Ezequiel 48

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamath, Hazar-Enon, de landpale van Damaskus, noordwaarts aan de zijde van Hamath (ook zal hij den oosterhoek en westerhoek hebben), zal Dan een snoer hebben.
1 — São estes os nomes das tribos: desde a parte extrema do norte, via Hetlom, até a entrada de Hamate, até Hazar-Enom, o limite norte de Damasco até junto de Hamate e desde o lado leste até o oeste, Dã terá uma porção.
2 En aan de landpale van Dan, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Aser een.
2 Limitando-se com Dã, desde o lado leste até o lado oeste, Aser terá uma porção.
3 En aan de landpale van Aser, van den oosterhoek af tot den westerhoek toe, Nafthali een.
3 Limitando-se com Aser, desde o lado leste até o lado oeste, Naftali terá uma porção.
4 En aan de landpale van Nafthali, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Manasse een.
4 Limitando-se com Naftali, desde o lado leste até o lado oeste, Manassés terá uma porção.
5 En aan de landpale van Manasse, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Efraim een.
5 Limitando-se com Manassés, desde o lado leste até o lado oeste, Efraim terá uma porção.
6 En aan de landpale van Efraim, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Ruben een.
6 Limitando-se com Efraim, desde o lado leste até o lado oeste, Rúben terá uma porção.
7 En aan de landpale van Ruben, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Juda een.
7 Limitando-se com Rúben, desde o lado leste até o lado oeste, Judá terá uma porção.
8 Aan de landpale nu van Juda, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, zal het hefoffer zijn, dat gijlieden zult offeren, vijf en twintig duizend meetrieten in breedte, en de lengte, als van een der andere delen, van den oosterhoek tot den westerhoek toe; en het heiligdom zal in het midden deszelven zijn.
8 Limitando-se com Judá, desde o lado leste até o lado oeste, ficará a região sagrada que vocês devem separar. Terá doze quilômetros e meio de largura e o mesmo comprimento que o das outras porções, desde o lado leste até o lado oeste; o santuário estará no meio dela.
9 Het hefoffer, dat gijlieden den HEERE zult offeren, zal wezen de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend.
9 A região que vocês devem separar ao Senhor terá doze quilômetros e meio de comprimento e cinco quilômetros de largura.
10 En daarin zal het heilig hefoffer zijn voor de priesteren, noordwaarts de lengte van vijf en twintig duizend, en westwaarts de breedte van tien duizend, en oostwaarts, de breedte van tien duizend, en zuidwaarts de lengte van vijf en twintig duizend; en het heiligdom des HEEREN zal in het midden deszelven zijn.
10 Esta região sagrada será dos sacerdotes. Terá, ao norte, doze quilômetros e meio, a oeste, cinco quilômetros de largura, a leste, cinco quilômetros de largura e ao sul, doze quilômetros e meio de comprimento; o santuário do Senhor estará no meio dela.
11 Het zal zijn voor de priesteren, die geheiligd zijn uit de kinderen van Zadok, die Mijn wacht hebben waargenomen; die niet gedwaald hebben, als de kinderen Israels dwaalden; gelijk als de andere Levieten gedwaald hebben.
11 Será para os sacerdotes santificados, para os filhos de Zadoque, que cumpriram o seu dever e não se desviaram como fizeram os levitas, quando os filhos de Israel se desviaram.
12 En het geofferde van het hefoffer des lands zal hunlieden een heiligheid der heiligheden zijn, aan de landpale der Levieten.
12 Será uma região especial dentro da região sagrada, um lugar santíssimo, fazendo limites com a porção dos levitas.
13 Voorts zullen de Levieten tegenover de landpale der priesteren hebben de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; de ganse lengte zal zijn vijf en twintig duizend, en de breedte tien duizend.
13 — Os levitas terão uma área de doze quilômetros e meio de comprimento por cinco quilômetros de largura, paralela à porção dos sacerdotes. Seu comprimento total será de doze quilômetros e meio, e a largura será de cinco quilômetros.
14 En zij zullen daarvan niet verkopen, noch de eerstelingen des lands verwisselen, noch overdragen; want het is een heiligheid den HEERE.
14 Não poderão vender nem trocar nenhuma parte dessa área. A melhor parte da terra não pode ser transferida a outros, porque é santa para o Senhor .
15 Maar de vijf duizend, dat is hetgeen overgelaten is in de breedte, voor aan de vijf en twintig duizend, dat zal onheilig zijn, voor de stad, tot bewoning en tot voorsteden; en de stad zal in het midden daarvan zijn.
15 — A área que restar, de dois quilômetros e meio de largura por doze quilômetros e meio de comprimento será para o uso civil da cidade, para habitação e para arredores; a cidade ficará no meio.
16 En dit zullen haar maten zijn: de noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd meetrieten; en de zuiderhoek vier duizend en vijfhonderd en van den oosterhoek vier duizend en vijfhonderd; en de westerhoek vier duizend en vijfhonderd.
16 Estas serão as suas dimensões: o lado norte, de dois mil duzentos e cinquenta metros, o lado sul, de dois mil duzentos e cinquenta metros, o lado leste, de dois mil duzentos e cinquenta metros, e o lado oeste, de dois mil duzentos e cinquenta metros.
17 De voorsteden nu der stad zullen zijn, noordwaarts tweehonderd en vijftig, en zuidwaarts tweehonderd en vijftig, en oostwaarts tweehonderd en vijftig, en westwaarts tweehonderd en vijftig.
17 Os arredores da cidade serão, ao norte, de cento e vinte e cinco metros, ao sul, de cento e vinte e cinco metros, a leste, de cento e vinte e cinco metros e, a oeste, de cento e vinte e cinco metros.
18 En het overgelatene in de lengte, tegenover het heilig hefoffer, zal zijn tien duizend oostwaarts, en tien duizend westwaarts; en het zal tegenover het heilig hefoffer zijn; en de inkomst daarvan zal wezen tot onderhoud voor degenen, die de stad dienen.
18 Quanto à área restante, paralela à região sagrada, será de cinco quilômetros para o leste e de cinco quilômetros para o oeste; e o seu produto será para o sustento daqueles que trabalham na cidade.
19 En die de stad dienen, zullen haar dienen uit alle stammen Israels.
19 Essa parte será cultivada pelos trabalhadores da cidade, provindos de todas as tribos de Israel.
20 Het ganse hefoffer zal zijn van vijf en twintig duizend meetrieten, met vijf en twintig duizend; vierkant zult gijlieden het heilig hefoffer offeren, met de bezitting der stad.
20 A região sagrada terá doze quilômetros e meio de cada lado, formando um quadrado, e incluirá a propriedade da cidade.
21 En het overgelatene zal voor den vorst zijn, van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers, en van de bezitting der stad, voor aan de vijf en twintig duizend meetrieten des hefoffers, tot aan de oosterlandpale en westerlandpale, voor aan de vijf en twintig duizend aan de westerlandpale, tegenover de andere delen, dat zal voor den vorst zijn; en het heilig hefoffer, en het heiligdom des huizes, zal in het midden daarvan zijn.
21 — O que restar de ambos os lados da região sagrada e da propriedade da cidade será do príncipe. Aquilo que se estende dos doze quilômetros e meio em direção do leste e também dos doze quilômetros e meio em direção oeste, paralelamente com as porções, será do príncipe; a região sagrada e o santuário do templo estarão no meio.
22 Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda, en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn.
22 A área que pertence aos levitas e à cidade estará no meio daquilo que pertence ao príncipe. A área entre o território de Judá e o território de Benjamim será do príncipe.
23 Aangaande voorts het overige der stammen; van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Benjamin een snoer.
23 — Quanto ao resto das tribos, desde o lado leste até o lado oeste, Benjamim terá uma porção.
24 En aan de landpale van Benjamin, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Simeon een.
24 Limitando-se com Benjamim, desde o lado leste até o lado oeste, Simeão terá uma porção.
25 En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot de westerhoek toe, Issaschar een.
25 Limitando-se com Simeão, desde o lado leste até o lado oeste, Issacar terá uma porção.
26 En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.
26 Limitando-se com Issacar, desde o lado leste até o lado oeste, Zebulom terá uma porção.
27 En aan de landpale van Zebulon, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Gad een.
27 Limitando-se com Zebulom, desde o lado leste até o lado oeste, Gade terá uma porção.
28 Aan de landpale nu van Gad, aan den zuiderhoek zuidwaarts, daar zal de landpale zijn van Thamar af, naar het twistwater van Kades, voorts naar de beek henen, tot aan de grote zee.
28 Limitando-se com o território de Gade, ao sul, o limite será desde Tamar até as águas de Meribá-Cades, ao longo do ribeiro do Egito até o mar Grande.
29 Dit is het land, dat gijlieden zult doen vallen in erfenis, voor de stammen Israels, en dit zullen hun delen zijn, spreekt de Heere HEERE.
29 — Esta é a terra que vocês repartirão como herança para as tribos de Israel, e estas são as suas porções, diz o Senhor Deus.
30 Voorts zullen dit de uitgangen der stad zijn: van den noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd maten.
30 — São estas as saídas da cidade: do lado norte, que mede dois mil duzentos e cinquenta metros,
31 En de poorten der stad zullen zijn naar de namen der stammen Israels; drie poorten noordwaarts; een poort van Ruben, een poort van Juda, een poort van Levi.
31 três portões: o portão de Rúben, o de Judá e o de Levi, sendo que os portões da cidade terão os nomes das tribos de Israel;
32 En aan den oosterhoek, vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: namelijk, een poort van Jozef, een poort van Benjamin, een poort van Dan.
32 do lado leste, dois mil duzentos e cinquenta metros e três portões, a saber: o portão de José, o de Benjamim e o de Dã;
33 De zuiderhoek ook vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: een poort van Simeon, een poort van Issaschar, een poort van Zebulon.
33 do lado sul, dois mil duzentos e cinquenta metros e três portões: o portão de Simeão, o de Issacar e o de Zebulom;
34 De westerhoek, vier duizend en vijfhonderd; derzelver poorten drie: een poort van Gad, een poort van Aser, een poort van Nafthali.
34 do lado oeste, dois mil duzentos e cinquenta metros e os seus três portões: o portão de Gade, o de Aser e o de Naftali.
35 Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR.
35 O contorno será de nove quilômetros. E o nome da cidade desde aquele dia será: “O Senhor Está Ali”.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Ezequiel 48, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.