2 Crônicas 23

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Doch in het zevende jaar versterkte zich Jojada, en nam de oversten der honderden, Azarja, den zoon van Jeroham en Ismael, den zoon van Johanan, en Azarja, den zoon van Obed, en Maaseja, den zoon van Adaja en Elisafat, den zoon van Zichri, met zich in een verbond.
1 No sétimo ano, Joiada se animou e entrou em aliança com os capitães de cem: Azarias, filho de Jeroão, Ismael, filho de Joanã, Azarias, filho de Obede, Maaseias, filho de Adaías, e Elisafate, filho de Zicri.
2 Die togen om in Juda, en vergaderden de Levieten uit alle steden van Juda, en de hoofden der vaderen van Israel, en zij kwamen naar Jeruzalem.
2 Estes percorreram Judá, e congregaram os levitas de todas as cidades de Judá e os cabeças das famílias de Israel, e vieram para Jerusalém.
3 En die ganse gemeente maakte een verbond in het huis Gods, met den koning; en hij zeide tot hen: Ziet, de zoon des konings zal koning zijn, gelijk als de HEERE van de zonen van David gesproken heeft.
3 Toda essa congregação fez aliança com o rei na Casa de Deus; e Joiada lhes disse: Eis que reinará o filho do rei, como falou o Senhor a respeito dos filhos de Davi.
4 Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, van de priesteren en van de Levieten, zullen tot poortiers der dorpelen zijn;
4 Esta é a obra que haveis de fazer: uma terça parte de vós, sacerdotes e levitas, que entrais no sábado, servirá de guardas da porta;
5 En een derde deel zal zijn aan het huis des konings; en een derde deel aan de Fondamentpoort; en al het volk zal in de voorhoven zijn van het huis des HEEREN.
5 outra terça parte estará na casa do rei; e a outra terça parte, à Porta do Fundamento; e todo o povo estará nos pátios da Casa do Senhor .
6 Maar dat niemand kome in het huis des HEEREN, dan de priesteren en de Levieten, die dienen; die zullen ingaan, want zij zijn heilig; maar al het volk zal de wacht des HEEREN waarnemen.
6 Porém ninguém entre na Casa do Senhor , senão os sacerdotes e os levitas que ministram; estes entrarão, porque são santos; mas todo o povo guardará o preceito do Senhor .
7 De Levieten nu zullen de koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand; en die tot het huis inkomt, zal gedood worden; doch weest gijlieden bij den koning, als hij inkomt en uitgaat.
7 Os levitas rodearão o rei, cada um de armas na mão, e qualquer que entrar na casa, seja morto; estareis com o rei quando entrar e quando sair.
8 En de Levieten en gans Juda deden naar alles, wat de priester Jojada geboden had; en zij namen een ieder zijn mannen, die op den sabbat inkwamen, met degenen, die op den sabbat uitgingen; want de priester Jojada had aan de verdelingen geen verlof gegeven.
8 Fizeram, pois, os levitas e todo o Judá segundo tudo quanto lhes ordenara o sacerdote Joiada; tomou cada um os seus homens, tanto os que entravam como os que saíam no sábado; porquanto o sacerdote Joiada não despediu os turnos.
9 Verder gaf de priester Jojada aan de oversten der honderden de spiesen, en de rondassen, en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis Gods waren.
9 O sacerdote Joiada entregou aos capitães de cem as lanças, os paveses e os escudos que haviam sido do rei Davi e estavam na Casa de Deus.
10 En hij stelde al het volk, en een ieder met zijn geweer in zijn hand, van de rechterzijde van het huis tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar, en naar het huis, bij den koning rondom.
10 Dispôs todo o povo, cada um de armas na mão, desde o lado direito da casa real até ao seu lado esquerdo, e até ao altar, e até ao templo, para rodear o rei.
11 Toen brachten zij des Konings zoon voor, en zetten hem de kroon op, en gaven hem de getuigenis, en zij maakten hem koning; en Jojada en zijn zonen zalfden hem, en zeiden: De koning leve!
11 Então, trouxeram para fora o filho do rei, puseram-lhe a coroa, entregaram-lhe o Livro do Testemunho e o constituíram rei; Joiada e seus filhos o ungiram e gritaram: Viva o rei!
12 Toen nu Athalia hoorde de stem des volks, dat toeliep en den koning roemde, kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.
12 Ouvindo Atalia o clamor do povo que corria e louvava o rei, veio para onde este se achava na Casa do Senhor ;
13 En zij zag toe; en ziet, de koning stond bij zijn pilaar, aan de ingang; en de oversten en de trompetten waren bij den koning; en al het volk des lands was blijde, en blies met de trompetten; en de zangers waren er met muzikale instrumenten, en gaven te kennen, dat men lofzingen zou; toen verscheurde Athalia haar klederen, en zij riep: Verraad, verraad!
13 olhou, e eis que o rei estava junto à coluna, à entrada, e os capitães e os que tocavam trombetas, junto ao rei; e todo o povo da terra se alegrava, e se tocavam trombetas. Também os cantores com os instrumentos músicos dirigiam o canto de louvores. Então, Atalia rasgou os seus vestidos e clamou: Traição! Traição!
14 Maar de priester Jojada bracht de oversten der honderden, die over het heir gesteld waren, uit, en zeide tot hen: Brengt ze uit tot buiten de ordeningen, en die haar volgt, zal met het zwaard gedood worden; want de priester had gezegd: Gij zult ze in het huis des HEEREN niet doden.
14 Porém o sacerdote Joiada trouxe para fora os capitães que comandavam as tropas e disse-lhes: Fazei-a sair por entre as fileiras; se alguém a seguir, matai-o à espada. Porque o sacerdote tinha dito: Não a matem na Casa do Senhor .
15 En zij legden de handen aan haar, en zij ging naar den ingang van de Paardenpoort, naar het huis des konings; en zij doodden ze daar.
15 Lançaram mão dela; e ela, pelo caminho da entrada dos cavalos, foi à casa do rei, onde a mataram.
16 En Jojada maakte een verbond tussen zich, en tussen al het volk, en tussen den koning, dat zij den HEERE tot een volk zouden zijn.
16 Joiada fez aliança entre si mesmo, o povo e o rei, para serem eles o povo do Senhor .
17 Daarna ging al het volk in het huis van Baal, en braken dat af; en zijn altaren en zijn beelden verbraken zij, en Matthan, den priester van Baal, sloegen zij dood voor de altaren.
17 Então, todo o povo se dirigiu para a casa de Baal e a derribaram; despedaçaram os seus altares e as suas imagens e a Matã, sacerdote de Baal, mataram perante os altares.
18 Jojada nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN, onder de hand der Levietische priesteren, die David in het huis des HEEREN afgedeeld had, om de brandofferen des HEEREN te offeren, gelijk in de wet van Mozes geschreven is, met blijdschap en met gezang, naar de instelling van David.
18 Entregou Joiada a superintendência da Casa do Senhor nas mãos dos sacerdotes levitas, a quem Davi designara para o encargo da Casa do Senhor , para oferecerem os holocaustos do Senhor , como está escrito na Lei de Moisés, com alegria e com canto, segundo a instituição de Davi.
19 En hij stelde de poortiers aan de poorten van het huis des HEEREN, opdat niemand, in enig ding onrein zijnde, inkwame.
19 Colocou porteiros às portas da Casa do Senhor , para que nela não entrasse ninguém que de qualquer forma fosse imundo.
20 En hij nam de oversten der honderden, en de machtigen, en die heerschappij hadden onder het volk, en al het volk des lands, en bracht den koning van het huis des HEEREN af, en zij kwamen door het midden der hoge poort in het huis des konings; en zij zetten den koning op den troon des koninkrijks.
20 Tomou os capitães de cem, os nobres, os governadores do povo e todo o povo da terra, e todos estes conduziram, da Casa do Senhor , o rei; passaram, pela porta superior, para a casa do rei e assentaram o rei no trono do reino.
21 En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden.
21 Alegrou-se todo o povo da terra, e a cidade ficou tranquila, pois haviam matado Atalia à espada.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Crônicas 23, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.