1 Samuel 15

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Toen zeide Samuel tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israel; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN.
1 Samuel disse a Saul: — Foi a mim que o
2 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.
2 Assim diz o Senhor dos Exércitos: “Castigarei Amaleque pelo que fez a Israel, colocando-se no caminho de Israel, quando este saía do Egito.
3 Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe.
3 Portanto, vá e ataque os amalequitas, destruindo totalmente aquilo que eles tiverem. Não poupe ninguém. Mate homens e mulheres, meninos e crianças de peito, bois e ovelhas, camelos e jumentos.”
4 Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.
4 Saul convocou o povo e fez a contagem em Telaim: duzentos mil homens de infantaria e dez mil homens de Judá.
5 Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo legde hij een achterlage in het dal.
5 Saul foi à cidade de Amaleque e pôs emboscadas no vale.
6 En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.
6 Então disse aos queneus: — Vão embora, afastem-se e saiam do meio dos amalequitas, para que eu não destrua vocês juntamente com eles, porque vocês usaram de misericórdia para com todos os filhos de Israel, quando eles saíram do Egito. Assim, os queneus se retiraram do meio dos amalequitas.
7 Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.
7 Então Saul derrotou os amalequitas, desde Havilá até chegar a Sur, que está diante do Egito.
8 En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.
8 Tomou vivo Agague, rei dos amalequitas, porém destruiu todo o povo a fio de espada.
9 Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.
9 Mas Saul e o povo pouparam Agague, o melhor das ovelhas e dos bois, os animais gordos, os cordeiros e tudo o mais que era bom. A isso não quiseram destruir totalmente; porém toda coisa sem valor e desprezível destruíram.
10 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Samuel, zeggende:
10 Então a palavra do Senhor veio a Samuel, dizendo:
11 Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.
11 — Lamento haver constituído Saul como rei, porque deixou de me seguir e não executou as minhas palavras. Então Samuel ficou triste e clamou ao
12 Daarna maakte zich Samuel des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuel geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen.
12 Samuel madrugou para encontrar Saul pela manhã. Mas anunciaram a Samuel: — Saul já chegou ao Carmelo, e eis que levantou para si um monumento; depois, dando volta, passou e desceu a Gilgal.
13 Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.
13 Samuel encontrou Saul, e este lhe disse: — Que você seja bendito do
14 Toen zeide Samuel: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor?
14 Mas Samuel perguntou: — Então que balido de ovelhas é este nos meus ouvidos e o mugido de bois que estou escutando?
15 Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen.
15 Saul respondeu: — Trouxeram isso dos amalequitas. Porque o povo guardou o melhor das ovelhas e dos bois, para os sacrificar ao
16 Toen zeide Samuel tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE van nacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek.
16 Então Samuel disse a Saul: — Espere! Vou declarar a você o que o Saul respondeu: — Fale.
17 En Samuel zeide: Is het niet alzo, toen gij klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israel geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israel gezalfd heeft?
17 Samuel continuou: — Não é verdade que, mesmo sendo pequeno aos seus próprios olhos, você foi colocado por cabeça das tribos de Israel? O
18 En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet.
18 O Senhor o enviou a este caminho e disse: “Vá e destrua totalmente esses pecadores, os amalequitas, e lute contra eles, até exterminá-los.”
19 Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?
19 Por que, então, você não deu ouvidos à voz do Senhor , mas se lançou sobre o despojo e fez o que era mau aos olhos do Senhor ?
20 Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb immers naar de stem des HEEREN gehoord, en heb gewandeld op den weg, op denwelken mij de HEERE gezonden heeft; en ik heb Agag, den koning der Amalekieten, mede gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen.
20 Então Saul disse a Samuel: — Pelo contrário, dei ouvidos à voz do
21 Het volk nu heeft genomen van den roof, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, om den HEERE, uw God, op te offeren te Gilgal.
21 Mas o povo pegou do despojo ovelhas e bois, o melhor do que estava destinado à destruição para oferecer ao Senhor , o seu Deus, em Gilgal.
22 Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.
22 Porém Samuel disse: — Será que o
23 Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.
23 Porque a rebelião é como o pecado da feitiçaria, e a obstinação é como a idolatria e o culto a ídolos do lar. Por você ter rejeitado a palavra do Senhor , também ele o rejeitou como rei.
24 Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.
24 Então Saul disse a Samuel: — Pequei, pois transgredi o mandamento do
25 Nu dan, vergeef mij toch mijn zonde, en keer met mij wederom, dat ik den HEERE aanbidde.
25 Mas agora peço que você perdoe o meu pecado e volte comigo, para que eu adore o Senhor .
26 Doch Samuel zeide tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren; omdat gij het woord des HEEREN verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israel zult zijn.
26 Porém Samuel disse a Saul: — Não voltarei com você. Por você ter rejeitado a palavra do
27 Als zich Samuel omkeerde om weg te gaan, zo greep hij een slip van zijn mantel en zij scheurde.
27 Quando Samuel se virou para ir embora, Saul o segurou pela borda do manto, e este se rasgou.
28 Toen zeide Samuel tot hem: De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israel van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij.
28 Então Samuel lhe disse: — Hoje o
29 En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.
29 Também a Glória de Israel não mente, nem muda de ideia, porque não é homem, para que mude de ideia.
30 Hij dan zeide: Ik heb gezondigd; eer mij toch nu voor de oudsten mijns volks, en voor Israel; en keer wederom met mij, dat ik den HEERE, uw God, aanbidde.
30 Então Saul disse: — Pequei! Mas honre-me, agora, diante dos anciãos do meu povo e diante de Israel. Volte comigo, para que eu adore o
31 Toen keerde Samuel wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.
31 Então Samuel seguiu Saul, e este adorou o Senhor .
32 Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!
32 Samuel disse: — Tragam aqui Agague, rei dos amalequitas. Agague veio a ele, confiante, e disse: — Certamente já passou a amargura da morte.
33 Maar Samuel zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuel Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.
33 Mas Samuel disse: — Assim como a sua espada deixou muitas mulheres sem filhos, também a sua mãe ficará sem o seu filho. E Samuel despedaçou Agague diante do
34 Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.
34 Então Samuel foi para Ramá, e Saul voltou para a sua casa, em Gibeá de Saul.
35 En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.
35 Até o final de sua vida, Samuel nunca mais viu Saul; porém tinha pena de Saul. O Senhor lamentou haver constituído Saul como rei sobre Israel.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Samuel 15, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.