Gênesis 47

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Toen kwam Jozef en boodschapte Farao, en zeide: Mijn vader en mijn broeders, en hun schapen, en hun runderen, met alles wat zij hebben, zijn gekomen uit het land Kanaan, en zie, zij zijn in het land Gosen.
1 Então José foi e deu a notícia a Faraó: — O meu pai e os meus irmãos, com os seus rebanhos e o seu gado, com tudo o que têm, chegaram da terra de Canaã; e eis que estão na terra de Gósen.
2 En hij nam een deel zijner broederen, te weten vijf mannen, en hij stelde hen voor Farao's aangezicht.
2 E levou cinco dos seus irmãos e os apresentou a Faraó.
3 Toen zeide Farao tot zijn broederen: Wat is uw hantering? En zij zeiden tot Farao: Uw knechten zijn schaapherders, zo wij als onze vaders.
3 Então Faraó perguntou aos irmãos de José: — Qual é o trabalho de vocês? Eles responderam: — Nós, seus servos, somos pastores de rebanho, como já foram os nossos pais.
4 Voorts zeiden zij tot Farao: Wij zijn gekomen, om als vreemdelingen in dit land te wonen; want er is geen weide voor de schapen, die uw knechten hebben, dewijl de honger zwaar is in het land Kanaan; en nu, laat toch uw knechten in het land Gosen wonen!
4 Disseram mais a Faraó: — Viemos para morar nesta terra, porque na terra de Canaã não há pasto para o rebanho destes seus servos, pois a fome é severa. E agora pedimos que o senhor permita que estes seus servos morem na terra de Gósen.
5 Toen sprak Farao tot Jozef, zeggende: Uw vader en uw broeders zijn tot u gekomen;
5 Então Faraó disse a José: — Seu pai e seus irmãos vieram para junto de você.
6 Egypteland is voor uw aangezicht; doe uw vader en uw broeders in het beste van het land wonen; laat hen in het land Gosen wonen, en zo gij weet, dat er onder hen kloeke mannen zijn, zo zet hen tot veemeesters over hetgeen ik heb.
6 A terra do Egito está à sua disposição. Faça com que seu pai e seus irmãos se estabeleçam na melhor região da terra; que morem na terra de Gósen. Se souber que há no meio deles homens capazes, ponha-os por responsáveis pelo gado que me pertence.
7 En Jozef bracht zijn vader Jakob mede, en stelde hem voor Farao's aangezicht; en Jakob zegende Farao.
7 José levou Jacó, seu pai, e o apresentou a Faraó; e Jacó abençoou Faraó.
8 En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens!
8 Então Faraó perguntou a Jacó: — Quantos anos o senhor já tem?
9 En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen.
9 Jacó lhe respondeu: — São cento e trinta anos de peregrinação. Foram poucos e maus os anos de minha vida e não chegam aos anos de vida de meus pais, nos dias das suas peregrinações.
10 En Jakob zegende Farao, en ging uit van Farao's aangezicht.
10 Depois Jacó abençoou Faraó e saiu de sua presença.
11 En Jozef bestelde voor Jakob en zijn broederen woningen, en hij gaf hun een bezitting in Egypteland, in het beste van het land, in het land Rameses, gelijk als Farao geboden had.
11 Então José estabeleceu seu pai e seus irmãos e lhes deu propriedades na terra do Egito, no melhor da terra, na terra de Ramessés, como Faraó havia ordenado.
12 En Jozef onderhield zijn vader, en zijn broeders, en het ganse huis zijns vaders, met brood, tot den mond der kinderkens toe.
12 E José providenciou alimento para seu pai, seus irmãos e toda a casa de seu pai, segundo o número de seus filhos.
13 En er was geen brood in het ganse land; want de honger was zeer zwaar: zodat het land van Egypte en het land Kanaan raasden vanwege dien honger.
13 Não havia alimento em toda a terra, porque a fome era muito grande. Assim, o povo do Egito e o povo de Canaã desfaleciam por causa da fome.
14 Toen verzamelde Jozef al het geld, dat in Egypteland en in het land Kanaan gevonden werd, voor het koren, dat zij kochten; en Jozef bracht dat geld in Farao's huis.
14 Então José arrecadou todo o dinheiro que havia na terra do Egito e na terra de Canaã, pelo cereal que compravam, e o recolheu à casa de Faraó.
15 Als nu het geld uit Egypteland en uit het land Kanaan verdaan was, kwamen al de Egyptenaars tot Jozef, zeggende: Geef ons brood; want waarom zouden wij in uw tegenwoordigheid sterven? want het geld ontbreekt;
15 Quando acabou o dinheiro na terra do Egito e na terra de Canaã, todos os egípcios foram a José e disseram: — Queremos comida! Por que o senhor nos deixaria morrer em sua presença só porque o dinheiro acabou?
16 En Jozef zeide: Geeft uw vee, zo zal ik het u geven voor uw vee, indien het geld ontbreekt.
16 José respondeu: — Se vocês não têm dinheiro, tragam o seu gado. Em troca do gado eu lhes darei comida.
17 Toen brachten zij hun vee tot Jozef; en Jozef gaf hun brood voor paarden en voor het vee der schapen, en voor het vee der runderen, en voor ezels; en hij voedde hen met brood, datzelve jaar, voor al hun vee.
17 Então trouxeram o seu gado a José e ele lhes deu mantimento em troca de cavalos, rebanhos, gado e jumentos. E José os sustentou aquele ano em troca de todo o gado deles.
18 Toen datzelve jaar voleind was, zo kwamen zij tot hem in het tweede jaar, en zeiden tot hem: Wij zullen het voor mijn heer niet verbergen, alzo het geld verdaan is, en de bezitting der beesten gekomen aan mijn heer, zo is er niets anders overgebleven voor het aangezichts mijns heren, dan ons lichaam en ons land.
18 Tendo acabado aquele ano, foram a José no ano seguinte e lhe disseram: — Não podemos esconder de meu senhor que o dinheiro acabou e que meu senhor já é dono dos animais. Nada mais nos resta diante de meu senhor, a não ser o nosso corpo e a nossa terra.
19 Waarom zullen wij voor uw ogen sterven, zo wij als ons land? Koop ons en ons land voor brood; zo zullen wij en ons land Farao dienstbaar zijn; en geef zaad, opdat wij leven en niet sterven, en het land niet woest worde!
19 Por que o senhor nos deixaria perecer em sua presença, tanto a nós como à nossa terra? Compre a nós e a nossa terra em troca de mantimento, e nós e a nossa terra seremos escravos de Faraó. Dê-nos semente para que vivamos e não morramos, e a terra não fique deserta.
20 Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao; want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, dewijl de honger sterk over hen geworden was; zo werd het land Farao's eigen.
20 Assim, José comprou toda a terra do Egito para Faraó, porque os egípcios venderam cada um o seu campo, porque a fome era extrema sobre eles. E a terra passou a ser de Faraó.
21 En aangaande het volk, dat zette hij over in de steden, van het ene uiterste der palen van Egypte, tot aan het andere uiterste deszelven.
21 Quanto ao povo, ele o escravizou de uma a outra extremidade da terra do Egito.
22 Alleen het land der priesteren kocht hij niet, want de priesters hadden een bescheiden deel van Farao, en zij aten hun bescheiden deel, hetwelk hun Farao gegeven had; daarom verkochten zij hun land niet.
22 José só não comprou a terra dos sacerdotes, porque os sacerdotes recebiam uma porção de mantimento de Faraó e viviam dessa porção que Faraó lhes dava; por isso, não venderam a sua terra.
23 Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait.
23 Então José disse ao povo: — Eis que hoje comprei vocês e a terra de vocês para Faraó. Aqui estão as sementes, para que semeiem a terra.
24 Doch met de inkomsten zal het geschieden, dat gij aan Farao het vijfde deel zult geven, en de vier delen zullen voor u zijn, tot zaad des velds, en tot uw spijze en van degenen, die in uw huizen zijn, en om te eten voor uw kinderkens.
24 Das colheitas vocês darão a quinta parte a Faraó. As outras quatro partes serão de vocês, para semear o campo e para servir de alimento a vocês, aos que estão em suas casas, e para alimentar os seus filhos.
25 En zij zeiden: Gij hebt ons leven behouden; laat ons genade vinden in de ogen mijns heren, en wij zullen Farao's knechten zijn.
25 Eles disseram a José: — O senhor salvou a nossa vida! Que possamos alcançar favor diante de meu senhor e seremos escravos de Faraó.
26 Jozef dan stelde ditzelve in tot een wet, tot dezen dag, over het land van Egypte, dat Farao het vijfde deel zou hebben; behalve dat alleen het land der priesteren van Farao niet werd.
26 E José estabeleceu por lei até o dia de hoje que, na terra do Egito, um quinto pertence a Faraó. Só a terra dos sacerdotes não ficou sendo de Faraó.
27 Zo woonde Israel in het land van Egypte, in het land Gosen; en zij stelden zich tot bezitters daarin, en zij werden vruchtbaar en vermeerderden zeer.
27 Assim, Israel habitou na terra do Egito, na terra de Gósen. Nela adquiriram propriedades, e foram fecundos, e muito se multiplicaram.
28 En Jakob leefde in het land van Egypte zeventien jaar; zodat de dagen van Jakob, de jaren zijns levens, geweest zijn honderd zeven en veertig jaren.
28 Jacó viveu na terra do Egito dezessete anos. Assim, os dias de Jacó, os anos da sua vida, foram cento e quarenta e sete.
29 Als nu de dagen van Israel naderden, dat hij sterven zou, zo riep hij zijn zoon Jozef, en zeide tot hem: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, zo leg toch uw hand onder mijn heup, en doe weldadigheid en trouw aan mij, en begraaf mij toch niet in Egypte;
29 Aproximando-se, pois, o tempo da morte de Israel, chamou o seu filho José e lhe disse: — Se agora alcancei favor diante de você, peço que ponha a sua mão debaixo da minha coxa e use de bondade e fidelidade para comigo; peço que você não me sepulte no Egito,
30 Maar dat ik bij mijn vaderen ligge; hierom zult gij mij uit Egypte voeren, en mij in hun graf begraven. En hij zeide: Ik zal doen naar uw woord!
30 mas que eu possa descansar com os meus pais. Por isso, você me levará do Egito e me colocará na sepultura deles. José respondeu: — Farei o que o senhor me pede.
31 En hij zeide: Zweer mij! en hij zwoer hem. En Israel boog zich ten hoofde van het bed.
31 Então Jacó lhe disse: — Jure para mim. José jurou e Israel se inclinou sobre a cabeceira da cama.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gênesis 47, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.