Deuteronômio 31

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Daarna ging Mozes heen, en sprak deze woorden tot gans Israel,
1 Moisés continuou dizendo ao povo de Israel:
2 En zeide tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaren oud; ik zal niet meer kunnen uitgaan en ingaan; daartoe heeft de HEERE tot mij gezegd: Gij zult over deze Jordaan niet gaan.
2 — Já estou com cento e vinte anos e não posso mais dar conta do meu trabalho. Além disso, o Senhor Deus me disse que eu não vou atravessar o rio Jordão.
3 De HEERE, uw God, Die zal voor uw aangezicht overgaan; Die zal deze volken van voor uw aangezicht verdelgen, dat gij hen erfelijk bezit. Jozua zal voor uw aangezicht overgaan, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
3 O Senhor , nosso Deus, irá na frente de vocês e destruirá os povos que encontrarem, e vocês tomarão posse da terra. E, conforme o Senhor ordenou, Josué os comandará.
4 En de HEERE zal hun doen, gelijk als Hij aan Sihon en Og, koningen der Amorieten, en aan hun land, gedaan heeft, die Hij verdelgd heeft.
4 Deus destruirá aqueles povos como destruiu Seom e Ogue, os reis dos amorreus, e a terra deles.
5 Wanneer hen nu de HEERE voor uw aangezicht zal gegeven hebben, dan zult gij hun doen naar alle gebod, dat ik ulieden geboden heb.
5 Deus entregará esses povos nas suas mãos, e vocês devem tratá-los exatamente de acordo com as ordens que lhes dei.
6 Weest sterk en hebt goeden moed, en vreest niet, en verschrikt niet voor hun aangezicht; want het is de HEERE, uw God, Die met u gaat; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten.
6 Sejam fortes e corajosos; não se assustem, nem tenham medo deles, pois é o Senhor , nosso Deus, quem irá com vocês. Ele não os deixará, nem abandonará.
7 En Mozes riep Jozua, en zeide tot hem voor de ogen van gans Israel: Wees sterk en heb goeden moed, want gij zult met dit volk ingaan in het land dat de HEERE hun vaderen gezworen heeft, hun te zullen geven; en gij zult het hun doen erven.
7 Depois Moisés chamou Josué e, na presença de todo o povo, lhe disse: — Seja forte e corajoso, pois você vai comandar este povo na conquista da terra que o
8 De HEERE nu is Degene, Die voor uw aangezicht gaat; Die zal met u zijn; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten; vrees niet, en ontzet u niet.
8 O Senhor Deus irá na sua frente; ele mesmo estará com você e não o deixará, não o abandonará. Não se assuste, nem tenha medo.
9 En Mozes schreef deze wet, en gaf ze aan de priesteren, de zonen van Levi, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, en aan alle oudsten van Israel.
9 Moisés escreveu esta Lei e a entregou aos líderes do povo e aos sacerdotes levitas que levavam a arca da aliança de Deus, o Senhor .
10 En Mozes gebood hun, zeggende: Ten einde van zeven jaren, op den gezetten tijd van het jaar der vrijlating, op het feest der loofhutten.
10 E Moisés lhes deu a seguinte ordem: — De sete em sete anos, no ano marcado para perdoar as dívidas, leiam esta Lei durante a
11 Als gans Israel zal komen, om te verschijnen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, in de plaats, die Hij zal verkoren hebben, zult gij deze wet voor gans Israel uitroepen, voor hun oren;
11 Todos os israelitas deverão estar presentes para adorar o Senhor Deus no lugar que ele tiver escolhido. Ali, na presença do povo, leiam a Lei em voz alta.
12 Vergadert het volk, de mannen, en de vrouwen, en de kinderen, en uw vreemdelingen, die in uw poorten zijn; opdat zij horen, en opdat zij leren, en vrezen den HEERE, uw God, en waarnemen te doen alle woorden dezer wet.
12 Reúnam todo o povo — homens, mulheres, crianças e os estrangeiros que moram nas cidades onde vocês vivem — para que ouçam a leitura, aprendam a Lei, temam o Senhor , nosso Deus, e obedeçam fielmente a tudo o que a Lei manda.
13 En dat hun kinderen, die het niet geweten hebben, horen en leren, om te vrezen den HEERE, uw God, al de dagen, die gij leeft op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om dat te erven.
13 Assim os seus descendentes que ainda não conhecerem a Lei de Deus também ouvirão a leitura e aprenderão a temer o Senhor , nosso Deus, durante todo o tempo em que viverem na terra que fica do outro lado do rio Jordão e que vai ser do povo de Israel.
14 En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, uw dagen zijn genaderd, om te sterven; roep Jozua, en stelt ulieden in de tent der samenkomst, dat Ik hem bevel geve. Zo ging Mozes, en Jozua, en zij stelden zich in de tent der samenkomst.
14 O Senhor Deus disse a Moisés: — Está chegando o dia da sua morte. Chame Josué, e vocês dois vão até a Então Moisés e Josué foram,
15 Toen verscheen de HEERE in de tent, in de wolkkolom; en de wolkkolom stond boven de deur der tent.
15 e ali na Tenda Sagrada o Senhor Deus apareceu numa coluna de nuvem, que estava parada perto da entrada da Tenda.
16 En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, gij zult slapen met uw vaderen; en dit volk zal opstaan, en nahoereren de goden der vreemden van dat land, waar het naar toe gaat, in het midden van hetzelve; en het zal Mij verlaten en vernietigen Mijn verbond, dat Ik met hetzelve gemaakt heb.
16 E o Senhor disse a Moisés: — Você vai morrer logo, e então este povo se tornará infiel, indo atrás dos deuses da terra em que vão entrar. Eles me abandonarão e assim quebrarão a
17 Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?
17 Quando isso acontecer, eu ficarei irado com eles e os abandonarei; e, por não terem a minha ajuda, eles serão destruídos. Virão tantos desastres e tantas dificuldades, que eles dirão: “Nós estamos sofrendo tudo isso porque o nosso Deus não está conosco.”
18 Ik dan zal Mijn aangezicht te dien dage ganselijk verbergen, om al het kwaad, dat het gedaan heeft; want het heeft zich gewend tot andere goden.
18 Naquele dia eu certamente os abandonarei, pois fizeram muitas maldades e adoraram outros deuses.
19 En nu, schrijft ulieden dit lied, en leert het den kinderen Israels; legt het in hun mond; opdat dit lied Mij ten getuige zij tegen de kinderen Israels.
19 — Agora escreva esta canção e ensine aos israelitas. Mande que eles a aprendam de cor, pois ela será minha testemunha contra eles.
20 Want Ik zal dit volk inbrengen in het land, dat Ik zijn vaderen gezworen heb, vloeiende van melk en honig, en het zal eten, en verzadigd, en vet worden; dan zal het zich wenden tot andere goden, en hen dienen, en zij zullen Mij tergen, en Mijn verbond vernietigen.
20 Eu levarei o meu povo para aquela terra boa e rica que jurei dar aos antepassados deles. Ali eles terão tudo o que precisarem e ficarão ricos. Então vão me abandonar e adorar outros deuses, quebrando assim a aliança que fiz com eles.
21 En het zal geschieden, wanneer vele kwaden en benauwdheden hetzelve zullen treffen, dan zal dit lied voor zijn aangezicht antwoorden tot getuige; want het zal uit den mond zijns zaads niet vergeten worden; dewijl Ik weet zijn gedichtsel dat het heden maakt, aleer Ik het inbreng in het land, dat Ik gezworen heb.
21 Por isso serão castigados com desgraças e dificuldades, e esta canção será minha testemunha contra eles, pois os seus descendentes continuarão a cantá-la. Eu sei muito bem o que este povo está pensando; mesmo antes de levá-los para a terra que jurei dar a eles, eu sei muito bem o que estão planejando fazer lá.
22 Zo schreef Mozes dit lied te dien dage, en hij leerde het den kinderen Israels.
22 Naquele mesmo dia Moisés escreveu a canção e a ensinou ao povo de Israel.
23 En Hij gebood Jozua, den zoon van Nun, en zeide: Zijt sterk en heb goeden moed, want gij zult de kinderen Israels inbrengen in het land, dat Ik hun gezworen heb; en Ik zal met u zijn.
23 O Senhor falou com Josué, filho de Num, e lhe disse: — Seja forte e corajoso. Você comandará o povo na conquista da terra que prometi dar a eles, e eu estarei com você.
24 En het geschiedde, als Mozes voleind had de woorden dezer wet te schrijven in een boek, totdat zij voltrokken waren;
24 Moisés escreveu com cuidado num livro todas as palavras da Lei de Deus
25 Zo gebood Mozes den Levieten, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, zeggende:
25 e depois o entregou aos levitas encarregados de levar a arca da aliança de Deus, o Senhor . Moisés lhes disse:
26 Neemt dit wetboek, en legt het aan de zijde van de ark des verbonds des HEEREN, uws Gods, dat het aldaar zij ten getuige tegen u.
26 — Ponham este Livro da Lei de Deus ao lado da arca da aliança do Senhor , nosso Deus, para que fique ali como testemunha contra o povo.
27 Want ik ken uw wederspannigheid, en uw harden nek. Ziet, terwijl ik nog heden met ulieden leve, zijt gij wederspannig geweest tegen den HEERE; hoe veel te meer na mijn dood!
27 Eu sei que essa gente é rebelde e teimosa. Se eles se revoltaram contra o Senhor Deus enquanto eu ainda vivia, quanto mais depois que eu morrer!
28 Vergadert tot mij al de oudsten uwer stammen, en uw ambtlieden; dat ik voor hun oren deze woorden spreke, en tegen hen den hemel en de aarde tot getuigen neme.
28 Reúnam aqui na minha presença todos os líderes das tribos e as outras autoridades para que eu lhes diga todas essas coisas. Chamarei o céu e a terra como testemunhas contra eles,
29 Want ik weet, dat gij het na mijn dood zekerlijk zult verderven, en afwijken van den weg, dien ik u geboden heb; dan zal u dit kwaad in het laatste der dagen ontmoeten, wanneer gij zult gedaan hebben, dat kwaad is in de ogen des HEEREN, om Hem door het werk uwer handen tot toorn te verwekken.
29 pois sei que depois da minha morte eles se entregarão ao pecado e não obedecerão às minhas ordens. Então chegará o dia em que serão castigados, pois os seus pecados farão com que Deus fique irado com eles.
30 Toen sprak Mozes, voor de oren der ganse gemeente van Israel, de woorden dezes lieds, totdat zij voltrokken waren.
30 Em seguida, na presença de todo o povo de Israel, Moisés recitou em voz alta, do começo ao fim, esta canção:

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Deuteronômio 31, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.