zegeningen mijner voorvaderen, tot aan het einde van de eeuwige heuvelen; die zullen zijn op het hoofd van Jozef, en op den hoofdschedel des afgezonderden zijner broederen!
26 As bênçãos de seu pai excederão as bênçãos de meus pais até o alto dos montes eternos; estejam elas sobre a cabeça de José e sobre o alto da cabeça do que foi distinguido entre seus irmãos.
27 Benjamin zal als een wolf verscheuren; des morgens zal hij roof eten, en des avonds zal hij buit uitdelen.
27 Benjamim é lobo que despedaça; pela manhã devora a presa e à tarde reparte o despojo.
28 Al deze stammen van Israel zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen.
28 São estas as doze tribos de Israel e isto é o que lhes falou seu pai quando os abençoou; a cada um deles abençoou segundo a bênção que lhe cabia.
29 Daarna gebood hij hun, en zeide tot hen: Ik word verzameld tot mijn volk: begraaft mij bij mijn vaders, in de spelonk, die is in den akker van Efron, den Hethiet;
29 Depois Jacó lhes ordenou, dizendo: — Vou ser reunido ao meu povo; sepultem-me junto de meus pais, na caverna que está no campo de Efrom, o heteu,
30 In de spelonk, welke is op den akker van Machpela, die tegenover Mamre is, in het land Kanaan, die Abraham met dien akker gekocht heeft van Efron, den Hethiet, tot een erfbegrafenis.
30 na caverna que está no campo de Macpela, em frente a Manre, na terra de Canaã, a qual Abraão comprou de Efrom com aquele campo, como propriedade para servir de sepultura.
31 Aldaar hebben zij Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw; daar hebben zij Izak begraven, en Rebekka, zijn huisvrouw; en daar heb ik Lea begraven.
31 Ali eles sepultaram Abraão e Sara, sua mulher; ali eles sepultaram Isaque e Rebeca, sua mulher; e ali eu sepultei Lia.
32 De akker, en de spelonk, die daarin is, is gekocht van de zonen Heths.
32 O campo e a caverna que nele está foram comprados dos filhos de Hete.
33 Als Jakob voleind had aan zijn zonen bevelen te geven, zo legde hij zijn voeten samen op het bed, en hij gaf den geest, en hij werd verzameld tot zijn volken.
33 Quando Jacó acabou de dar essas ordens a seus filhos, recolheu os pés na cama, expirou e foi reunido ao seu povo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gênesis 49, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.