Êxodo 38

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Hij maakte ook het brandofferaltaar van sittimhout; vijf ellen was deszelfs lengte, en vijf ellen zijn breedte, vierkant, en drie ellen zijn hoogte.
1 Fez também o altar do holocausto de madeira de acácia. Seu comprimento era de dois metros e vinte e a largura era de dois metros e vinte; o altar era quadrado. A altura era de um metro e trinta.
2 En hij maakte deszelfs hoornen op zijn vier hoeken; uit hetzelve waren zijn hoornen; en hij overtrok het met koper.
2 Nos quatro cantos colocou quatro chifres, os quais formavam uma só peça com o altar; e o revestiu de bronze.
3 Hij maakte ook al het gereedschap des altaars, de potten, en de schoffelen, en de besprengbekkens, en de krauwelen, en de koolpannen; en al zijn vaten maakte hij van koper.
3 Fez também todos os utensílios do altar: recipientes para recolher as suas cinzas, pás, bacias, garfos e braseiros; todos esses utensílios foram feitos de bronze.
4 Ook maakte hij aan het altaar een rooster van koperen netwerk, onder zijn omloop, van beneden tot zijn midden toe.
4 Fez também para o altar uma grelha de bronze em forma de rede, do rebordo do altar para baixo, a qual chegava até o meio do altar.
5 En hij goot vier ringen aan de vier einden des koperen roosters, tot plaatsen voor de handbomen.
5 Fundiu quatro argolas para os quatro cantos da grelha de bronze, para que nelas fossem passados os cabos.
6 En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met koper.
6 Fez também os cabos de madeira de acácia revestidos de bronze.
7 En hij deed de handbomen in de ringen, aan de zijden des altaars, dat men het met dezelve droeg; hij maakte hetzelve hol van planken.
7 Passou os cabos pelas argolas, de um e de outro lado do altar, para ser levado; oco e de tábuas o fez.
8 Hij maakte ook het koperen wasvat, met zijn koperen voet, van de spiegels der te hoop komende vrouwen, die te hoop kwamen voor de deur van de tent der samenkomst.
8 Fez também a bacia de bronze, com o seu suporte de bronze, dos espelhos das mulheres que se reuniam para ministrar à porta da tenda do encontro.
9 Hij maakte ook den voorhof, aan den zuidhoek zuidwaarts; de behangselen tot den voorhof waren van fijn getweernd linnen, van honderd ellen.
9 Fez também o átrio ao lado meridional, que dá para o sul. As cortinas do átrio eram de linho fino retorcido, de quarenta e quatro metros de comprimento.
10 Hun twintig pilaren en derzelver twintig voeten, waren van koper; de haken dezer pilaren en hun banden waren van zilver.
10 As suas vinte colunas e as suas bases eram de bronze; os ganchos das colunas e as suas vigas superiores eram de prata.
11 En aan den noorderhoek honderd ellen, hun twintig pilaren en derzelver twintig voeten waren van koper; de haken der pilaren en derzelver banden waren van zilver.
11 De igual modo para o lado norte havia cortinas de quarenta e quatro metros de comprimento; as suas vinte colunas e as suas vinte bases eram de bronze; os ganchos das colunas e as suas vigas superiores eram de prata.
12 En aan den westerhoek waren behangselen van vijftig ellen, hun pilaren tien en derzelver voeten tien; de haken der pilaren en hun banden waren van zilver.
12 Para o lado oeste havia cortinas de vinte e dois metros; as suas colunas eram dez, e as suas bases eram dez; os ganchos das colunas e as suas vigas superiores eram de prata.
13 En aan den oosterhoek tegen den opgang waren vijftig ellen.
13 Do lado leste, para o nascente, as cortinas tinham vinte e dois metros de comprimento.
14 De behangselen aan deze zijde waren vijftien ellen, derzelver pilaren drie en hun voeten drie.
14 As cortinas para um lado da entrada tinham seis metros e sessenta de comprimento; e as suas colunas eram três, e as suas bases, três.
15 En aan de andere zijde van de deur des voorhofs, van hier en van daar, waren behangselen van vijftien ellen; hun pilaren drie en derzelver voeten drie.
15 Para o outro lado da entrada do átrio, de um e de outro lado da entrada, havia cortinas de seis metros e sessenta de comprimento; as suas colunas eram três, e as suas bases, três.
16 Al de behangselen des voorhofs waren rondom van fijn getweernd linnen.
16 Todas as cortinas ao redor do átrio eram de linho fino retorcido.
17 De voeten nu der pilaren waren van koper, de haken der pilaren, en hun banden waren van zilver, en het overdeksel hunner hoofden was van zilver, en al de pilaren des voorhofs waren met zilver omtogen.
17 As bases das colunas eram de bronze; os ganchos das colunas e as suas vigas superiores eram de prata.
18 En het deksel van de poort des voorhofs was van geborduurd werk, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; en twintig ellen was de lengte, en de hoogte in de breedte was vijf ellen, tegenover de behangselen des voorhofs.
18 O cortinado da porta do átrio era de obra de bordador, de pano azul, púrpura, carmesim e linho fino retorcido; o comprimento era de oito metros e oitenta, e a altura, na largura, era de dois metros e vinte, segundo a medida das cortinas do átrio.
19 En hun vier pilaren en derzelver vier voeten waren van koper, hun haken waren van zilver; ook was het overdeksel hunner hoofden en hun banden van zilver.
19 As suas quatro colunas e as suas quatro bases eram de bronze, os seus ganchos eram de prata, e o revestimento das suas cabeças e as suas vigas superiores eram de prata.
20 En al de pennen des tabernakels en des voorhofs rondom waren van koper.
20 Todos os pregos do tabernáculo e do átrio ao redor eram de bronze.
21 Dit zijn de getelde dingen van den tabernakel, van den tabernakel der getuigenis, die geteld zijn naar den mond van Mozes, ten dienste der Levieten, door de hand van Ithamar, de zoon van den priester Aaron.
21 Esta é a enumeração das coisas para o tabernáculo, a saber, o tabernáculo do testemunho, segundo, por ordem de Moisés, foram contadas pelos levitas, sob a direção de Itamar, filho do sacerdote Arão.
22 Bezaleel nu, de zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda, maakte al, dat de HEERE aan Mozes geboden had.
22 Bezalel, filho de Uri, filho de Hur, da tribo de Judá, fez tudo o que o Senhor havia ordenado a Moisés.
23 En met hem Aholiab, de zoon van Ahisamach, van den stam van Dan, een werkmeester en vernuftig kunstenaar, en een borduurder in hemelsblauw, en in purper, en in scharlaken, en in fijn linnen.
23 Com ele estava Aoliabe, filho de Aisamaque, da tribo de Dã, mestre de obras, desenhista e bordador em pano azul, púrpura, carmesim e linho fino.
24 Al het goud, dat tot het werk verarbeid is, in het ganse werk des heiligdoms, te weten, het goud des beweegoffers, was negen en twintig talenten, en zevenhonderd en dertig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
24 Todo o ouro empregado na obra, em toda a obra do santuário, a saber, o ouro da oferta, foram mil quilos, segundo o peso padrão do santuário.
25 Het zilver nu van de getelden der vergadering was honderd talenten, en duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
25 A prata dos arrolados da congregação foram três mil quatrocentos e vinte e um quilos, segundo o peso padrão do santuário:
26 Een beka voor elk hoofd, dat is een halve sikkel, naar den sikkel des heiligdoms, van een ieder, die overging tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, namelijk zeshonderd drie duizend, vijfhonderd vijftig.
26 seis gramas por cabeça, isto é, metade do peso padrão, segundo o peso padrão do santuário, de cada um dos arrolados, de vinte anos para cima, que foram seiscentos e três mil quinhentos e cinquenta.
27 En er waren honderd talenten zilver, om te gieten de voeten des heiligdoms, en de voeten des voorhangs; tot honderd voeten waren honderd talenten, een talent tot een voet.
27 Empregaram-se três mil e quatrocentos quilos de prata para fundir as bases do santuário e as bases do véu; para as cem bases, três mil e quatrocentos quilos: trinta e quatro quilos para cada base.
28 Maar uit de duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen maakte hij de haken aan de pilaren, en hij overtrok hun hoofden, en omtoog ze met banden.
28 Dos vinte e um quilos de prata que restaram, fez os colchetes das colunas, e cobriu as suas cabeças, e lhes fez as vigas superiores.
29 Het koper nu des beweegoffers was zeventig talenten, en twee duizend vierhonderd sikkelen.
29 O bronze da oferta foram dois mil e quatrocentos quilos.
30 En hij maakte daarvan de voeten der deur van de tent der samenkomst, en het koperen altaar, en den koperen rooster, dien het had, en al het gereedschap des altaars.
30 Dele fez as bases da porta da tenda do encontro, o altar de bronze, a sua grelha de bronze, todos os utensílios do altar,
31 En de voeten des voorhofs rondom, en de voeten van de poort des voorhofs, ook al de pennen des tabernakels, en al de pennen des voorhofs rondom.
31 as bases do átrio ao redor, as bases da porta do átrio, todas as estacas do tabernáculo e todas as estacas do átrio ao redor.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Êxodo 38, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.