Deuteronômio 9

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Hoor, Israel! gij zult heden over de Jordaan gaan, dat gij inkomt, om volken te erven, die groter en sterker zijn dan gij; steden, die groot en tot in den hemel gesterkt zijn;
1 — Escute, Israel! Hoje vocês vão passar o Jordão para tomar posse de nações maiores e mais fortes do que vocês, cidades grandes e com muralhas que chegam até os céus,
2 Een groot en lang volk, kinderen der Enakieten; die gij kent, en van welke gij gehoord hebt: Wie zou bestaan voor het aangezicht der kinderen van Enak?
2 um povo grande e alto, filhos dos anaquins, que vocês conhecem e de quem vocês já ouviram dizer: “Quem poderá resistir aos filhos de Anaque?”
3 Zo zult gij heden weten, dat de HEERE, uw God, Degene is, Die voor uw aangezicht doorgaat, een verterend vuur: Die zal hen verdelgen, en Die zal hen voor uw aangezicht nederwerpen; en gij zult ze uit de bezitting verdrijven, en zult hen haastelijk te niet doen, gelijk als de HEERE tot u gesproken heeft.
3 Saibam, pois, hoje que o Senhor , seu Deus, é que vai adiante de vocês. Ele é fogo que consome; ele os destruirá e os subjugará diante de vocês. Assim, vocês os expulsarão e, depressa, os farão desaparecer, como o Senhor prometeu a vocês.
4 Wanneer hen nu de HEERE, uw God, voor uw aangezicht zal hebben uitgestoten, zo spreek niet in uw hart, zeggende: De HEERE heeft mij om mijn gerechtigheid ingebracht, om dit land te erven; want, om de goddeloosheid dezer volken, verdrijft hen de HEERE voor uw aangezicht uit de bezitting.
4 — Quando, pois, o Senhor , seu Deus, tiver expulsado essas nações de diante de vocês, não fiquem pensando: “É por causa da nossa justiça que o Senhor nos trouxe a esta terra para que tomemos posse dela.” Pelo contrário, é por causa da maldade dessas nações que o Senhor irá expulsá-las de diante de vocês.
5 Niet om uw gerechtigheid, noch om de oprechtheid uws harten, komt gij er henen in, om hun land te erven; maar om de goddeloosheid dezer volken, verdrijft hen de HEERE, uw God, voor uw aangezicht uit de bezitting: en om het woord te bevestigen, dat de HEERE, uw God, aan uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.
5 Não é por causa da justiça de vocês, nem por causa da retidão do seu coração que vocês entrarão para possuir a terra dessas nações, mas o Senhor , o seu Deus, as expulsará de diante de vocês por causa da maldade delas e também para confirmar a palavra que o Senhor , o seu Deus, jurou aos seus pais, Abraão, Isaque e Jacó.
6 Weet dan, dat u de HEERE, uw God, niet om uw gerechtigheid, ditzelve goede land geeft, om dat te erven; want gij zijt een hardnekkig volk.
6 — Saibam, pois, que não é por causa da justiça de vocês que o Senhor , seu Deus, lhes dá esta boa terra para que tomem posse dela, pois vocês são um povo teimoso.
7 Gedenk, vergeet niet, dat gij den HEERE, uw God, in de woestijn, zeer vertoornd hebt; van dien dag af, dat gij uit Egypteland uitgegaan zijt, totdat gij kwaamt aan deze plaats, zijt gijlieden wederspannig geweest tegen den HEERE.
7 Lembrem-se e não se esqueçam de como no deserto vocês provocaram o Senhor à ira. Desde o dia em que saíram do Egito até que chegaram a este lugar, vocês foram rebeldes contra o Senhor .
8 Want aan Horeb vertoorndet gij den HEERE zeer, dat Hij Zich tegen u vertoornde, om u te verdelgen.
8 Em Horebe, vocês tanto provocaram o Senhor à ira, que o Senhor ficou irado com vocês, ao ponto de querer destruí-los.
9 Als ik op den berg geklommen was, om te ontvangen de stenen tafelen, de tafelen des verbonds, dat de HEERE met ulieden gemaakt had, toen bleef ik veertig dagen en veertig nachten op den berg, at geen brood, en dronk geen water.
9 Quando eu subi o monte para receber as tábuas de pedra, as tábuas da aliança que o Senhor havia feito com vocês, fiquei no monte quarenta dias e quarenta noites; não comi pão, nem bebi água.
10 En de HEERE gaf mij de twee stenen tafelen, met Gods vinger beschreven; en op dezelve, naar al de woorden, die de HEERE op den berg, uit het midden des vuurs, ten dage der verzameling, met ulieden gesproken had.
10 O Senhor me deu as duas tábuas de pedra, escritas com o dedo de Deus. Nelas estavam todas as palavras que o Senhor havia falado com vocês no monte, do meio do fogo, quando todo o povo estava reunido.
11 Zo geschiedde het, ten einde van veertig dagen en veertig nachten, als mij de HEERE de twee stenen tafelen, de tafelen des verbonds, gaf,
11 No fim dos quarenta dias e quarenta noites, o Senhor me deu as duas tábuas de pedra, as tábuas da aliança.
12 Dat de HEERE tot mij zeide: Sta op, ga haastelijk af van hier; want uw volk, dat gij uit Egypte hebt uitgevoerd, heeft het verdorven; zij zijn haastelijk afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had; zij hebben zich een gegoten beeld gemaakt.
12 E o Senhor me disse: “Levante-se, desça depressa, porque o seu povo, que você tirou do Egito, já se corrompeu. Bem depressa se desviaram do caminho que lhes ordenei; fizeram uma imagem fundida para si.”
13 Voorts sprak de HEERE tot mij, zeggende: Ik heb dit volk aangemerkt, en zie, het is een hardnekkig volk.
13 — E o Senhor continuou, dizendo: “Tenho observado este povo, e eis que ele é povo teimoso.
14 Laat van Mij af, dat Ik hen verdelge, en hun naam van onder den hemel uitdoe; en Ik zal u tot een machtiger en meerder volk maken, dan dit is.
14 Deixe que eu os destrua e apague o nome deles da face da terra; e farei de você uma nação mais forte e mais numerosa do que esta.”
15 Toen keerde ik mij, en ging van den berg af; de berg nu brandde van vuur, en de twee tafelen des verbonds waren op beide mijn handen.
15 — Então me virei e desci do monte, que estava em chamas. As duas tábuas da aliança estavam em minhas mãos.
16 En ik zag toe, en ziet, gij hadt tegen den HEERE, uw God, gezondigd; gij hadt u een gegoten kalf gemaakt; gij waart haastelijk afgeweken van den weg, dien u de HEERE geboden had.
16 Olhei, e eis que vocês haviam pecado contra o Senhor , seu Deus: tinham feito para si um bezerro de metal fundido. Bem depressa vocês se desviaram do caminho que o Senhor lhes havia ordenado.
17 Toen vatte ik de twee tafelen, en wierp ze heen uit beide mijn handen, en brak ze voor uw ogen.
17 Então peguei as duas tábuas e as joguei no chão, quebrando-as diante dos olhos de vocês.
18 En ik wierp mij neder voor het aangezicht des HEEREN, als in het eerst, veertig dagen en veertig nachten; ik at geen brood, en dronk geen water; om al uw zonde, die gij hadt gezondigd, doende dat kwaad is in des HEEREN ogen, om Hem tot toorn te verwekken.
18 Depois, como havia feito na ocasião anterior, fiquei prostrado diante do Senhor durante quarenta dias e quarenta noites. Não comi pão e não bebi água, por causa de todo o pecado que vocês haviam cometido, fazendo o que é mau aos olhos do Senhor , para o provocar à ira.
19 Want ik vreesde vanwege den toorn en de grimmigheid waarmede de HEERE zeer op ulieden vertoornd was, om u te verdelgen; doch de HEERE verhoorde mij ook op dat maal.
19 Porque eu estava com medo por causa da ira e do furor com que o Senhor tanto estava irado contra vocês, ao ponto de querer destruí-los. Porém mais uma vez o Senhor me ouviu.
20 Ook vertoornde Zich de HEERE zeer tegen Aaron, om hem te verdelgen; doch ik bad ook ter zelver tijd voor Aaron.
20 O Senhor estava muito irado com Arão e queria destruí-lo; mas também orei por Arão ao mesmo tempo.
21 Maar uw zonde, het kalf, dat gij hadt gemaakt, nam ik, en verbrandde het met vuur, en stampte het, malende het wel, totdat het verdund werd tot stof; en zijn stof wierp ik in de beek, die van den berg afvliet.
21 Depois peguei o pecado de vocês, aquele bezerro que vocês tinham feito, o queimei e o esmaguei, moendo-o bem, até que se desfez em pó; e o pó eu joguei no ribeiro que descia do monte.
22 Ook vertoorndet gij den HEERE zeer te Thab-era en te Massa, en te Kibroth-Thaava.
22 — Também em Taberá, em Massá e em Quibrote-Hataavá vocês provocaram muito a ira do Senhor .
23 Voorts als de HEERE ulieden zond uit dat land, dat Ik u gegeven heb; zo waart gij den mond des HEEREN, uws Gods, wederspannig, en geloofdet Hem niet, en waart Zijn stem niet gehoorzaam.
23 Também quando o Senhor os enviou de Cades-Barneia, dizendo: “Vão e tomem posse da terra que lhes dei”, vocês se rebelaram contra o mandado do Senhor , seu Deus, e não creram nem obedeceram à sua voz.
24 Wederspannig zijt gij geweest tegen den HEERE, van de dag af, dat ik u gekend heb.
24 Vocês têm sido rebeldes contra o Senhor , desde o dia em que os conheci.
25 En ik wierp mij neder voor des HEEREN aangezicht, die veertig dagen en veertig nachten, in welke ik mij nederwierp, dewijl de HEERE gezegd had, dat Hij u verdelgen zou.
25 — Assim, fiquei prostrado diante do Senhor . Durante quarenta dias e quarenta noites, estive prostrado, porque o Senhor tinha dito que queria destruir vocês.
26 En ik bad tot den HEERE, en zeide: Heere, HEERE, verderf Uw volk en Uw erfdeel niet, dat Gij door Uw grootheid verlost hebt; dat Gij uit Egypte door een sterke hand hebt uitgevoerd.
26 Orei ao Senhor , dizendo: “Ó Senhor Deus! Não destruas o teu povo e a tua herança, que resgataste com a tua grandeza, que tiraste do Egito com mão poderosa.
27 Gedenk aan Uw knechten, Abraham, Izak en Jakob; zie niet op de hardigheid dezes volks, noch op zijn goddeloosheid, noch op zijn zonde;
27 Lembra-te dos teus servos Abraão, Isaque e Jacó. Não atentes para a dureza deste povo, nem para a sua maldade, nem para o seu pecado,
28 Opdat het land, van waar Gij ons hebt uitgevoerd, niet zegge: Omdat ze de HEERE niet kon brengen in het land, waarvan Hij hun gesproken had, en omdat Hij hen haatte, heeft Hij ze uitgevoerd, om hen te doden in de woestijn.
28 para que o povo da terra da qual nos tiraste não diga: ‘O Senhor não conseguiu levá-los para a terra que lhes havia prometido. E, por odiá-los, tirou-os daqui para matá-los no deserto.’
29 Zij zijn toch Uw volk, en Uw erfdeel, dat Gij door Uw grote kracht, en door Uw uitgestrekten arm hebt uitgevoerd!
29 Mas eles são o teu povo e a tua herança, que tiraste com o teu grande poder e com o braço estendido.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Deuteronômio 9, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.