Deuteronômio 33

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Dit nu is de zegen, met welken Mozes, de man Gods, de kinderen Israels gezegend heeft, voor zijn dood.
1 Esta é a bênção que Moisés, homem de Deus, deu aos filhos de Israel, antes da sua morte.
2 Hij zeide dan: De HEERE is van Sinai gekomen, en is hunlieden opgegaan van Seir; Hij is blinkende verschenen van het gebergte Paran, en is aangekomen met tien duizenden der heiligen; tot Zijn rechterhand was een vurige wet aan hen.
2 Ele disse: O e lhes alvoreceu de Seir; resplandeceu desde o monte Parã. Ele veio das miríades de santos; à sua direita, havia para eles o fogo da lei.
3 Immers bemint Hij de volken! Al zijn heiligen zijn in Uw hand; zij zullen in het midden tussen Uw voeten gezet worden; een ieder zal ontvangen van Uw woorden.
3 Na verdade, amas os povos; todos os teus santos estão na tua mão; eles se colocam a teus pés e aprendem das tuas palavras.
4 Mozes heeft ons de wet geboden, een erfenis van Jakobs gemeente;
4 Moisés nos deu a Lei, a herança da congregação de Jacó.
5 En Hij was Koning in Jeschurun, als de hoofden des volks zich vergaderden, samen met de stammen Israels.
5 O Senhor se tornou rei em Jesurum, quando se congregaram os chefes do povo com as tribos de Israel.
6 Dat Ruben leve, en niet sterve, en dat zijn lieden van getal zijn!
6 Que Rúben viva e não morra; e que não sejam poucos os seus homens!
7 En dit is van Juda, dat hij zeide: Hoor, HEERE! de stem van Juda! en breng hem weder tot zijn volk; zijn handen moeten hem genoegzaam zijn, en zijt Gij hem een Hulp tegen zijn vijanden!
7 Isto é o que disse de Judá: Ouve, ó e faze com que volte ao seu povo; com as tuas mãos, luta por ele e sê tu ajuda contra os seus inimigos.
8 En van Levi zeide hij: Uw Thummim en Uw Urim zijn aan den man, Uw gunstgenoot; dien Gij verzocht hebt in Massa, met welken Gij getwist hebt aan de wateren van Meriba.
8 De Levi disse: Dá, ó Deus, o teu Tumim e o teu Urim para o homem fidedigno, que tu provaste em Massá, com quem discutiste nas águas de Meribá;
9 Die tot zijn vader en tot zijn moeder zeide: Ik zie hem niet; en die zijn broederen niet kende, en zijn zonen niet achtte; want zij onderhielden Uw woord, en bewaarden Uw verbond.
9 aquele que disse a seu pai e a sua mãe: “Nunca os vi”; e que não conheceu os seus irmãos e não estimou os seus filhos, pois guardou a tua palavra e observou a tua aliança.
10 Zij zullen Jakob Uw rechten leren, en Israel Uw wet; zij zullen reukwerk voor Uw neus leggen, en dat gans verteerd zal worden, op Uw altaar.
10 Ensina os teus juízos a Jacó e a tua lei, a Israel; oferece incenso às tuas narinas e holocausto, sobre o teu altar.
11 Zegen, HEERE! zijn vermogen, en laat U het werk zijner handen wel bevallen; versla de lenden dergenen, die tegen hem opstaan en hem haten, dat zij niet weder opstaan!
11 Abençoa o seu poder, ó Senhor , e aceita a obra das suas mãos; fere os lombos dos que se levantam contra ele e o odeiam, para que nunca mais se levantem.
12 En van Benjamin zeide hij: De beminde des HEEREN, hij zal zeker bij Hem wonen. Hij zal hem den gansen dag overdekken, en tussen Zijn schouders zal hij wonen!
12 De Benjamim disse: O amado do todo o dia o e ele descansará nos seus braços.
13 En van Jozef zeide hij: Zijn land zij gezegend van den HEERE, van het uitnemendste des hemels, van den dauw, en van de diepte, die beneden is liggende;
13 De José disse: Bendita do com o que é mais excelente dos céus, do orvalho e das profundezas;
14 En van de uitnemendste inkomsten der zon, en van de uitnemendste voortzetting der maan;
14 com o que é mais excelente daquilo que o sol amadurece e daquilo que os meses produzem;
15 En van het voornaamste der oude bergen, en van het uitnemendste der eeuwige heuvelen;
15 com o que é mais excelente dos montes antigos e mais excelente das colinas eternas;
16 En van het uitnemendste der aarde en haar volheid, en van de goedgunstigheid Desgenen, Die in het braambos woonde, kome de zegening op het hoofd van Jozef, en op den schedel des afgezonderden van zijn broederen!
16 com o que é mais excelente da terra e da sua plenitude e da bondade daquele que apareceu na sarça. Que tudo isto venha sobre a cabeça de José, sobre a cabeça do príncipe entre seus irmãos.
17 Hij heeft de heerlijkheid des eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen des eenhoorns; met dezelve zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden des lands. Dezen nu zijn de tien duizenden van Efraim, en dezen zijn de duizenden van Manasse!
17 Ele tem a imponência do primogênito de um touro, e os seus chifres são como os de um boi selvagem; com eles rechaçará todos os povos até as extremidades da terra. Tais, pois, são as miríades de Efraim, e tais são os milhares de Manassés.
18 En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.
18 De Zebulom disse: Alegre-se, Zebulom, nas suas viagens, e você, Issacar, nas suas tendas.
19 Zij zullen de volken tot den berg roepen; daar zullen zij offeranden der gerechtigheid offeren; want zij zullen den overvloed der zeeen zuigen, en de bedekte verborgen dingen des zands.
19 Os dois chamarão os povos ao monte; ali oferecerão sacrifícios aceitáveis, porque sugam a abundância dos mares e os tesouros escondidos da areia.
20 En van Gad zeide hij: Gezegend zij, die aan Gad ruimte maakt! hij woont als een oude leeuw, en verscheurt den arm, ja ook den schedel.
20 De Gade disse: Bendito aquele que expande o território de Gade! Como leoa ele fica à espreita e despedaça o braço e o alto da cabeça.
21 En hij heeft zich van het eerste voorzien, omdat hij aldaar in het deel des wetgevers bedekt was; daarom kwam hij met de hoofden des volks; hij verrichtte de gerechtigheid des HEEREN, en zijn gerichten met Israel.
21 Ficou com a melhor parte, porque ali estava escondida a porção que cabe ao chefe; ele veio com os chefes do povo, executou a justiça do e os seus juízos para com Israel.
22 En van Dan zeide hij: Dan is een jonge leeuw; hij zal als uit Bazan voortspringen.
22 De Dã disse: Dã é um leãozinho que vem saltando de Basã.
23 En van Nafthali zeide hij: O Nafthali! wees verzadigd van de goedgunstigheid, en vol van den zegen des HEEREN; bezit erfelijk het westen en het zuiden.
23 De Naftali disse: Naftali receberá favores e, cheio da bênção do possuirá o lago e o Sul.
24 En van Aser zeide hij: Aser zij gezegend met zonen; hij zij zijn broederen aangenaam, en dope zijn voet in olie.
24 De Aser disse: Bendito seja Aser entre os filhos de Jacó! Que ele seja favorecido pelos seus irmãos e banhe em azeite os seus pés.
25 Ijzer en koper zal onder uw schoen zijn; en uw sterkte gelijk uw dagen!
25 Sejam de ferro e de bronze os seus ferrolhos, e que a sua paz dure como os seus dias.
26 Niemand is er gelijk God, o Jeschurun! Die op den hemel vaart tot uw hulp, en met Zijn hoogheid op de bovenste wolken.
26 Não há ninguém como Deus, ó Jesurum! Ele cavalga sobre os céus para ajudar você e com a sua alteza, sobre as nuvens.
27 De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen; en Hij verdrijve den vijand voor uw aangezicht, en zegge: Verdelg!
27 O Deus eterno é a sua habitação e, por baixo de você, ele estende os braços eternos. Ele expulsou os inimigos de diante de você e disse: “Destrua-os”.
28 Israel dan zal zeker alleen wonen, en Jakobs oog zal zijn op een land van koren en most; ja, zijn hemel zal van dauw druipen.
28 Israel, pois, habitará seguro, a fonte de Jacó habitará a sós numa terra de cereal e de vinho; e os seus céus destilarão orvalho.
29 Welgelukzalig zijt gij, o Israel! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden!
29 Feliz é você, ó Israel! Quem é como você? Povo salvo pelo que é o escudo que o socorre, a espada que lhe dá alteza. Assim, os seus inimigos se sujeitarão a você, e você pisará os seus altos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Deuteronômio 33, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.