Êxodo 29

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Dit nu is de zaak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen: neem een var, het jong eens runds, en twee volkomen rammen;
1 O Senhor disse a Moisés: — A fim de separar Arão e os seus filhos como sacerdotes para o meu serviço, faça o seguinte: pegue um touro novo e dois carneiros sem defeito.
2 En ongezuurd brood, en ongezuurde koeken, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken; van tarwemeelbloem zult gij dezelve maken.
2 Pegue farinha de trigo e faça alguns pães com azeite e outros sem azeite, todos sem fermento. Faça também alguns pães achatados e passe azeite em cima.
3 En gij zult ze in een korf leggen, en zult ze in den korf toebrengen, met den var en de twee rammen.
3 Ponha tudo isso numa cesta e ofereça a mim quando você fizer o sacrifício do touro novo e dos dois carneiros.
4 Alsdan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.
4 — Traga Arão e os filhos dele para a entrada da Tenda da Minha Presença e mande que eles se lavem.
5 Daarna zult gij de klederen nemen, en Aaron den rok, en den mantel des efods, en den efod, en den borstlap aandoen; en gij zult hem omgorden met den kunstelijken riem des efods.
5 Depois vista Arão com as suas roupas de sacerdote, isto é, a túnica , o manto sacerdotal , a sobrepeliz , o peitoral e o cinto que passa pela cintura do manto.
6 En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.
6 Ponha nele a mitra e amarre nela a placa sagrada em que estão gravadas as palavras “Separado para o Senhor ”.
7 En gij zult de zalfolie nemen, en op zijn hoofd gieten; alzo zult gij hem zalven.
7 Em seguida ponha na cabeça dele o azeite de ungir.
8 Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.
8 — Traga os filhos de Arão e vista túnicas neles.
9 En gij zult hen met den gordel omgorden, namelijk Aaron en zijn zonen; en gij zult hun de mutsen opbinden, opdat zij het priesterambt hebben tot een eeuwige inzetting. Voorts zult gij de hand van Aaron vullen, en de hand zijner zonen.
9 Ponha faixas em volta da sua cintura e mitra na sua cabeça. É assim que você consagrará Arão e os seus filhos. Ele e os seus descendentes deverão me servir para sempre como sacerdotes.
10 En gij zult den var nabij brengen voor de tent der samenkomst; en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd van den var leggen.
10 — Traga também o touro novo para a frente da Tenda da Minha Presença, e Arão e os seus filhos porão as mãos na cabeça dele.
11 En gij zult den var slachten voor het aangezicht des HEEREN, voor de deur van de tent der samenkomst.
11 Mate o touro ali na minha presença, na entrada da Tenda.
12 Daarna zult gij van het bloed des vars nemen, en met uw vinger op de hoornen des altaars doen; en al het bloed zult gij uitgieten aan den bodem des altaars.
12 Depois pegue o sangue do touro e, com o dedo, ponha sobre as pontas do altar e derrame o resto na base do altar.
13 Gij zult ook al het vet nemen, hetwelk het ingewand bedekt, en het net over de lever, en beide nieren en het vet, dat aan dezelve is, en gij zult ze aansteken op het altaar.
13 Em seguida queime no altar, como oferta para mim, as seguintes partes do animal: toda a gordura que cobre os miúdos, a melhor parte do fígado, os dois rins e a gordura que os cobre.
14 Maar het vlees des vars, en zijn vel, en zijn drek, zult gij met vuur verbranden, buiten het leger; het is een zondoffer.
14 Mas queime fora do acampamento a carne do animal, o couro e as tripas. Essa é uma oferta para tirar os pecados dos sacerdotes.
15 Daarna zult gij den ene ram nemen, en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op het hoofd des rams leggen;
15 — Depois pegue um dos carneiros, e Arão e os seus filhos porão as mãos na cabeça dele.
16 En gij zult den ram slachten, en gij zult zijn bloed nemen, en rondom op het altaar sprengen.
16 Mate o carneiro, pegue o sangue e com ele borrife os quatro lados do altar.
17 En den ram zult gij in zijn delen delen; en gij zult zijn ingewand en zijn schenkelen wassen, en op zijn delen, en op zijn hoofd leggen.
17 Corte o carneiro em pedaços, lave os miúdos e as pernas traseiras e ponha em cima da cabeça e dos outros pedaços.
18 Alzo zult gij den gehelen ram aansteken op het altaar; het is een brandoffer den HEERE, tot een liefelijken reuk, het is een vuuroffer den HEERE.
18 Queime o carneiro inteiro em cima do altar como uma oferta de alimento. O cheiro dessa oferta me agrada.
19 Daarna zult gij den anderen ram nemen, en Aaron en zijn zonen zullen hun handen op des rams hoofd leggen;
19 — Depois pegue o outro carneiro, e Arão e os seus filhos porão as mãos na cabeça dele.
20 En gij zult den ram slachten, en van zijn bloed nemen, en doen het op het rechter oorlapje van Aaron, en op het rechteroorlapje van zijn zonen, desgelijks op den duim hunner rechterhand, en op den groten teen huns rechtervoets; en dat bloed zult gij op het altaar sprengen, rondom heen.
20 Mate esse carneiro e ponha uma parte do sangue dele na ponta da orelha direita de Arão e na ponta da orelha direita dos seus filhos. Também ponha o sangue sobre o dedo polegar da mão direita deles e sobre o dedão do pé direito; e com o resto do sangue borrife os quatro lados do altar.
21 Dan zult gij nemen van het bloed, dat op het altaar is, en van de zalfolie, en gij zult op Aaron en op zijn klederen sprengen, en op zijn zonen en op de klederen zijner zonen met hem; opdat hij geheiligd zij, en zijn klederen, ook zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
21 Pegue um pouco do sangue que está no altar e o azeite de ungir e com eles borrife Arão, e as suas roupas, e os seus filhos, e as roupas deles. Então ele, os seus filhos e as roupas de todos eles estarão separados para mim.
22 Daarna zult gij van den ram nemen het vet mitsgaders den staart, ook het vet, dat het ingewand bedekt, en het net der lever en de beide nieren, met het vet, dat aan dezelve is, en den rechterschouder; want het is een ram der vulofferen;
22 Esse carneiro é oferecido para a ordenação dos sacerdotes. Retire a gordura desse carneiro, o rabo, a gordura que cobre os miúdos, a melhor parte do fígado, os dois rins com a gordura que os cobre e a coxa direita.
23 En een broodbol, en een koek geolied brood, en een vlade, uit den korf der ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN zijn zal;
23 — Da cesta de pães sem fermento que foram oferecidos a mim, pegue um pão de cada tipo: um pão feito com azeite, outro pão sem azeite e um pão achatado.
24 En leg ze alle op de handen van Aaron, en op de handen zijner zonen, en beweeg ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN.
24 Ponha esses pães nas mãos de Arão e dos filhos dele e faça com que eles os separem para mim como oferta especial.
25 Neem ze daarna van hun hand, en steek ze aan op het altaar, op het brandoffer, tot een liefelijken reuk voor het aangezicht des HEEREN; het is een vuuroffer den HEERE.
25 Depois pegue os pães das suas mãos e queime em cima do altar, como alimento oferecido a mim. O cheiro dessa oferta me agrada.
26 En neem de borst van den ram der vulofferen, die van Aaron is, en beweeg hem ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; en het zal u ten dele zijn.
26 Pegue o peito do carneiro e o separe para mim como oferta especial. Essa parte do animal ficará para você.
27 En gij zult de borst des beweegoffers heiligen, en de schouder des hefoffers, die bewogen, en die opgeheven zal zijn van den ram des vuloffers, van hetgeen dat Aarons, en van hetgeen dat zijner zonen is.
27 — Na cerimônia de ordenação de um sacerdote, o peito e a coxa do carneiro deverão ser separados para mim como oferta especial e deverão ser dados para os sacerdotes.
28 En het zal voor Aaron en zijn zonen zijn tot een eeuwige inzetting vanwege de kinderen Israels; want het is een hefoffer; en het hefoffer vanwege de kinderen Israels zal zijn van hun dankofferen; hun hefoffer zal voor den HEERE zijn.
28 As ofertas de paz dos israelitas serão feitas assim, para sempre. O peito e a coxa do animal pertencem aos sacerdotes. Essa é a oferta do povo para mim, o Senhor .
29 De heilige klederen nu, die van Aaron zullen geweest zijn, zullen van zijn zonen na hem zijn, opdat men hen in dezelve zalve, en dat men hun hand in dezelve vulle.
29 — Depois da morte do sacerdote Arão, as suas roupas passarão para os seus filhos, e eles as usarão quando forem ordenados.
30 Zeven dagen zal hij ze aantrekken, die uit zijn zonen in zijn plaats priester zal worden, die in de tent der samenkomst gaan zal, om in het heilige te dienen.
30 O filho de Arão que ficar no lugar dele como sacerdote e que entrar na Tenda da Minha Presença para servir no Lugar Santo deverá usar essas roupas sete dias.
31 Gij zult den ram der vulling nemen, en gij zult zijn vlees in de heilige plaats zieden.
31 — A carne do carneiro usado na ordenação de Arão e dos seus filhos deverá ser cozida num lugar sagrado.
32 Aaron nu en zijn zonen zullen het vlees van dezen ram eten, en het brood, dat in den korf zal zijn, bij de deur van de tent der samenkomst.
32 Na entrada da Tenda da Minha Presença eles deverão comer essa carne com o pão que ficar na cesta.
33 En zij zullen die dingen eten, met welke de verzoening zal gedaan zijn, om hun hand te vullen, en om hen te heiligen; maar een vreemde zal ze niet eten, want ze zijn heilig.
33 Quando eles forem ordenados, comerão o que foi oferecido como sacrifício para tirar os seus pecados. Somente os sacerdotes poderão comer esse alimento, pois ele é sagrado.
34 En indien er wat overblijven zal van het vlees der vulofferen, of van dit brood, tot aan den morgen, zo zult gij het overgeblevene met vuur verbranden; het zal niet gegeten worden, want het is heilig.
34 Por isso a carne ou o pão que não forem comidos naquele mesmo dia deverão ser queimados. Não deverão ser comidos, pois são sagrados.
35 Gij zult dan aan Aaron en aan zijn zonen alzo doen, naar alles, wat Ik u geboden heb; zeven dagen zult gij hun hand vullen.
35 — Conforme eu mandei, faça durante sete dias as cerimônias para ordenar Arão e os seus filhos.
36 Gij zult ook des daags een var des zondoffers bereiden, tot de verzoeningen, en gij zult het altaar ontzondigen, mits doende de verzoening over hetzelve; en gij zult het zalven, om het te heiligen.
36 Cada dia ofereça um touro novo como sacrifício para conseguir o perdão dos pecados de todos. Com um sacrifício para tirar pecados você purificará o altar e depois o ungirá a fim de torná-lo santo.
37 Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.
37 Faça isso todos os dias, durante sete dias. Então o altar ficará completamente santo, e qualquer pessoa ou coisa que tocar nele sofrerá por causa do poder da sua santidade.
38 Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk.
38 — Todos os dias, e para sempre, sacrifique dois carneirinhos de um ano.
39 Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden.
39 Sacrifique um deles de manhã e o outro à tarde.
40 Met een tiende deel meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin gestoten olie; en tot drankoffer een vierde deel van een hin wijn, tot het ene lam.
40 Junto com o primeiro carneirinho ofereça um quilo de farinha de trigo misturada com um litro de azeite. E, como oferta, derrame um litro de vinho.
41 Het andere lam nu zult gij bereiden tussen de twee avonden; gij zult daarmede doen gelijk met het morgenspijsoffer, en gelijk met het drankoffer deszelven, tot een liefelijken reuk; het is een vuuroffer den HEERE.
41 À tarde ofereça outro carneirinho e junto com ele a mesma quantidade de farinha, azeite e vinho, como de manhã. Essa é uma oferta de alimento trazida para mim, o Senhor , e o seu cheiro me agrada.
42 Het zal een geduriglijk brandoffer zijn bij uw geslachten, aan de deur van de tent der samenkomst, voor het aangezicht des HEEREN; aldaar zal Ik met ulieden komen, dat Ik aldaar met u spreke.
42 E essa oferta a ser queimada deve ser oferecida para sempre na minha presença, na entrada da Tenda da Minha Presença . Ali eu me encontrarei com o meu povo e falarei com você.
43 En daar zal Ik komen tot de kinderen Israels; opdat zij geheiligd worden door Mijn heerlijkheid.
43 Ali me encontrarei com o povo de Israel, e a minha glória fará com que esse lugar fique santo.
44 En Ik zal de tent der samenkomst heiligen, mitsgaders het altaar; Ik zal ook Aaron en zijn zonen heiligen, opdat zij Mij het priesterambt bedienen.
44 Eu farei com que a Tenda e o altar fiquem santos e separarei Arão e os seus filhos para me servirem como sacerdotes.
45 En Ik zal in het midden der kinderen Israels wonen, en Ik zal hun tot een God zijn.
45 Morarei no meio do povo de Israel e serei o Deus deles.
46 En zij zullen weten, dat Ik de HEERE hun God ben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd heb, opdat Ik in het midden van hen wonen zou; Ik ben de HEERE, hun God.
46 Eles ficarão sabendo que eu, o Senhor , sou o Deus que os tirou do Egito para morar entre eles. Eu sou o Senhor , o Deus deles.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Êxodo 29, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.