Apocalipse 4

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Na dezen zag ik, en ziet, een deur was geopend in den hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, als van een bazuin, met mij sprekende, zeide: Kom hier op, en Ik zal u tonen, hetgeen na dezen geschieden moet.
1 Depois disso, tive outra visão e vi uma porta aberta no céu. E a voz que parecia o som de uma trombeta e que antes havia falado comigo disse:
2 En terstond werd ik in den geest; en ziet, er was een troon gezet in den hemel, en er zat Een op den troon.
2 Num instante fui dominado pelo Espírito de Deus. E ali no céu estava um trono com alguém sentado nele.
3 En Die daarop zat, was in het aanzien den steen Jaspis en Sardius gelijk; en een regenboog was rondom den troon, in het aanzien der steen Smaragd gelijk.
3 O seu rosto brilhava como brilham as pedras de jaspe e sárdio , e em volta do trono havia um arco-íris que brilhava como uma esmeralda.
4 En rondom den troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik de vier en twintig ouderlingen zittende, bekleed met witte klederen, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden.
4 Ao redor do trono havia outros vinte e quatro tronos, nos quais estavam sentados vinte e quatro líderes , vestidos de branco e com coroas de ouro na cabeça.
5 En van den troon gingen uit bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende voor den troon, welke zijn de zeven geesten Gods.
5 Do trono saíam relâmpagos, estrondos e trovões. Diante dele havia sete tochas acesas, que são os sete espíritos de Deus.
6 En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.
6 E em frente do trono havia uma coisa parecida com um mar de vidro, claro como cristal. Em volta do trono, em cada um dos seus lados, estavam quatro seres vivos, cobertos de olhos, na frente e atrás.
7 En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een vliegenden arend gelijk.
7 O primeiro desses seres parecia um leão. O segundo parecia um touro. O terceiro tinha a cara parecida com a de um ser humano. E o quarto parecia uma águia voando.
8 En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.
8 Cada um desses quatro seres vivos tinha seis asas, que estavam cobertas de olhos nos dois lados. E dia e noite não paravam de cantar assim: “Santo, santo, santo é o Senhor Deus, o Todo-Poderoso, que era, que é e que há de vir.”
9 En wanneer de dieren heerlijkheid, en eer, en dankzegging gaven Hem, Die op den troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft;
9 Cada vez que os quatro seres vivos cantavam hinos de glória , honra e agradecimento ao que está sentado no trono e que vive para todo o sempre,
10 Zo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem, Die op den troon zat, en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen voor den troon, zeggende:
10 os vinte e quatro líderes caíam de joelhos diante dele e o adoravam. Atiravam as suas coroas diante do trono e diziam:
11 Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.
11 “Senhor nosso e nosso Deus! Tu és digno de receber glória, honra e poder, pois criaste todas as coisas; por tua vontade elas foram criadas e existem.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.