Êxodo 12

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
1 O Senhor Deus falou com Moisés e Arão no Egito. Ele disse:
2 Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
2 — Este mês será para vocês o primeiro mês do ano.
3 Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
3 Diga a todo o povo israelita o seguinte: no dia dez deste mês cada pai de família escolherá um carneirinho ou um cabrito para a sua família, isto é, um animal para cada casa.
4 Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
4 Se a família for pequena demais para comer o animal inteiro, então o dono da casa e o seu vizinho mais próximo o comerão juntos, repartindo-o de acordo com o número de pessoas e a quantidade que cada um puder comer.
5 Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
5 O animal deverá ser um carneirinho ou um cabrito sem defeito, de um ano.
6 En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
6 Vocês o guardarão até o dia catorze deste mês, e na tarde desse dia todo o povo israelita matará os animais.
7 En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
7 Pegarão um pouco do sangue e o passarão nos batentes dos lados e de cima das portas das casas onde os animais vão ser comidos.
8 En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
8 Nessa noite a carne deverá ser assada na brasa e comida com pães sem fermento e com ervas amargas.
9 Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
9 A carne não deverá ser comida crua nem cozida; o animal inteiro, incluindo a cabeça, as pernas e os miúdos, será assado na brasa.
10 Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
10 Não deixem nada para o dia seguinte e queimem o que sobrar.
11 Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
11 Já vestidos, calçados e segurando o bastão, comam depressa o animal. Esta é a Páscoa de Deus, o Senhor .
12 Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
12 — Nessa noite eu passarei pela terra do Egito e matarei todos os primeiros filhos, tanto das pessoas como dos animais. E castigarei todos os deuses do Egito. Eu sou o Senhor .
13 En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
13 O sangue nos batentes das portas será um sinal para marcar as casas onde vocês moram. Quando estiver castigando o Egito, eu verei o sangue e então passarei por vocês sem parar, para que não sejam destruídos por essa praga.
14 En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
14 Comemorem esse dia como festa religiosa para lembrar que eu, o Senhor , fiz isso. Vocês e os seus descendentes devem comemorar a Festa da Páscoa para sempre.
15 Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
15 — Durante sete dias vocês comerão pão sem fermento . Por isso, no primeiro dia tirem o fermento das suas casas. Pois qualquer pessoa que comer pão feito com fermento, desde o primeiro até o sétimo dia, será expulsa do meio do povo de Israel.
16 En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
16 No primeiro dia e também no sétimo, façam uma reunião para adorar a Deus. Nenhum trabalho será feito nesses dias, a não ser para preparar comida.
17 Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
17 Comemorem a Festa dos Pães sem Fermento no aniversário do dia em que eu tirei do Egito as tribos do povo de Israel. Essa comemoração será uma lei permanente, que passará de pais a filhos.
18 In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
18 Desde a tarde do dia catorze do primeiro mês até a tarde do dia vinte e um do mesmo mês, o pão que vocês comerem será feito sem fermento.
19 Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
19 Durante esses sete dias não haverá fermento nas suas casas, pois quem comer pão com fermento, seja um estrangeiro que estiver vivendo no país, seja um israelita, será expulso do meio do povo de Israel.
20 Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
20 Portanto, nesses dias não comam nada que tenha fermento. Em todas as suas casas só será comido pão sem fermento.
21 Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.
21 Moisés mandou chamar todos os líderes do povo e disse: — Escolham carneiros ou cabritos e os matem para que todas as famílias israelitas possam comemorar a
22 Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.
22 Peguem um galho de hissopo e o molhem no sangue que estiver na bacia e passem nos batentes dos lados e de cima da porta das suas casas. E que ninguém saia de casa durante toda a noite.
23 Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.
23 Quando o Senhor passar para matar os egípcios, verá o sangue ali nos batentes e não deixará que o Anjo da Morte entre nas suas casas para matá-los.
24 Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.
24 Vocês e os seus descendentes devem obedecer a essa ordem para sempre.
25 En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
25 Quando entrarem na terra que o Senhor lhes dará, como prometeu, vocês deverão continuar realizando essa cerimônia religiosa.
26 En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?
26 Quando os seus filhos perguntarem: “O que quer dizer essa cerimônia?”,
27 Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
27 vocês responderão: “É o sacrifício da Páscoa em honra do Senhor Deus, pois no Egito ele passou pelas casas dos israelitas e não parou. O Senhor matou os egípcios, mas não matou as nossas famílias.” Então os israelitas se ajoelharam e adoraram a Deus, o
28 En de kinderen Israels gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
28 Depois foram e fizeram tudo o que ele havia ordenado a Moisés e Arão.
29 En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
29 À meia-noite, o Senhor Deus matou os filhos mais velhos de todas as famílias do Egito, desde o filho do rei, que era o herdeiro do trono, até o filho do prisioneiro que estava na cadeia; e matou também a primeira cria dos animais.
30 En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.
30 Naquela noite o rei, os seus funcionários e todos os outros egípcios saíram da cama. É que em todo o Egito havia gente chorando e gritando, pois em todas as casas havia um filho morto.
31 Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.
31 Nessa mesma noite o rei mandou chamar Moisés e Arão e lhes disse: — Saiam daqui, vocês e todos os outros israelitas! Deixem o meu país. Vão adorar a Deus, o
32 Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.
32 Peguem as suas ovelhas e cabras e o seu gado e vão embora. E peçam a Deus que me abençoe.
33 En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!
33 Os egípcios insistiram com os israelitas para que saíssem do país o mais depressa possível. Eles diziam: — Se vocês não saírem, todos nós morreremos!
34 En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.
34 Assim, cada família israelita pegou a massa de pão sem fermento , pôs numa bacia, embrulhou a bacia num pano e carregou no ombro.
35 De kinderen Israels nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geeist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.
35 Os israelitas fizeram como Moisés havia ordenado e pediram aos egípcios joias de prata e de ouro e roupas.
36 Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.
36 O Senhor Deus fez com que os egípcios dessem de boa vontade aos israelitas tudo o que eles pediam. Assim o povo de Israel tomou as riquezas dos egípcios.
37 Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.
37 Os israelitas saíram a pé de Ramessés e foram para Sucote. Eram mais ou menos seiscentos mil homens, sem contar as mulheres, as crianças e os velhos.
38 En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
38 Com eles foram muitas outras pessoas, e também muitas ovelhas e cabras, e muito gado.
39 En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
39 Os israelitas fizeram pão sem fermento com a massa que haviam levado do Egito, pois os egípcios os haviam expulsado do país tão de repente, que eles não tinham tido tempo de preparar comida, nem de preparar massa com fermento.
40 De tijd nu der woning, die de kinderen Israels in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.
40 Os israelitas tinham vivido no Egito quatrocentos e trinta anos.
41 En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des HEEREN uit Egypteland gegaan zijn.
41 No dia em que terminaram os quatrocentos e trinta anos, todas as tribos do povo de Deus, o Senhor , saíram do Egito.
42 Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israels, onder hun geslachten.
42 Essa foi a noite em que o Senhor ficou vigiando para tirá-los do Egito. Ela é dedicada ao Senhor para sempre, como a noite que deverá ser comemorada por todos os israelitas.
43 Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
43 O Senhor Deus disse a Moisés e a Arão: — Esta é a
44 Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.
44 Porém todo escravo comprado poderá comer dela depois de ser circuncidado .
45 Geen uitlander noch huurling zal er van eten.
45 Os estrangeiros, tanto os que estiverem de passagem como os que estiverem vivendo no país, vivendo de salário, não poderão tomar essa refeição.
46 In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
46 Ela deverá ser comida na casa onde foi preparada: não será tirada dali. E não quebrem nenhum osso do animal.
47 De ganse vergadering van Israel zal het doen.
47 Todo o povo de Israel deve comemorar essa festa religiosa.
48 Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.
48 Não poderão tomar parte nela os homens que não tiverem sido circuncidados. Porém, se algum estrangeiro estiver morando com vocês e quiser comemorar a Páscoa em honra do Senhor , vocês deverão primeiro circuncidá-lo e também todos os outros homens e meninos da sua família. Depois ele poderá tomar parte na comemoração e será como se fosse uma pessoa nascida em Israel.
49 Enerlei wet zij voor de ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.
49 A mesma lei será para os israelitas nascidos no país e para os estrangeiros que vivem entre vocês.
50 En alle kinderen Israels deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
50 Todos os israelitas obedeceram e fizeram o que o Senhor havia ordenado a Moisés e a Arão.
51 En het geschiedde even ten zelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israels uit Egypteland leidde, naar hun heiren.
51 Naquele dia o Senhor tirou do Egito as tribos do povo de Israel.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Êxodo 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.