1 Samuel 6

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Als nu de ark des HEEREN zeven maanden in het land der Filistijnen geweest was,
1 Já fazia sete meses que a arca da aliança estava na terra dos filisteus.
2 Zo riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers, zeggende: Wat zullen wij met de ark des HEEREN doen? Laat ons weten, waarmede wij ze aan haar plaats zenden zullen.
2 Aí eles chamaram os seus sacerdotes e os seus mágicos e perguntaram: — Que faremos com a arca do
3 Zij dan zeiden: Indien gij de ark des Gods van Israel wegzendt, zendt haar niet ledig weg, maar vergeldt Hem ganselijk een schuldoffer; dan zult gij genezen worden, en ulieden zal bekend worden, waarom Zijn hand van u niet afwijkt.
3 Eles responderam: — Se vocês mandarem de volta a arca do Deus de Israel, não a enviem sem uma oferta. Mandem junto uma oferta para pagar pelo pecado de vocês. Assim vocês serão curados e saberão por que motivo ele continuou a castigá-los.
4 Toen zeiden zij: Welk is dat schuldoffer, dat wij Hem vergelden zullen? En zij zeiden: Vijf gouden spenen, en vijf gouden muizen, naar het getal van de vorsten der Filistijnen; want het is enerlei plaag over u allen, en over uw vorsten.
4 — Que oferta devemos mandar? — perguntaram os filisteus. Os sacerdotes e os mágicos responderam: — Mandem cinco tumores feitos de ouro e cinco ratos também de ouro, de acordo com o número dos governadores filisteus. Pois os cinco governadores foram atingidos pela mesma praga que caiu sobre vocês.
5 Zo maakt dan beelden uwer spenen, en beelden uwer muizen, die het land verderven, en geeft den God van Israel de eer; misschien zal Hij Zijn hand verlichten van over ulieden, en van over uw god, en van over uw land.
5 Façam imitações dos tumores e dos ratos que estão destruindo a nossa terra e deem como presente em homenagem ao Deus de Israel. Assim ele talvez pare de castigar vocês, os seus deuses e a sua terra.
6 Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?
6 Por que razão vocês seriam tão teimosos quanto o rei do Egito e os egípcios? Não esqueçam que Deus zombou deles até que eles deixaram os israelitas saírem do Egito.
7 Nu dan, neemt en maakt een nieuwen wagen, en twee zogende koeien, op dewelke geen juk gekomen is; spant de koeien aan den wagen, en brengt haar kalveren van achter haar weder naar huis.
7 Façam o seguinte: arranjem duas vacas que ainda não puxaram carroça e amarrem as duas a uma carroça nova. Depois toquem os bezerros delas para o curral.
8 Neemt dan de ark des HEEREN, en zet ze op den wagen, en legt de gouden kleinoden, die gij Hem ten schuloffer vergelden zult, in een koffertje aan haar zijde; en zendt ze weg, dat zij heenga.
8 Então peguem a arca do Senhor Deus e a coloquem na carroça. Ponham também numa caixa, ao lado da arca, as imitações de ouro que vocês vão mandar ao Deus de Israel como ofertas para pagamento pelos seus pecados. Aí toquem as vacas para a frente e deixem que elas vão para onde quiserem.
9 Ziet dan toe, indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-Semes, zo heeft Hij ons dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons niet geraakt heeft; het is ons een toeval geweest.
9 E prestem atenção. Se a carroça for na direção da cidade de Bete-Semes, isso quer dizer que foi o Deus dos israelitas que nos mandou este grande mal. Mas, se isso não acontecer, então quer dizer que não foi ele quem mandou esta praga, e sim que ela veio por acaso.
10 En die lieden deden alzo, en namen twee zogende koeien, en spanden ze aan den wagen, en haar kalveren sloten zij in huis.
10 E os filisteus fizeram o que os seus sacerdotes e mágicos haviam dito: pegaram duas vacas e as amarraram à carroça e prenderam os bezerros no curral.
11 En zij zetten de ark des HEEREN op den wagen, en het koffertje met de gouden muizen, en de beelden hunner spenen.
11 Depois puseram a arca do Senhor Deus na carroça, junto com a caixa onde estavam os ratos e os tumores de ouro.
12 De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes op een straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter hand noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Semes.
12 Então as vacas foram diretamente para a cidade de Bete-Semes, andando e mugindo, sem se desviar do caminho. E os cinco governadores filisteus as seguiram até a divisa de Bete-Semes.
13 En die van Beth-Semes maaiden den tarweoogst in het dal, en als zij hun ogen ophieven, zagen zij de ark en verblijdden zich, als zij die zagen.
13 O povo de Bete-Semes estava colhendo trigo no vale. De repente, eles olharam e viram a arca da aliança e ficaram muito alegres.
14 En de wagen kwam op den akker van Jozua, den Beth-semiet, en bleef daar staande; en daar was een grote steen, en zij kloofden het hout van den wagen, en offerden de koeien den HEERE ten brandoffer.
14 A carroça puxada pelas vacas chegou até a plantação de Josué, de Bete-Semes, e parou perto de uma grande pedra. Então os moradores dali cortaram em pedaços a carroça de madeira, mataram as vacas e as queimaram em sacrifício a Deus, o Senhor .
15 En de Levieten namen de ark des HEEREN af en het koffertje, dat daarbij was, waarin de gouden kleinoden waren, en zetten ze op dien groten steen; en die lieden van Beth-Semes offerden brandofferen, en slachtten slachtofferen den HEERE, op denzelven dag.
15 Os levitas pegaram a arca do Senhor e a caixa com as imitações de ouro e puseram em cima da grande pedra. Naquele dia o povo de Bete-Semes apresentou ao Senhor ofertas que foram completamente queimadas e também sacrifícios de animais.
16 En als de vijf vorsten der Filistijnen zulks gezien hadden, zo keerden zij weder op denzelven dag naar Ekron.
16 Os cinco governadores filisteus viram isso e no mesmo dia voltaram para Ecrom.
17 Dit nu zijn de gouden spenen, die de Filistijnen aan den HEERE ten schuldoffer vergolden hebben: Voor Asdod een voor Gaza een, voor Askelot een, voor Gath een, voor Ekron een.
17 Os filisteus mandaram a Deus, o Senhor , os cinco tumores de ouro como oferta em pagamento pelos seus pecados — um por cidade: Asdode, Gaza, Asquelom, Gate e Ecrom.
18 Ook gouden muizen, naar het getal van alle steden der Filistijnen, onder de vijf vorsten, van de vaste steden af tot aan de landvlekken; en tot aan Abel, den groten steen, op denwelken zij de ark des HEEREN nedergesteld hadden, die tot op dezen dag is op den akker van Jozua, den Beth-semiet.
18 Mandaram também cinco ratos de ouro, de acordo com o número das cidades governadas pelos cinco governadores filisteus, isto é, as cinco cidades protegidas por muralhas e os povoados que ficavam ao seu redor. Na plantação de Josué, que era natural de Bete-Semes, a arca de Deus foi colocada em cima de uma grande pedra, e essa pedra ainda está ali como prova do que aconteceu.
19 En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden; ja, Hij sloeg van het volk zeventig mannen, en vijftig duizend mannen. Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE een groten slag onder het volk geslagen had.
19 Setenta homens de Bete-Semes olharam para dentro da arca da aliança, e por isso o Senhor os matou. E o povo chorou por causa dessa grande matança que Deus fez entre eles.
20 Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
20 Então os moradores de Bete-Semes disseram: — Quem pode ficar diante do
21 Zo zonden zij boden tot de inwoners van Kirjath-Jearim, zeggende: De Filistijnen hebben de ark des HEEREN wedergebracht; komt af, haalt ze opwaarts tot u.
21 Aí enviaram mensageiros para dizerem ao povo da cidade de Jearim: — Os filisteus devolveram a arca da aliança do

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.