Ezequiel 41

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Voorts bracht hij mij tot den tempel; en hij mat de posten, zes ellen de breedte van deze, en zes ellen de breedte van gene zijde, de breedte der tent.
1 Então ele me levou ao templo e mediu os pilares, três metros de largura de um lado e três metros de largura do outro, que era a largura do tabernáculo.
2 En de breedte der deur, tien ellen, en de zijden der deur, vijf ellen van deze, en vijf ellen van gene zijde; ook mat hij de lengte daarvan, veertig ellen, en de breedte twintig ellen.
2 A largura da entrada era de cinco metros, e as paredes laterais tinham dois metros e meio, uma de cada lado. Também mediu a profundidade da nave, e deu vinte metros; mediu a largura, e deu dez metros.
3 Daarna ging hij in naar binnen, en mat den post der deur, twee ellen; en de deur zes ellen, en de breedte der deur zeven ellen.
3 Entrou na parte interior, mediu o pilar da entrada, e deu um metro; mediu a largura da entrada, e deu três metros.
4 Ook mat hij de lengte daarvan, twintig ellen, en de breedte twintig ellen voor aan den tempel; en hij zeide tot mij: Dit is de heiligheid der heiligheden.
4 Também mediu o seu comprimento, e deu dez metros; mediu a largura, e deu dez metros, na parte frontal da nave. Então ele me disse: — Este é o Santo dos Santos.
5 En hij mat den wand des huizes zes ellen; en de breedte van elke zijkamer, vier ellen, rondom het huis henen rondom.
5 Depois ele mediu a parede do templo: três metros de espessura. A largura de cada câmara lateral era de dois metros. Essas câmaras ficavam em toda a volta do templo.
6 De zijkameren nu waren zijkamer boven zijkamer, drie, en dat dertig malen, en zij kwamen in den wand, die aan het huis was, tot die zijkamers rondom henen, opdat zij vastgehouden mochten worden; want zij werden niet vastgehouden in den wand des huizes.
6 As câmaras laterais estavam em três andares, câmara sobre câmara, trinta em cada andar. E havia reentrâncias na parede do templo ao redor, para as câmaras laterais, para que as vigas se apoiassem nelas e não fossem introduzidas na parede do templo.
7 En het was voor de zijkameren opwaarts naar boven al wijder, en gaf zich rondom; want het huis was omsingeld opwaarts naar boven, rondom het huis henen; daarom was de breedte des huizes naar boven; en alzo ging het onderste op naar het bovenste door het middelste.
7 As câmaras laterais aumentavam em largura de andar para andar, correspondendo às reentrâncias do templo de andar em andar ao redor; por isso o templo era mais largo em cima. Assim, se subia do andar inferior para o superior, passando pelo andar do meio.
8 En ik zag de hoogte des huizes rondom henen. De fondamenten der zijkameren waren van een vol riet, zes ellen, de el tot den oksel toe genomen.
8 E vi um pavimento elevado ao redor do templo; eram os alicerces das câmaras laterais de três metros de altura.
9 De breedte van den wand, die tot de zijkameren was naar buiten, was vijf ellen; en dat ledig gelaten was, was de plaats der zijkameren, die aan het huis waren.
9 A grossura da parede externa das câmaras laterais era de dois metros e meio. A área aberta entre as câmaras laterais do templo
10 En tussen de kameren was een breedte van twintig ellen, rondom het huis, rondom henen.
10 e as outras câmaras tinha dez metros de largura por todo o redor do templo.
11 De deuren nu van de zijkameren waren naar het ledig gelatene toe, de ene deur den weg naar het noorden, en de andere deur naar het zuiden; en de breedte van de ledig gelatene plaats was vijf ellen rondom henen.
11 As entradas das câmaras laterais estavam voltadas para a área aberta: uma entrada para o norte e outra para o sul; a largura da área que sobrava era de dois metros e meio ao redor.
12 Voorts van het gebouw, dat voor aan de afgesneden plaats was in den hoek des wegs naar het westen, was de breedte zeventig ellen, en van den wand des gebouws was de breedte vijf ellen rondom henen, en de lengte daarvan negentig ellen.
12 O edifício que estava numa área separada, do lado oeste, tinha a largura de trinta e cinco metros. A parede do edifício tinha dois metros e meio de espessura ao redor, e o seu comprimento era de quarenta e cinco metros.
13 Voorts mat hij het huis, de lengte honderd ellen; ook de afgesneden plaats en het gebouw, en de wanden daarvan, de lengte honderd ellen.
13 Então ele mediu o templo: cinquenta metros de comprimento. A área separada, o edifício e as suas paredes também tinham cinquenta metros de comprimento.
14 En de breedte van het voorste deel des huizes, en der afgesneden plaats tegen het oosten, honderd ellen.
14 A largura da frente do templo e da área separada, do lado oeste, era de cinquenta metros.
15 Ook mat hij de lengte des gebouws voor aan de afgesneden plaats dat achter dezelve was, en derzelver galerijen van deze en van gene zijde, honderd ellen; met den binnensten tempel, en de voorhuizen des voorhofs.
15 Também mediu o comprimento do edifício, que estava na área separada e por detrás do templo, e as suas galerias em cada lado, e deu cinquenta metros. O templo propriamente dito, o Santíssimo, o vestíbulo do átrio,
16 De dorpelen, en de gesloten vensters en de galerijen rondom die drie, tegenover den dorpel, waren beschoten met hout rondom henen, en van de aarde tot aan de vensteren; de vensteren waren bedekt;
16 os umbrais, as janelas estreitas e as galerias ao redor dos três, diante do umbral, estavam cobertos de madeira ao redor, e isto desde o chão até as janelas, que estavam cobertas.
17 Tot hetgeen boven de deur was, en tot het binnenste en buitenste huis toe, en aan den gansen wand rondom henen in het binnenste en buitenste, al bij maten.
17 No espaço em cima da porta, e até o templo de dentro e de fora, e em toda a parede ao redor, por dentro e por fora, havia obras de escultura,
18 En het was gemaakt met cherubs en palmbomen; zodat er een palmboom was tussen cherub en cherub, en elke cherub had twee aangezichten;
18 a saber, querubins e palmeiras. Entre um querubim e outro querubim havia uma palmeira. Cada querubim tinha dois rostos:
19 Namelijk, eens mensen aangezicht tegen den palmboom van deze, en eens jongen leeuws aangezicht tegen den palmboom van gene zijde; gemaakt in het ganse huis rondom henen.
19 um rosto humano olhava para a palmeira de um lado, e um rosto de leão olhava para a palmeira do outro lado. Era assim por todo o templo ao redor.
20 Van de aarde af tot boven de deur waren de cherubs en de palmbomen gemaakt, ook aan den wand des tempels.
20 Desde o chão até acima da entrada havia querubins e palmeiras, até mesmo pela parede do templo.
21 De posten des tempels waren vierkant; en aangaande het voorste deel des heiligdoms, de ene gedaante was als de andere gedaante.
21 Os batentes do templo eram quadrados, e a entrada do Santo dos Santos tinha a mesma aparência.
22 De hoogte des houten altaars was drie ellen, en zijn lengte twee ellen, en het had zijn hoeken; en zijn lengte en zijn wanden waren van hout. En hij sprak tot mij: Dit is de tafel, die voor des HEEREN aangezicht zal zijn.
22 O altar de madeira tinha um metro e meio de altura, e o seu comprimento era de um metro. Os seus cantos, a sua base e os seus lados eram de madeira. O homem me disse: — Esta é a mesa que está diante do
23 De tempel nu en het heiligdom hadden beide twee deuren.
23 Tanto o templo quanto o Santo dos Santos tinham duas portas.
24 En er waren twee bladen aan de deuren; te weten twee bladen, die men omdraaien kon; twee aan de ene deur, en twee bladen aan de andere.
24 Havia duas folhas para as portas, duas folhas dobráveis; duas para cada porta.
25 En aan dezelve, namelijk aan de deuren des tempels, waren cherubs en palmbomen gemaakt, gelijk als er aan de wanden gemaakt waren; en het hout aan het voorste deel van het voorhuis van buiten was dik.
25 Nelas, isto é, nas portas do templo, havia querubins e palmeiras, como havia nas paredes. Havia também uma cobertura feita de madeira na frente do vestíbulo por fora.
26 En aan de gesloten vensteren waren ook palmbomen van deze en van gene zijde, aan de zijden van het voorhuis; en aan de zijkameren van het huis, en aan de dikke planken.
26 E havia janelas estreitas e palmeiras em ambos os lados do vestíbulo, bem como nas câmaras laterais do templo e na cobertura de madeira.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Ezequiel 41, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.