Esdras 10

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Als Ezra alzo bad, en als hij deze belijdenis deed, wenende en zich voor Gods huis nederwerpende, verzamelde zich tot hem uit Israel een zeer grote gemeente van mannen, en vrouwen, en kinderen; want het volk weende met groot geween.
1 Enquanto Esdras estava ajoelhado em frente do Templo, orando, chorando e confessando esses pecados, um grande grupo de israelitas — homens, mulheres e crianças — se reuniu em volta dele. E eles também choravam amargamente.
2 Toen antwoordde Sechanja, de zoon van Jehiel, een van de zonen van Elam, en zeide tot Ezra: Wij hebben overtreden tegen onzen God, en wij hebben vreemde vrouwen van de volken des lands bij ons doen wonen; maar nu, er is hope voor Israel, dezen aangaande.
2 Então Secanias, filho de Jeiel, da família de Elão, disse a Esdras: — Nós pecamos contra o nosso Deus, casando com mulheres estrangeiras de nações pagãs. Porém mesmo assim ainda há esperança para o povo de Israel.
3 Laat ons dan nu een verbond maken met onze God, dat wij al die vrouwen, en wat van haar geboren is, zullen doen uitgaan, naar den raad des HEEREN, en dergenen, die beven voor het gebod onzes Gods; en laat er gedaan worden naar de wet.
3 Agora prometamos solenemente ao nosso Deus que mandaremos embora essas mulheres e os seus filhos. Isso faremos seguindo o seu conselho e o dos outros que respeitam os mandamentos do nosso Deus. Assim estaremos fazendo o que a Lei de Deus manda.
4 Sta op, want deze zaak komt u toe; en wij zullen met u zijn; wees sterk en doe het.
4 Levante-se, pois é o senhor quem deve fazer isso. Nós o apoiaremos. Portanto, anime-se e mãos à obra!
5 Toen stond Ezra op, en deed de oversten der priesteren, de Levieten en gans Israel zweren, te zullen doen naar dit woord; en zij zwoeren.
5 Então Esdras se levantou e fez com que os chefes dos sacerdotes, os chefes dos levitas e todo o resto do povo jurassem que fariam o que Secanias tinha dito. E eles juraram.
6 En Ezra stond op van voor Gods huis, en ging in de kamer van Johanan, den zoon van Eljasib; als hij daar kwam, at hij geen brood, en dronk geen water, want hij bedreef rouw over de overtreding der weggevoerden.
6 Aí Esdras saiu da frente do Templo e foi para o quarto de Joanã, filho de Eliasibe. Ele passou a noite ali, sem comer nem beber, porque estava muito triste por causa da infidelidade dos que haviam voltado da Babilônia.
7 En zij lieten een stem doorgaan door Juda en Jeruzalem, aan al de kinderen der gevangenis, dat zij zich te Jeruzalem zouden verzamelen.
7 Depois mandaram anunciar em Jerusalém e em Judá que todos os que haviam voltado do cativeiro na Babilônia deviam reunir-se em Jerusalém.
8 En al wie niet kwam in drie dagen, naar den raad der vorsten en der oudsten, al zijn have zou verbannen zijn; en hij zelf zou afgezonderd wezen van de gemeente der weggevoerden.
8 Avisaram também que, por ordem dos governadores e líderes do povo, qualquer pessoa que não chegasse no prazo de três dias perderia as suas propriedades e também o direito de fazer parte do povo de Israel.
9 Toen verzamelden zich alle mannen van Juda en Benjamin te Jeruzalem in drie dagen; het was de negende maand op den twintigsten in de maand; en al het volk zat op de straat van Gods huis, sidderende om deze zaak, en vanwege de plasregenen.
9 E assim, dentro de três dias, no dia vinte do nono mês, todos os homens que moravam na região de Judá e de Benjamim chegaram a Jerusalém e se reuniram no pátio do Templo. Estava caindo uma chuva forte e, por causa do tempo e da importância daquele assunto, todos tremiam.
10 Toen stond Ezra, de priester, op en zeide tot hen: Gijlieden hebt overtreden, en vreemde vrouwen bij u doen wonen, om Israels schuld te vermeerderen.
10 Então o sacerdote Esdras se levantou e disse: — Vocês foram infiéis e aumentaram a culpa do povo de Israel por terem casado com mulheres estrangeiras.
11 Nu dan, doet den HEERE, uwer vaderen God, belijdenis en doet Zijn welgevallen, en scheidt u af van de volken des lands, en van de vreemde vrouwen.
11 Portanto, confessem agora os seus pecados ao Senhor , o Deus dos seus antepassados, e façam o que lhe agrada. Afastem-se dos estrangeiros que vivem na nossa terra e mandem embora as mulheres estrangeiras com quem vocês casaram.
12 En de ganse gemeente antwoordde en zeide met luider stem: Naar uw woorden, alzo komt het ons toe te doen.
12 E todo o povo respondeu em voz alta: — Sim! Faremos tudo o que o senhor mandar!
13 Maar des volks is veel, en het is een tijd van plasregen, dat men hier buiten niet staan kan; en het is geen werk van een dag noch van twee; want velen onzer hebben overtreden in deze zaak.
13 Porém somos muitos, e a chuva está forte. Não podemos continuar aqui fora. O que o senhor está mandando não é coisa que se possa fazer em um ou dois dias, pois os que são culpados desse pecado são muitos.
14 Laat toch onze vorsten der ganse gemeente hierover staan, en allen, die in onze steden zijn, die vreemde vrouwen bij zich hebben doen wonen, op gezette tijden komen, en met hen de oudsten van elke stad en derzelver rechters; totdat wij van ons afwenden de hittigheid des toorns onzes Gods, om dezer zaken wil.
14 Deixe que os nossos chefes fiquem em Jerusalém e se encarreguem do caso. Então cada homem que vive nas nossas cidades e que casou com uma mulher estrangeira virá num dia marcado, acompanhado dos líderes e juízes da sua cidade. Desta maneira a ira de Deus por causa dessa situação se desviará de nós.
15 Alleenlijk Jonathan, de zoon van Asahel, en Jehazia, de zoon van Tikva, stonden hierover; en Mesullam, en Sabbethai, de Leviet, hielpen hen.
15 Ninguém foi contra o plano, a não ser Jônatas, filho de Asael, e Jazeias, filho de Ticva. E Mesulã e Sabetai, o levita, os apoiaram.
16 En de kinderen der gevangenis deden alzo; en Ezra, de priester, met de mannen, de hoofden der vaderen, naar het huis hunner vaderen, en zij allen, bij namen genoemd, scheidden zich af, en zij zaten op den eersten dag der tiende maand, om deze zaak te onderzoeken.
16 Os que haviam voltado da Babilônia aceitaram o plano. Então o sacerdote Esdras escolheu alguns homens entre os chefes dos grupos de famílias e anotou os nomes deles. Estes começaram a investigação no dia primeiro do décimo mês.
17 En zij voleindden het met alle mannen, die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen, tot op den eersten dag der eerste maand.
17 E, nos três meses seguintes, eles examinaram todos os casos de homens que haviam casado com mulheres estrangeiras.
18 En er werden gevonden van de zonen der priesteren, die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen; van de zonen van Jesua, den zoon van Jozadak, en zijn broederen, Maaseja, en Eliezer, en Jarib, en Gedalja.
18 Esta é a lista dos que casaram com mulheres estrangeiras: Sacerdotes, por grupos de famílias: Maaseias, Eliézer, Jaribe e Gedalias, da família de Josué, e os seus irmãos, filhos de Jozadaque.
19 En zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan; en schuldig zijnde, offerden zij een ram van de kudde voor hun schuld.
19 Eles prometeram se divorciar das suas mulheres e ofereceram um carneiro como sacrifício pelos seus pecados.
20 En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.
20 Da família de Imer: Hanani e Zebadias.
21 En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,
21 Da família de Harim: Maaseias, Elias, Semaías, Jeiel e Uzias.
22 En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.
22 Da família de Pasur: Elioenai, Maaseias, Ismael, Netanel, Jozabade e Elasa.
23 En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.
23 Levitas : Jozabade, Simei, Quelaías (também chamado de Quelita), Petaías, Judá e Eliézer.
24 En van de zangers: Eljasib; en van de poortiers: Sallum, en Telem, en Uri.
24 Músico: Eliasibe. Guardas do Templo: Salum, Telém e Uri.
25 En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
25 Outros: Da família de Parós: Ramias, Jezias, Malquias, Miamim, Eleazar, Malquias e Benaías.
26 En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
26 Da família de Elão: Matanias, Zacarias, Jeiel, Abdi, Jerimote e Elias.
27 En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
27 Da família de Zatu: Elioenai, Eliasibe, Matanias, Jerimote, Zabade e Aziza.
28 En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
28 Da família de Bebai: Jeoanã, Hananias, Zabai e Atlai.
29 En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
29 Da família de Bani: Mesulã, Maluque, Adaías, Jasube, Seal e Jerimote.
30 En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
30 Da família de Paate-Moabe: Adna, Quelal, Benaías, Maaseias, Matanias, Bezalel, Binui e Manassés.
31 En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
31 — ausente —
32 Benjamin, Malluch, Semarja.
32 — ausente —
33 Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
33 Da família de Hasum: Matenai, Matata, Zabade, Elifelete, Jeremai, Manassés e Simei.
34 Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,
34 — ausente —
35 Benaja, Bedeja, Cheluhu,
35 — ausente —
36 Vanja, Meremoth, Eljasib,
36 — ausente —
37 Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
37 — ausente —
38 En Bani, en Binnui, Simei,
38 — ausente —
39 En Selemja, en Nathan, en Adaja,
39 — ausente —
40 Machnadbai, Sasai, Sarai,
40 — ausente —
41 Azareel, Selemja, Semarja,
41 — ausente —
42 Sallum, Amarja, Jozef.
42 — ausente —
43 Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
43 Da família de Nebo: Jeiel, Matitias, Zabade, Zebina, Jadai, Joel e Benaías.
44 Alle dezen hadden vreemde vrouwen genomen; en sommigen van hen hadden vrouwen, waarbij zij kinderen gekregen hadden.
44 Todos estes tinham mulheres estrangeiras. Eles se divorciaram delas e as mandaram embora com os seus filhos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Esdras 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.