1 Samuel 7

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Toen kwamen de mannen van Kirjath-Jearim, en haalden de ark des HEEREN op, en zij brachten ze in het huis van Abinadab, op den heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar, dat hij de ark des HEEREN bewaarde.
1 Então os homens de Quiriate-Jearim vieram e levaram a arca do Senhor à casa de Abinadabe, que ficava na colina. E consagraram Eleazar, filho de Abinadabe, para que guardasse a arca do Senhor .
2 En het geschiedde, van dien dag af, dat de ark des Heeren te Kirjath-Jearim bleef, en de dagen werden twintig jaren; en het ganse huis van Israel klaagde den HEERE achterna.
2 Desde aquele dia, a arca ficou em Quiriate-Jearim, e tantos dias se passaram, que chegaram a vinte anos. E toda a casa de Israel dirigia lamentações ao Senhor .
3 Toen sprak Samuel tot het ganse huis van Israel, zeggende: Indien gijlieden u met uw ganse hart tot den HEERE bekeert, zo doet de vreemde goden uit het midden van u weg, ook de Astharoths; en richt uw hart tot den HEERE, en dient Hem alleen, zo zal Hij u uit de hand der Filistijnen rukken.
3 Samuel falou a toda a casa de Israel, dizendo: — Se é de todo o coração que vocês estão voltando ao
4 De kinderen Israels nu deden de Baals en de Astharoths weg, en zij dienden den HEERE alleen.
4 Então os filhos de Israel tiraram de seu meio os baalins e os astarotes e serviram só ao Senhor .
5 Verder zeide Samuel: Vergadert het ganse Israel naar Mizpa, en ik zal den HEERE voor u bidden.
5 Samuel disse mais: — Congreguem todo o Israel em Mispa, e eu vou orar por vocês ao
6 En zij werden vergaderd te Mizpa, en zij schepten water, en goten het uit voor het aangezicht des HEEREN; en zij vastten te dien dage, en zeiden aldaar: Wij hebben tegen den HEERE gezondigd. Alzo richtte Samuel de kinderen Israels te Mizpa.
6 Congregaram-se em Mispa, tiraram água e a derramaram diante do Senhor , jejuaram aquele dia e ali disseram: — Pecamos contra o E Samuel julgou os filhos de Israel em Mispa.
7 Toen de Filistijnen hoorden, dat de kinderen Israels zich vergaderd hadden te Mizpa, zo kwamen de oversten der Filistijnen op tegen Israel. Als de kinderen Israels dat hoorden, zo vreesden zij voor het aangezicht der Filistijnen.
7 Quando os filisteus ouviram que os filhos de Israel estavam congregados em Mispa, os governantes dos filisteus saíram para atacá-los. Quando os filhos de Israel ouviram isso, tiveram medo dos filisteus.
8 En de kinderen Israels zeiden tot Samuel: Zwijg niet van onzentwege, dat gij niet zoudt roepen tot den HEERE, onzen God, opdat Hij ons verlosse uit de hand der Filistijnen.
8 Então os filhos de Israel disseram a Samuel: — Não cesse de clamar ao
9 Toen nam Samuel een melklam, en hij offerde het geheel den HEERE ten brandoffer; en Samuel riep tot den HEERE voor Israel; en de HEERE verhoorde hem.
9 Então Samuel pegou um cordeiro que ainda mamava e o sacrificou em holocausto ao Senhor . Samuel clamou ao Senhor por Israel, e o Senhor lhe respondeu.
10 En het geschiedde, toen Samuel dat brandoffer offerde, zo kwamen de Filistijnen aan ten strijde tegen Israel; en de HEERE donderde te dien dage met een groten donder over de Filistijnen, en Hij verschrikte hen, zodat zij verslagen werden voor het aangezicht van Israel.
10 Enquanto Samuel oferecia o holocausto, os filisteus chegaram para lutar contra Israel. Mas naquele dia o Senhor trovejou com grande estrondo sobre os filisteus. Eles entraram em pânico e foram derrotados pelos filhos de Israel.
11 En de mannen van Israel togen uit van Mizpa, en vervolgden de Filistijnen, en zij sloegen hen tot onder Beth-kar.
11 Os homens de Israel saíram de Mispa, perseguiram os filisteus e os derrotaram até abaixo de Bete-Car.
12 Samuel nu nam een steen, en stelde dien tussen Mizpa en tussen Sen, en hij noemde diens naam Eben-Haezer; en hij zeide: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.
12 Então Samuel pegou uma pedra e a pôs entre Mispa e Sem. E lhe deu o nome de Ebenézer, dizendo: — Até aqui nos ajudou o
13 Alzo werden de Filistijnen vernederd, en kwamen niet meer in de landpalen van Israel; want de hand des HEEREN was tegen de Filistijnen al de dagen van Samuel.
13 Assim os filisteus foram abatidos e nunca mais vieram ao território de Israel, porque a mão do Senhor esteve contra eles todos os dias de Samuel.
14 En de steden, welke de Filistijnen van Israel genomen hadden kwamen weder aan Israel, van Ekron tot Gath toe; ook rukte Israel derzelver landpale uit de hand der Filistijnen; en er was vrede tussen Israel en tussen de Amorieten.
14 As cidades que os filisteus haviam tomado de Israel foram devolvidas, desde Ecrom até Gate. E até os territórios ao redor delas Israel tirou das mãos dos filisteus. E houve paz entre Israel e os amorreus.
15 Samuel nu richtte Israel al de dagen zijns levens.
15 E Samuel julgou Israel durante todos os dias de sua vida.
16 En hij toog van jaar tot jaar, en ging rondom naar Beth-El, en Gilgal, en Mizpa; en hij richtte Israel in al die plaatsen.
16 De ano em ano, fazia uma volta, passando por Betel, Gilgal e Mispa; e julgava Israel em todos esses lugares.
17 Doch hij keerde weder naar Rama; want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israel; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.
17 Porém voltava a Ramá, porque a sua casa estava ali, onde julgava Israel e onde edificou um altar ao Senhor .

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 7, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.