1 Crônicas 14

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden.
1 Então, Hirão, rei de Tiro, mandou mensageiros a Davi, e madeira de cedro, e pedreiros, e carpinteiros, para lhe edificarem uma casa.
2 En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil.
2 Reconheceu Davi que o Senhor o confirmara rei sobre Israel; porque, por amor do seu povo de Israel, o seu reino se tinha exaltado muito.
3 En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren.
3 Davi tomou ainda mais mulheres em Jerusalém; e gerou ainda mais filhos e filhas.
4 Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,
4 São estes os nomes dos filhos que teve em Jerusalém: Samua, Sobabe, Natã, Salomão,
5 En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
5 Ibar, Elisua, Elpelete,
6 En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
6 Nogá, Nefegue, Jafia,
7 En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
7 Elisama, Beeliada e Elifelete.
8 Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.
8 Ouvindo, pois, os filisteus que Davi fora ungido rei sobre todo o Israel, subiram todos para prender Davi; ouvindo-o Davi, saiu contra eles.
9 Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.
9 Mas vieram os filisteus e investiram contra ele no vale dos Refains.
10 Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
10 Então, Davi consultou a Deus, dizendo: Subirei contra os filisteus? Entregar-mos-ás nas mãos? Respondeu-lhe o Senhor : Sobe, porque os entregarei nas tuas mãos.
11 Toen zij nu optogen naar Baal-Perazim, zo sloeg hen David daar; en David zeide: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemden zij den naam derzelver plaats Baal-Perazim.
11 Subindo Davi a Baal-Perazim, ali os derrotou; e disse: Deus, por meu intermédio, rompeu as fileiras inimigas diante de mim, como quem rompe águas. Por isso, chamaram o nome daquele lugar Baal-Perazim.
12 En daar lieten zij hun goden; en David gebood, en zij werden met vuur verbrand.
12 Ali, deixaram os seus deuses; e ordenou Davi que se queimassem.
13 Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.
13 Porém os filisteus tornaram e fizeram uma investida no vale.
14 En David vraagde God nog eens; en God zeide tot hem: Gij zult niet optrekken achter hen heen; maar omsingel hen van boven, en kom tot hen tegenover de moerbezienbomen.
14 De novo, Davi consultou a Deus, e este lhe respondeu: Não subirás após eles; mas rodeia por detrás deles e ataca-os por defronte das amoreiras;
15 En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.
15 e há de ser que, ouvindo tu um estrondo de marcha pelas copas das amoreiras, então, sai à peleja; porque Deus saiu adiante de ti a ferir o exército dos filisteus.
16 David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer.
16 Fez Davi como Deus lhe ordenara; e feriu o exército dos filisteus desde Gibeão até Gezer.
17 Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
17 Assim se espalhou o renome de Davi por todas aquelas terras; pois o Senhor o fez temível a todas aquelas gentes.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Crônicas 14, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.