1 Crônicas 10

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa.
1 Os filisteus pelejaram contra Israel; e, tendo os homens de Israel fugido de diante dos filisteus, caíram mortos no monte Gilboa.
2 En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul.
2 Os filisteus perseguiram Saul e seus filhos e mataram Jônatas, Abinadabe e Malquisua, filhos de Saul.
3 En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters.
3 Agravou-se muito a peleja contra Saul, os flecheiros o avistaram, e ele muito os temeu.
4 Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin.
4 Então, disse Saul ao seu escudeiro: Arranca a tua espada e atravessa-me com ela, para que, porventura, não venham estes incircuncisos e escarneçam de mim. Porém o seu escudeiro não o quis, porque temia muito; então, Saul tomou a espada e se lançou sobre ela.
5 Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in het zwaard en stierf.
5 Vendo, pois, o seu escudeiro que Saul já era morto, também ele se lançou sobre a espada e morreu com ele.
6 Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven.
6 Assim, morreram Saul e seus três filhos; e toda a sua casa pereceu juntamente com ele.
7 Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin.
7 Vendo os homens de Israel que estavam no vale que os homens de Israel fugiram e que Saul e seus filhos estavam mortos, desampararam as cidades e fugiram; e vieram os filisteus e habitaram nelas.
8 Het geschiedde nu des anderen daags, als de Filistijnen kwamen om de verslagenen te plunderen, zo vonden zij Saul en zijn zonen, liggende op het gebergte Gilboa.
8 Sucedeu, pois, que, vindo os filisteus ao outro dia a despojar os mortos, acharam Saul e os seus filhos caídos no monte Gilboa.
9 En zij plunderden hem, en zij namen zijn hoofd en zijn wapenen, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om dit te boodschappen aan hun afgoden, en aan het volk.
9 E os despojaram, tomaram a sua cabeça e as suas armas e enviaram mensageiros pela terra dos filisteus, em redor, a levar as boas-novas a seus ídolos e entre o povo.
10 En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.
10 Puseram as armas de Saul no templo de seu deus, e a sua cabeça afixaram na casa de Dagom.
11 Als geheel Jabes in Gilead hoorde alles, wat de Filistijnen Saul gedaan hadden,
11 Ouvindo, pois, toda a Jabes de Gileade tudo quanto os filisteus fizeram a Saul,
12 Zo maakten zich alle strijdbare mannen op, en zij namen het lichaam van Saul, en de lichamen zijner zonen, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven hun beenderen onder een eikenboom te Jabes, en zij vastten zeven dagen.
12 então, todos os homens valentes se levantaram, e tomaram o corpo de Saul e os corpos dos filhos, e os trouxeram a Jabes; e sepultaram os seus ossos debaixo de um arvoredo, em Jabes, e jejuaram sete dias.
13 Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende,
13 Assim, morreu Saul por causa da sua transgressão cometida contra o Senhor , por causa da palavra do Senhor , que ele não guardara; e também porque interrogara e consultara uma necromante
14 En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David, den zoon van Isai.
14 e não ao Senhor , que, por isso, o matou e transferiu o reino a Davi, filho de Jessé.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Crônicas 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.