1 Coríntios 16

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Aangaande nu de verzameling, die voor de heiligen geschiedt, gelijk als ik aan de Gemeenten in Galatie verordend heb, doet ook gij alzo.
1 Quanto à coleta para os santos, fazei vós também como ordenei às igrejas da Galácia.
2 Op elken eersten dag der week, legge een iegelijk van u iets bij zichzelven weg, vergaderende een schat, naar dat hij welvaren verkregen heeft; opdat de verzamelingen alsdan niet eerst geschieden, wanneer ik gekomen zal zijn.
2 No primeiro dia da semana, cada um de vós ponha de parte, em casa, conforme a sua prosperidade, e vá juntando, para que se não façam coletas quando eu for.
3 En wanneer ik daar zal gekomen zijn, zal ik hen, die gij zult bekwaam achten door brieven, zenden, om uw gave naar Jeruzalem over te dragen.
3 E, quando tiver chegado, enviarei, com cartas, para levarem as vossas dádivas a Jerusalém, aqueles que aprovardes.
4 En indien het der moeite waardig mocht zijn, dat ik ook zelf reizen zou, zo zullen zij met mij reizen.
4 Se convier que eu também vá, eles irão comigo.
5 Doch ik zal tot u komen, wanneer ik Macedonie zal doorgegaan zijn, (want ik zal door Macedonie gaan);
5 Irei ter convosco por ocasião da minha passagem pela Macedônia, porque devo percorrer a Macedônia.
6 En ik zal mogelijk bij u blijven, of ook overwinteren, opdat gij mij moogt geleiden, waar ik zal henenreizen.
6 E bem pode ser que convosco me demore ou mesmo passe o inverno, para que me encaminheis nas viagens que eu tenha de fazer.
7 Want ik wil u nu niet zien in het voorbijgaan, maar ik hoop enigen tijd bij u te blijven, indien het de Heere zal toelaten.
7 Porque não quero, agora, ver-vos apenas de passagem, pois espero permanecer convosco algum tempo, se o Senhor o permitir.
8 Maar ik zal te Efeze blijven tot den pinkster dag.
8 Ficarei, porém, em Éfeso até ao Pentecostes;
9 Want mij is een grote en krachtige deur geopend, en er zijn vele tegenstanders.
9 porque uma porta grande e oportuna para o trabalho se me abriu; e há muitos adversários.
10 Zo nu Timotheus komt, ziet, dat hij buiten vreze bij u zij; want hij werkt het werk des Heeren, gelijk als ik.
10 E, se Timóteo for, vede que esteja sem receio entre vós, porque trabalha na obra do Senhor, como também eu;
11 Dat hem dan niemand verachte; maar geleidt hem in vrede, opdat hij tot mij kome; want ik verwacht hem met de broederen.
11 ninguém, pois, o despreze. Mas encaminhai-o em paz, para que venha ter comigo, visto que o espero com os irmãos.
12 En wat aangaat Apollos, den broeder, ik heb hem zeer gebeden, dat hij met de broederen tot u komen zou; maar het was ganselijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen; doch hij zal komen, wanneer het hem wel gelegen zal zijn.
12 Acerca do irmão Apolo, muito lhe tenho recomendado que fosse ter convosco em companhia dos irmãos, mas de modo algum era a vontade dele ir agora; irá, porém, quando se lhe deparar boa oportunidade.
13 Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk.
13 Sede vigilantes, permanecei firmes na fé, portai-vos varonilmente, fortalecei-vos.
14 Dat al uw dingen in de liefde geschieden.
14 Todos os vossos atos sejam feitos com amor.
15 En ik bid u, broeders, gij kent het huis van Stefanas, dat het is de eersteling van Achaje, en dat zij zichzelven den heiligen ten dienst hebben geschikt;
15 E agora, irmãos, eu vos peço o seguinte (sabeis que a casa de Estéfanas são as primícias da Acaia e que se consagraram ao serviço dos santos):
16 Dat gij ook u aan de zodanigen onderwerpt, en aan een iegelijk, die medewerkt en arbeidt.
16 que também vos sujeiteis a esses tais, como também a todo aquele que é cooperador e obreiro.
17 En ik verblijde mij over de aankomst van Stefanas, en Fortunatus, en Achaikus, want dezen hebben vervuld hetgeen mij aan u ontbrak;
17 Alegro-me com a vinda de Estéfanas, e de Fortunato, e de Acaico; porque estes supriram o que da vossa parte faltava.
18 Want zij hebben mijn geest verkwikt, en ook den uwen. Erkent dan de zodanigen.
18 Porque trouxeram refrigério ao meu espírito e ao vosso. Reconhecei, pois, a homens como estes.
19 U groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.
19 As igrejas da Ásia vos saúdam. No Senhor, muito vos saúdam Áquila e Priscila e, bem assim, a igreja que está na casa deles.
20 U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus.
20 Todos os irmãos vos saúdam. Saudai-vos uns aos outros com ósculo santo.
21 De groetenis met mijn hand van Paulus.
21 A saudação, escrevo-a eu, Paulo, de próprio punho.
22 Indien iemand den Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maran-atha!
22 Se alguém não ama o Senhor, seja anátema. Maranata!
23 De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.
23 A graça do Senhor Jesus seja convosco.
24 Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
24 O meu amor seja com todos vós, em Cristo Jesus.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Coríntios 16, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.