2 Crônicas 12

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Het geschiedde nu, als Rehabeam het koninkrijk bevestigd had, en hij sterk geworden was, dat hij de wet des HEEREN verliet, en gans Israel met hem.
1 Tendo Roboão confirmado o reino e havendo-se fortalecido, abandonou a Lei do Senhor , e todo o Israel fez o mesmo.
2 Daarom geschiedde het, in het vijfde jaar van den koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem optoog (want zij hadden overtreden tegen den HEERE),
2 Sisaque, rei do Egito, atacou Jerusalém no quinto ano do reinado de Roboão. Isso aconteceu porque tinham transgredido contra o Senhor .
3 Met duizend en tweehonderd wagenen, en met zestig duizend ruiteren; en des volks was geen getal, dat met hem kwam uit Egypte, Libiers, Suchieten en Moren;
3 O rei do Egito atacou a cidade com mil e duzentos carros de guerra e sessenta mil cavaleiros; era inumerável a gente que vinha com ele do Egito, a saber, um exército de líbios, suquitas e etíopes.
4 En hij nam de vaste steden in, die Juda had, en hij kwam tot Jeruzalem toe.
4 Sisaque tomou as cidades fortificadas que pertenciam a Judá e veio a Jerusalém.
5 Toen kwam Semaja, de profeet, tot Rehabeam en de oversten van Juda, die te Jeruzalem verzameld waren, uit oorzaak van Sisak, en hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE: Gij hebt Mij verlaten, daarom heb Ik u ook verlaten in de hand van Sisak.
5 Então o profeta Semaías foi falar com Roboão e com os príncipes de Judá, que, por causa de Sisaque, se haviam ajuntado em Jerusalém, e lhes disse: — Assim diz o
6 Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
6 Então os príncipes de Israel e o rei se humilharam e disseram: — O
7 Als nu de HEERE zag, dat zij zich verootmoedigden, geschiedde het woord des HEEREN tot Semaja, zeggende: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven; maar Ik zal hun in kort ontkoming geven, dat Mijn grimmigheid over Jeruzalem door de hand van Sisak niet zal uitgegoten worden.
7 Quando o Senhor viu que eles se humilharam, a palavra do Senhor veio a Semaías, dizendo: — Eles se humilharam. Não os destruirei, mas em breve lhes darei socorro, para que o meu furor não se derrame sobre Jerusalém por meio de Sisaque.
8 Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.
8 Porém serão servos dele, para que conheçam a diferença entre o que é servir a mim e servir os reinos da terra.
9 Zo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
9 Então Sisaque, rei do Egito, atacou Jerusalém e levou embora os tesouros da Casa do Senhor e os tesouros do palácio real. Levou tudo, inclusive os escudos de ouro que Salomão tinha feito.
10 En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
10 Em lugar destes, o rei Roboão fez escudos de bronze e os entregou nas mãos dos capitães da guarda, que guardavam o portão do palácio real.
11 En het geschiedde, zo wanneer de koning in het huis des HEEREN ging, dat de trawanten kwamen, en die droegen, en die wederbrachten in der trawanten wachtkamer.
11 Toda vez que o rei entrava na Casa do Senhor , os da guarda vinham, usavam os escudos, e depois os devolviam à câmara da guarda.
12 En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.
12 Pelo fato de Roboão ter se humilhado, a ira do Senhor se afastou dele, e não houve destruição total. Porque em Judá ainda havia boas coisas.
13 Zo versterkte zich de koning Rehabeam in Jeruzalem, en regeerde; want Rehabeam was een en veertig jaren oud, als hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaren in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israel verkoren had, om Zijn Naam daar te zetten; en de naam zijner moeder was Naama, een Ammonietische.
13 O rei Roboão fortificou-se em Jerusalém e continuou reinando. Roboão tinha quarenta e um anos de idade quando começou a reinar e reinou dezessete anos em Jerusalém, cidade que o Senhor escolheu dentre todas as tribos de Israel para ali estabelecer o seu nome. A mãe dele se chamava Naamá e era amonita.
14 En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
14 Roboão fez o que era mau, porque não dispôs o coração para buscar o Senhor .
15 De geschiedenissen nu van Rehabeam, de eerste en de laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Semaja, den profeet, en Iddo, den ziener, verhalende de geslachtsregisteren; daartoe de krijgen van Rehabeam en Jerobeam in al hun dagen?
15 Quanto aos demais atos de Roboão, tanto os primeiros como os últimos, não está tudo escrito no Livro da História de Semaías, o profeta, e no Livro da História de Ido, o vidente, no registro das genealogias? Roboão e Jeroboão estiveram sempre em guerra.
16 En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids; en zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
16 Roboão morreu e foi sepultado na Cidade de Davi. E Abias, seu filho, reinou em seu lugar.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Crônicas 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.