Ezequiel 3

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Daarna zeide Hij tot mij: Mensenkind, eet, wat gij vinden zult; eet deze rol, en ga, spreek tot het huis Israels.
1 Deus disse: —
2 Toen opende ik mijn mond, en Hij gaf mij die rol te eten.
2 Então abri a boca, e ele me deu o rolo para comer.
3 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, geef uw buik te eten, en vul uw ingewand met deze rol, die Ik u geef. Toen at ik, en het was in mijn mond als honig, vanwege de zoetigheid.
3 E disse: — Homem mortal, coma esse rolo que lhe estou dando; encha o seu estômago com ele. Eu comi, e era doce como mel.
4 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ga henen, kom tot het huis Israels, en spreek tot hen met Mijn woorden.
4 Então Deus disse: — Homem mortal, vá e diga ao povo de Israel o que eu ordenar.
5 Want gij zijt niet gezonden tot een volk, diep van spraak en zwaar van tong, maar tot het huis Israels;
5 Não estou enviando você a uma nação que fala uma língua estrangeira difícil, mas aos israelitas.
6 Niet tot vele volken, diep van spraak en zwaar van tong, welker woorden gij niet kunt verstaan; zouden zij niet, zo Ik u tot hen gezonden had, naar u gehoord hebben?
6 Se eu o enviasse a grandes nações que falam línguas difíceis que você não pudesse entender, elas dariam atenção a você.
7 Maar het huis Israels wil naar u niet horen, omdat zij naar Mij niet willen horen; want het ganse huis Israels is stijf van voorhoofd, en hard van hart zijn zij.
7 Porém o povo de Israel não vai lhe dar atenção, pois eles não querem ouvir o que eu digo. Todos eles são teimosos e rebeldes.
8 Ziet, Ik heb uw aangezicht stijf gemaakt tegen hun aangezichten, en uw voorhoofd stijf tegen hun voorhoofd.
8 Mas agora eu vou fazer com que você se torne tão teimoso e duro como eles.
9 Uw voorhoofd heb Ik gemaakt als een diamant, harder dan een rots; vrees hen niet, en ontzet u niet voor hun aangezichten, omdat zij een wederspannig huis zijn.
9 Farei com que você fique tão forte como uma rocha e tão duro como um diamante. Por isso, não tenha medo, nem se assuste com esses rebeldes.
10 Verder zeide Hij tot mij: Mensenkind, vat al Mijn woorden, die Ik tot u spreken zal, in uw hart, en hoor ze met uw oren.
10 E Deus continuou: — Homem mortal, preste bem atenção e lembre tudo o que lhe estou dizendo.
11 En ga henen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen.
11 Depois, vá falar com os seus patrícios que foram levados para o cativeiro . Diga-lhes o que eu, o Senhor Deus, estou dizendo, tanto se lhe derem atenção como se não derem.
12 Toen nam de Geest mij op, en ik hoorde achter mij een stem van grote ruising, zeggende: Geloofd zij de heerlijkheid des HEEREN uit Zijn plaats!
12 Então o Espírito de Deus me levou para o alto, e ouvi atrás de mim uma voz forte como um trovão. A voz gritava: — Louvem nos altos céus a
13 En ik hoorde het geluid van der dieren vleugelen, die de een den ander raakten, en het geluid der raderen tegenover hen; en het geluid ener grote ruising.
13 Ouvi as asas dos animais batendo juntas no ar e também o barulho das rodas, que era tão forte como o de um trovão.
14 Toen hief de Geest mij op, en nam mij weg, en ik ging henen, bitterlijk bedroefd door de hitte mijns geestes; maar de hand des HEEREN was sterk op mij.
14 Aí o poder do Senhor me dominou, e o seu Espírito me levou dali; aí eu fiquei zangado e cheio de amargura.
15 En ik kwam tot de weggevoerden te Tel-Abib, die aan de rivier Chebar woonden, en ik bleef daar zij woonden; ja, ik bleef daar verbaasd in het midden van hen zeven dagen.
15 Então fui a Tel-Abibe, na beira do rio Quebar, onde estavam vivendo os judeus que haviam sido levados como prisioneiros. E fiquei ali sete dias, espantado com o que tinha visto e ouvido.
16 Het gebeurde nu ten einde van zeven dagen, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
16 Depois desses sete dias, o Senhor Deus falou comigo assim:
17 Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
17 — Homem mortal , eu o estou pondo como vigia para a nação de Israel. Você entregará a eles os avisos que eu lhe der.
18 Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.
18 Se eu anunciar que um homem mau vai morrer, e você não avisar esse homem para que pare de fazer o mal e assim salve a sua vida, ele morrerá como pecador, e você será o responsável pela morte dele.
19 Doch als gij den goddeloze waarschuwt, en hij zich van zijn goddeloosheid en van zijn goddelozen weg niet bekeert, hij zal in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.
19 Se você avisar um homem mau, e ele não deixar de pecar, ele morrerá ainda pecador, mas você não morrerá.
20 Als ook een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afkeert, en onrecht doet, en Ik een aanstoot voor zijn aangezicht leg, hij zal sterven; omdat gij hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven, en zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.
20 — Se um homem direito começar a fazer o mal, e eu o puser em uma situação perigosa, ele morrerá se você não o avisar. Ele morrerá por causa dos pecados dele, e eu não lembrarei do bem que ele fez. E você será responsável pela morte dele.
21 Doch als gij den rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondige, en hij niet zondigt; hij zal zekerlijk leven, omdat hij gewaarschuwd is; en gij hebt uw ziel bevrijd.
21 Se você avisar um homem direito para que não peque, e, se ele der atenção a você e não pecar, então ele ficará vivo, e você também não morrerá.
22 En de hand des HEEREN was daar op mij, en Hij zeide tot mij: Maak u op, ga uit in de vallei, en Ik zal daar met u spreken.
22 Eu senti a presença poderosa do Senhor Deus e o ouvi dizer o seguinte: — Levante-se e vá até o vale, que eu falarei com você ali.
23 En ik maakte mij op, en ging uit in de vallei, en ziet, de heerlijkheid des HEEREN stond aldaar, gelijk de heerlijkheid, die ik gezien had bij de rivier Chebar; en ik viel op mijn aangezicht.
23 Então fui até o vale e lá vi a glória do Senhor , como já havia visto na beira do rio Quebar. Eu caí com o rosto no chão,
24 Toen kwam de Geest in mij, en stelde mij op mijn voeten, en Hij sprak met mij, en Hij zeide tot mij: Ga, besluit u binnen in uw huis.
24 mas o Espírito de Deus entrou em mim e me pôs de pé. E Deus me disse: — Vá para casa e feche-se dentro dela.
25 Want u aangaande, mensenkind, ziet, zij zouden dikke touwen aan u leggen, en zij zouden u daarmede binden; daarom zult gij niet uitgaan in het midden van hen.
25 Você, homem mortal , vai ser amarrado com cordas e não poderá sair.
26 En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis.
26 Vou paralisar a sua língua, e você não poderá avisar essa gente rebelde.
27 Maar als Ik met u spreken zal, zal Ik uw mond opendoen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE, wie hoort, die hore, en wie het laat, die late het; want zij zijn een wederspannig huis.
27 Depois, quando eu falar de novo com você e lhe devolver a fala, você dirá a esse povo o que eu, o Senhor Deus, disser. Alguns deles vão ouvir, mas outros não, porque são um povo rebelde.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Ezequiel 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.