Ezequiel 14

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Daarna kwamen tot mij mannen uit de oudsten van Israel, en zaten neder voor mijn aangezicht.
1 Então alguns dos anciãos de Israel vieram e se assentaram diante de mim.
2 Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
2 A palavra do Senhor veio a mim, dizendo:
3 Mensenkind, deze mannen hebben hun drekgoden in hun hart opgezet, en hebben den aanstoot hunner ongerechtigheid recht voor hun aangezichten gesteld; word Ik dan ernstiglijk van hen gevraagd?
3 — Filho do homem, estes homens levantaram ídolos dentro de seu coração e puseram diante de si o tropeço que os leva a cair em iniquidade. Será que eu deveria permitir que eles me consultem?
4 Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt, en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden naar de menigte zijner drekgoden;
4 Portanto, fale com eles e diga-lhes: Assim diz o Senhor Deus: “Qualquer homem da casa de Israel que levantar ídolos dentro de seu coração e puser diante de si tropeço que o leva a cair em iniquidade e que depois vier consultar um profeta, eu, o Senhor , lhe responderei segundo a multidão dos seus ídolos.
5 Opdat Ik het huis Israels in hun hart grijpe, dewijl zij allen door hun drekgoden van Mij vervreemd zijn.
5 Farei isso para que eu possa conquistar novamente a casa de Israel no seu próprio coração, porque todos se afastaram de mim para seguirem os seus ídolos.”
6 Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Bekeert u, en keert u af van uw drekgoden, en keert uw aangezichten af van al uw gruwelen.
6 — Portanto, diga à casa de Israel: Assim diz o Senhor Deus: “Convertam-se e afastem-se dos seus ídolos; desviem o rosto de todas as suas abominações.
7 Want ieder man uit het huis Israels, en uit den vreemdeling, die in Israel verkeert, die zich van achter Mij afscheidt, en zet zijn drekgoden op in zijn hart, en stelt den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht, en komt tot den profeet, om Mij door hem te vragen; Ik ben de HEERE, hem zal geantwoord worden door Mij;
7 Porque qualquer homem da casa de Israel ou dos estrangeiros que moram em Israel que se afastar de mim, que levantar ídolos dentro de seu coração e que depois vier consultar um profeta, para me consultar por meio dele, a esse, eu, o Senhor , responderei por mim mesmo.
8 En Ik zal Mijn aangezicht tegen dienzelven man zetten, en zal hem stellen tot een teken en tot spreekwoorden, en zal hem uitroeien uit het midden Mijns volks; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.
8 Voltarei o rosto contra o tal homem, farei dele um sinal e provérbio e o eliminarei do meio do meu povo. E vocês saberão que eu sou o Senhor .”
9 Als nu een profeet overreed zal zijn, en iets gesproken zal hebben, Ik, de HEERE, heb dienzelven profeet overreed, en Ik zal Mijn hand tegen hem uitstrekken, en zal hem verdelgen uit het midden van Mijn volk Israel.
9 — “Se o profeta for enganado e falar alguma coisa, fui eu, o Senhor , que enganei esse profeta; estenderei a mão contra ele e o eliminarei do meio do meu povo de Israel.
10 En zij zullen hun ongerechtigheid dragen; gelijk de ongerechtigheid des vragers zal zijn; alzo zal zijn de ongerechtigheid des profeten;
10 Ambos levarão sobre si a sua iniquidade. A iniquidade daquele que consulta será como a do profeta,
11 Opdat het huis Israels niet meer van achter Mij afdwale, en zij zich niet meer verontreinigen met al hun overtredingen; alsdan zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, spreekt de Heere HEERE.
11 para que a casa de Israel não se desvie mais de mim, nem mais se contamine com todas as suas transgressões. Eles serão o meu povo, e eu serei o seu Deus”, diz o Senhor Deus.
12 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
12 A palavra do Senhor veio a mim, dizendo:
13 Mensenkind, als een land tegen Mij gezondigd zal hebben, zwaarlijk overtredende, zo zal Ik Mijn hand daartegen uitstrekken, en zal hetzelve den staf des broods breken, en een honger daarin zenden, dat Ik daaruit mensen en beesten uitroeie;
13 — Filho do homem, quando uma terra pecar contra mim, cometendo graves transgressões, estenderei a mão contra ela, e cortarei o suprimento de pão, enviarei contra ela fome e eliminarei dela pessoas e animais.
14 Ofschoon deze drie mannen, Noach, Daniel en Job, in het midden deszelven waren, zij zouden door hun gerechtigheid alleen hun ziel bevrijden, spreekt de Heere HEERE.
14 Mesmo que estivessem no meio dela estes três homens, Noé, Daniel e Jó, eles, pela sua justiça, salvariam apenas a sua própria vida, diz o Senhor Deus.
15 Zo Ik het boos gedierte make door het land door te gaan, hetwelk dat van kinderen berove, zodat het woest worde, dat er niemand doorga, vanwege het gedierte;
15 — Se eu fizer passar pela terra animais selvagens, e eles a devastarem, assim que fique assolada, e ninguém possa passar por ela por causa das feras,
16 Die drie mannen in het midden deszelven zijnde, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij zonen, en zo zij dochteren bevrijden zouden, zij zelven alleen zouden bevrijd worden, maar het land zou woest worden.
16 tão certo como eu vivo, diz o Senhor Deus, mesmo que esses três homens estivessem no meio dela, não salvariam nem os seus filhos nem as suas filhas; só eles seriam salvos, e a terra seria assolada.
17 Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten;
17 — Ou se eu fizer vir a espada sobre essa terra e disser: “Espada, passe pela terra”; e eu eliminar dela pessoas e animais,
18 Ofschoon die drie mannen in het midden deszelven waren, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zij zouden zonen noch dochteren bevrijden, maar zij zelven alleen zouden bevrijd worden.
18 tão certo como eu vivo, diz o Senhor Deus, mesmo que esses três homens estivessem no meio dela, não salvariam nem os seus filhos nem as suas filhas; só eles seriam salvos.
19 Of als Ik de pestilentie in datzelve land zende, en Mijn grimmigheid daarover met bloed uitgiete, om daarvan mensen en beesten uit te roeien;
19 — Ou se eu enviar a peste sobre essa terra e derramar o meu furor sobre ela com sangue, para eliminar dela pessoas e animais,
20 Ofschoon Noach, Daniel en Job in het midden deszelven waren, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij een zoon, of zo zij een dochter zouden bevrijden, zij zouden alleen hun ziel door hun gerechtigheid bevrijden.
20 tão certo como eu vivo, diz o Senhor Deus, mesmo que Noé, Daniel e Jó estivessem no meio dela, não salvariam nem o seu filho nem a sua filha; pela sua justiça salvariam apenas a sua própria vida.
21 Want alzo zegt de Heere HEERE: Hoeveel te meer als Ik mijn vier boze gerichten, het zwaard, en den honger, en het boze gedierte, en de pestilentie gezonden zal hebben tegen Jeruzalem, om daaruit mensen en beesten uit te roeien!
21 — Porque assim diz o Senhor Deus: Quanto pior não será, se eu enviar os meus quatro piores castigos, isto é, a espada, a fome, os animais selvagens e a peste, contra Jerusalém, para eliminar dela pessoas e animais?
22 Doch ziet, daarin zullen ontkomenen overblijven, die uitgevoerd zullen worden, zonen en dochteren; ziet, zij zullen tot ulieden uitkomen, en gij zult hun weg zien, en hun handelingen; en gij zult vertroost worden over het kwaad, dat Ik over Jeruzalem gebracht zal hebben, ja, al wat Ik zal gebracht hebben over haar.
22 Mas eis que alguns sobreviventes serão deixados nela, filhos e filhas que serão levados para fora. Eis que eles virão a vocês, e vocês verão a sua conduta e as suas ações. E ficarão consolados do mal que eu fiz vir sobre Jerusalém, sim, de tudo o que fiz vir sobre ela.
23 Zo zullen zij u vertroosten, als gij hun weg en hun handelingen zien zult; en gij zult weten, dat Ik niet zonder oorzaak gedaan heb, al wat Ik in haar gedaan heb, spreekt de Heere HEERE.
23 Eles os consolarão quando vocês virem a sua conduta e as suas ações. E vocês saberão que não foi sem motivo que fiz tudo o que fiz nela, diz o Senhor Deus.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Ezequiel 14, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.